Rembrandt en het oponthoud
Ook de correspondenten in Nairobi zijn weer thuis. Koert Lindijer en ik zaten op dezelfde vlucht naar het ‘asvrije’ Kenia. Iets te laat vertrokken, en daardoor precies op de geplande tijd aangekomen. En nergens onderweg, voor zo ver ik kon nagaan, een vulkaanwolk te ontdekken. Als zo veel tegelijk is gebeurd, lijkt het daarna soms alsof er helemaal niets is gebeurd.
Drie dagen heb ik op de terugvlucht moeten wachten. Dat is geen record. Voor sommige, zo niet alle correspondenten horen vertragingen en annuleringen nu eenmaal bij het onvoorspelbare ritme van het werk. Bovendien zijn de meesten van ons waarschijnlijk regelmatig op heel wat onvriendelijkere plaatsen blijven steken dan in het lentezonnige Nederland.
Geen reden tot klagen dus. Het oponthoud bood ook allerlei kansen. Zo kon ik eindelijk weer eens een bezoek brengen aan het nog altijd niet volledig gerenoveerde Rijksmuseum in Amsterdam, waar de hoogtepunten van de collectie tijdelijk bijeen zijn gebracht. Ik was er samen met een vriendin die zelf was blijven steken in haar poging om naar Kaapstad te gaan.
Nederland en de Gouden Eeuw, het blijft een nuttige les in artistieke verfijning en bruut imperialisme. Goed ook voor een correspondent in Afrika om daarvan weer eens kennis te nemen. En hoe onrechtmatig wellicht soms ook, fijn wel om te zien dat de gegoede burgerij uit die tijd het geld dat in het buitenland werd ‘geroofd’ in eigen land liet omzetten in nog altijd onovertroffen schilderijen.
Waarbij de bekendste vaak ook die van de besten zijn. Van Vermeer dus, en zijn mystieke realisme. En natuurlijk van Rembrandt, voor mij nog steeds een van de allermodernste schilders. In het Rijks hangen enkele van zijn meesterwerken. Ga erheen, ook als u geen vlucht te missen heeft. En kijk, al is het voor een zoveelste keer, nog eens heel erg goed. Onovertroffen.
