Jong, getalenteerd – en Somalisch

Nog maar een jaar of twee te gaan tot de volgende verkiezingen, dus u begrijpt dat het in Kenia al over weinig anders meer lijkt te kunnen gaan. Het land zal hoe dan ook afscheid nemen van de huidige president, Mwai Kibaki. Maar komt er ook ruimte voor een nieuwe, duidelijk jongere generatie politici?
Eerder al mocht ik hier Mike Mbuvi aan u voorstellen. Mbuvi, in de volksmond beter bekend als Sonko (‘Grote Man’), is 35 en ontkende kort na zijn aantreden dat hij ooit gevangen zou hebben gezeten. Inmiddels kan hij dat al niet meer zeggen. Deze maandag werd hij na betaling van een forse borgsom vrijgelaten. In februari volgend jaar moet hij voorkomen. Mbuvi wordt onder meer verdacht van frauduleuze land-transacties.
Exit Sonko? Het gezonde verstand zou zeggen: hopelijk wel. Maar ook Kenianen kennen helaas een soms bizarre voorliefde voor politici die niet willen deugen, maar wel weten hoe zij het grote publiek dienen te bespelen. Zijn jeugdige aanhangers dwongen de politie al om in de lucht te schieten.
Gelukkig zijn er ook jonge Keniaanse politici die wel serieus genomen kunnen worden. Zoals Abdikadir Hussein Mohamed. Hij is maar een paar jaar ouder dan ‘Sonko’, maar laat zich vrijwel in niets met de bling-bling politicus vergelijken. Het afgelopen weekeinde was hij onderwerp van een zeer prikkelende column in The Sunday Nation.
Wie dezer dagen het adjectief ‘Somalisch’ draagt, kan erop rekenen dat er met opgetrokken wenkbrauwen naar hem of haar wordt gekeken. De gebeurtenissen in het land in de Hoorn van Afrika geven daar ook alle redenen toe. Maar de etnische groep strekt zich over veel meer gebieden uit. Er zijn bijvoorbeeld ook de nodige Somalische Kenianen.
Zoals Abdikadir Mohamed. Dit jaar heeft de onder meer in Harvard geschoolde advocaat politiek van zich laten spreken door het voorzitterschap van een commissie die de nieuwe grondwet voor de poorten van helse parlementsleden wist weg te slepen. In de toekomst dient hij voorzitter te zijn van een commissie die de implementatie van die grondwet in goede banen moet leiden.
‘Jaar in, jaar uit’, zo schrijft columnist Makau Mutua over Mohamed, ’klagen en zeuren Kenianen over zwak leiderschap. Maar zij kiezen elke keer dezelfde mensen. It is time not to think only out f the box, but against it.‘
Twee jaar lijkt me wat kort om de Keniaanse geesten te masseren tot een nieuwe vorm van politiek denken en Mohamed klaar te stomen voor het presidentschap. Maar hoeveel tijd had die ‘halve Keniaan’ in de Verenigde Staten eigenlijk nodig?
