Mohammed en de berg

Als het waar is, is het even pijnlijk als gevaarlijk. Kolonel Khadafi, zo melden sommige media, zet zwart-Afrikaanse huurlingen in om de Libische demonstranten tegen zijn bewind in het oosten van het land te bestrijden. Waarmee, in een uiterst bittere vorm van ironie, de ‘revolutie’ niet zuidwaarts naar Afrika gaat, maar Afrikanen zich in het noorden offeren om daar de revolutie tegen te gaan.
Dat is pijnlijk, omdat Khadafi de Afrikanen van beneden de Sahara daarmee een zoveelste keer het slachtoffer van zijn grillen laat worden. In zijn land leven waarschijnlijk honderdduizenden, wellicht zelfs enkele miljoenen zwart-Afrikanen. Zij zijn, doorgaans illegaal, het land binnengekomen op hun weg naar Europa. De meesten blijven er steken.
Voor de Libische economie zijn zij van grote betekenis. Hun migratie-arbeid, bijvoorbeeld in de bouwvak en in de olie-industrie, is er al tientallen jaren onmisbaar. Maar tegelijkertijd zijn en blijven de Afrikaanse migranten rechtenloos.
Eerder al gebruikte Khadafi hen als dreigement in onderhandelingen met de Europese Unie. Zou de EU niet met miljarden over de brug komen, dan zou Khadafi de ‘sluizen’ naar de Middellandse Zee openzetten en zou Europa ‘overspoeld’ worden door wat in zijn land ook wel ‘de barbaren’ worden genoemd.
Nu dus -als het waar is, en daarop lijkt het zeker wel- mogen zwart-Afrikanen hun leven wagen om Khadafi’s hachje te redden. Reken maar dat het demonstrerende deel van de Libische bevolking geen enkele genade voor de huurlingen zal kennen. Over en weer zal het de haat doen toenemen.
In een volgende fase zullen de huurlingen mogelijk weer in ‘eigen gebied’ opereren. Zoals in Senegal, zou je denken. Daar is dit weekeinde een soldaat overleden, die zich buiten de residentie van president Abdoulaye Wade in brand had gestoken.
Het papiertje waarop hij zijn aanklacht had verwoord, lijkt ook in vlammen te zijn opgegaan. De zaak schijnt te draaien om achterstallig loon. Soldaat Bocar Bocoum is vooralsnog geen Tunesische Mohamed Bouazizi. Maar dezer dagen weet je maar nooit.
