Hilbert: ‘Ik had te weinig zelfvertrouwen’
(door Marcel Goedhart) De avond is gevallen, een voormalige boerderij in Grolloo. Hilbert van der Duim zet zijn paard binnen, geeft de schapen eten en trekt zijn schaatskloffie aan. Straks naar de ijsbaan, rondjes rijden, in een treintje. Heerlijk. Met Jan Bols en Piet Kleine. Kijken wie het hardste kan. Nog goed zijn de littekens te zien op zijn been, op zijn buik. Waar niet eigenlijk.
Hilbert was bijna dood. In februari 1987 onderweg naar huis nadat hij de schaatsmarathon in Assen had gereden, botste hij met zijn auto op een tegenligger. Hij lag in spagaat onder het dashboard, zoals hij zelf zegt. De brandweer moest Hilbert uit het autowrak zagen en hij werd drie dagen in coma gehouden. Twintigduizend brieven en kaarten kreeg de schaatser. Wij hielden van Hilbert. Dat bleek ook ruim een jaar later op het Ijsgala in Heerenven, toen een manke Hilbert van der Duim op schaatsen het ijs betrad. Een oorverdovend gejuich. Heel veel tranen. Hilbert was terug, maar hij zou niet meer terugkeren in de topsport.
Jillert Anema fysiotherapeut en nu schaatstrainer bij de BAM ploeg begeleidde Van der Duim tijdens zijn revalidatie. In Andere Tijden Sport zegt hij: ‘Ik had hem graag willen terugbrengen. Het had gekund, nog een half jaar extra therapie, maar Hilbert wilde niet meer, het was goed zo.’
Het ongeluk heeft Hilbert veranderd. Hij geniet van elke dag. Op het Drenthe College in Emmen is hij opleidingsmanager op de afdeling Sport en Bewegen. Dat doet-ie met passie, maar stress? Nee. ‘Ik denk dan, morgen is er weer een dag.’ Van zenuwen heeft Hilbert als schaatser wel veel last gehad. Hij viel vaak – zogenaamd een keer over de vogelpoep – en hij reed een rondje te weinig op het WK van 1981. In Andere Tijden Sport is Hilbert openhartig over zijn valpartijen. Het had met spanning te maken en met een gebrek aan zelfvertrouwen. Daardoor was er vaak te weinig beheersing en ging ie, als hij achter lag heel wild schaatsen. ‘Ik dacht dan, ik moet opschieten.’
Hilbert laat zich niet meer opjagen. Hij is gelukkig in Grolloo. Dat bijna heel Nederland alleen ‘vogelpoep’ en ‘rondje te weinig’ herinnert als het over zijn schaatscarrière gaat, boeit hem niet. ‘De insiders weten beter.’ En hij somt zijn staat van dienst op. Op een bescheiden wijze. Alsof hij zichzelf toch een beetje moet overtuigen.
Klik. Klak. Daar gaat Hilbert, het ijs op in Assen, de baan waar hij in 1982 voor 30.000 mensen wereldkampioen werd. Drie keer per week is hij er. Rondjes van 32, 33 seconden. Jan Bols kan hem niet meer bijhouden. ‘Hij rijdt veel te hard voor mij.’

