Geschorst? Dan aan het werk!

Het valt ook niet mee. Laatst vertelde iemand me het verhaal van een man die ooit in Ethiopië minister was geweest. De redenen voor het vertrek uit zijn departement waren onduidelijk, maar de vroegere bewindsman had inmiddels een baan gevonden bij een grote internationale organisatie. Toch vond hij het daar maar niks: hij werd onder meer geacht zelf de telefoon op te nemen.
De verleidingen van de macht. Zelf werd ik een paar jaar geleden voor de deur van een vliegveld in Kenia bijna omver gelopen door een man. Toen ik hem op zijn ruwe gedrag wees, zei hij onmiddellijk: ‘Weet je wel wie ik ben?’ Dat wist ik. Het ging hier om de onderminister van Toerisme, een niemendal van wie we sinds het aantreden van een nieuw kabinet nooit meer iets hebben vernomen.
Wat me bij veel Afrikaanse bewindslieden, zoals in Kenia, vaak opvalt, is dat zij als minister overal te vinden zijn, behalve in hun kantoor. Aan het opzetten en uitvoeren van beleid lijken zij een broertje dood te hebben. Daar zijn ambtenaren voor, – gesteld dat er beleid is. De ministers zelf hebben het veel te druk met hun politieke loopbaan. En dus zijn zij voortdurend op pad.
Ook dat niet om hun beleid uit te dragen. Nee, minister zijn betekent overal en altijd duidelijk maken dat je minister wenst te blijven. En dus schuimen zij de een na de andere partijbijeenkomst af. Petje op, flesje water binnen handbereik, een krakende microfoon voor de mond, en toeteren maar. Liefst in de buitenlucht; mogelijk omdat zij anders zo galmend klinken.
De twee ministers die zondag in Kenia door premier Raila Odinga werden geschorst, Sam Ongeri en William Ruto, vallen ook in deze categorie. Bijna dagelijks halen zij de binnenlandse pers, maar bijna nooit om een opmerkelijk positief resultaat van hun ministerie te melden. Ook zij lijken vrijwel nooit op kantoor te vinden te zijn. Totdat zij geschorst blijken.
Op de voorpagina van het dagblad Daily Nation staat vandaag een foto van William Ruto. In zijn kantoor, achter zijn bureau! Hij lacht erbij, alsof hij ook zelf niet goed weet wat hem overkomt. En op pagina zes van dezelfde krant zien we de dienstauto (met vlag, jawel) van minister Ongeri. ‘Business as usual’, luidt het onderschrift. Het tegenovergestelde lijkt mij het geval.

Gezien de besluitloosheid, stroperigheid in de bewerking van de zaken hier,en een groot traag naijl effect op actuele zaken in Nederland, hebben de Nederlands ministers ook een grote gelijkenis met die Afrikaanse ambtgenoten.
Makkelijk en goedkoop grapje Bart.
Ik zou haast zeggen: waren onze ministers maar zo besluiteloos.
@ Hugo
Kijk dan maar eens heel goed naar buiten, het land op de pauzeknop in crisistijd
Ik weet niet hoe dit komt, maar ik snap wel wat voor effect het in de praktijk heeft; het komt erop neer dat het land door een stel ruziemakende stampvoetende kleuters wordt geregeerd, in feite.
Andere benaming voor dit gedrag schiet me ff niet te binnen. Het zuurste is het echter nog voor ONS, want WIJ betalen deze lolbroeken hun salaris.
En dan te bedenken dat Kenia zelfs voldoet aan de eisen voor ontwikkelingshulp qua ‘goed bestuur’…
Wat mij betreft draaien we die geldkraan vandaag nog dicht, als die ministers ECHT zouden moeten werken voor hun geld, en pas betaald kregen als het land voldoende draaide om hen een salaris te geven, zou het er net zo’n bende zijn als nu, alleen dan was het voor ons tenminste gratis.
Saai, saai saai.. Nee, niet alleen deze blog, de rest ook. Kom eens met iets interessants…..
@ Hugo
Het is nu eindelijke echt voorbij die incompetente poppenkast , effectloos, en zonder enig positief rendement, Gewoon korte WW uitkering voor deze lieden en dan de bijstand !