Hulp en zelfhulp

senegalstatue

Het lijkt een nobel gebaar, een daad van naastenliefde. President Abdoulaye Wade van Senegal heeft mensen in Haïti aangeboden in zijn land te komen wonen. De leider van het West-Afrikaanse land spreekt zelfs van ‘repatriëring’. Veel bewoners van het Caribische land zijn daar immers ooit als Afrikaanse slaven heengevoerd. Wellicht zelfs uit het gebied dat nu Senegal heet.

 

 

Als het nodig is, wil Wade zelfs een hele regio binnen zijn land voor de ongelukkige Haïtianen ter beschikking stellen. Niet zomaar wat droge repen woestijn, maar een vruchtbaar gebied. Dat is nog eens hulp aanbieden.

 

Maar voor wie is de hulp eigenlijk bedoeld? President Wade weet net als elk ander dat een Haïtiaan, hoezeer ook diens wortels in Afrika mogen liggen, zich in het continent niet meer thuis kan voelen. En zeker zo belangrijk: Senegalezen zelf zullen behoefte hebben aan de ontwikkeling van vruchtbare gebieden in hun land. Ze zouden wel gek zijn om een hele streek aan onbekenden van overzee af te staan.

 

Het plan maakt geen kans van slagen. En dus moet Wade met het gebaar een andere bedoeling hebben. Meer dan hulp lijkt hij uit op zelfhulp. De president van Senegal wil per se als een bijzonder Afrikaans leider de geschiedenis ingaan. Temeer nu steeds minder mensen in zijn eigen land vinden dat hij een dergelijke titel verdient.

 

Het idee van Abdoulaye Wade doet denken aan een ander project dat hij ter hand heeft genomen: de bouw van een standbeeld, ‘Afrikaanse Renaissance’ gedoopt, dat groter moet worden dan het Vrijheidsbeeld in New York. Het is een miljoenen kostend monster, dat door Zuid-Koreanen wordt gebouwd.

 

Ook hierover hebben de meeste Senegalezen heel andere gedachten dan hun president, die aan de exploitatie van het standbeeld persoonlijk ook nog eens geld hoopt te verdienen. ‘Grootheidswaan’, zo oordeelt de bevolking. In die sfeer moet helaas ook het nobele gebaar aan Haïti beoordeeld worden.

 

 

 

 

 

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie