Krach mit de janze nervije Mischpoke

“Abrechnung vazöjat sich janz dolle”
Dat is Berlijns, Berlinisch, het dialect van de hoofdstad. Ik vind het altijd een beetje klinken of de spreker aangeschoten is. Maar het maakt ook een uiterst vertrouwde en betrouwbare indruk. Berlijners zijn niet altijd even aardig, maar wel altijd even eerlijk, en dat is minstens zo prettig. De Berlijners zijn er ook trots op, maar veel te lezen is er doorgaans niet in het Berlinisch. Vandaag wel: de krant B.Z. verschijnt voor één keer helemaal in het Berlijns.
En waarom? Omdat het Berlijns erg populair is, maar het wordt bedreigd. Uit onderzoek in opdracht van eh… ja de B.Z. blijkt dat 69 procent van de Duitsers van het dialect van de hoofdstad houdt. Maar net als in veel regio’s gaat ook in Berlijn het aantal mensen dat de omgangstaal nog spreekt hard achteruit. Vandaar deze speciale uitgave van de B.Z. (Een boulevardblad dat op de voorpagina meestal een overval op een sigarenboer heeft, of borstkanker bij een schlagerzangeres, maar daarmee wel de grootste oplage in de hele stad bereikt.)
Er wordt natuurlijk wel vaker in het Berlinisch geschreven, zoals de strip Didi & Stulle, elke twee weken in het uitgaanstijdschrift Zitty. Maar het probleem is altijd dat je het past begrijpt als je het hardop voorleest. En dat geldt ook voor de B.Z. van vandaag, die is helemaal in dialect, dus elke kop en elk artikel, en ook de horoscoop (“Dit steht inne Sterne”) en de televisietips (“Krach mit de janze nervije Mischpoke” – Krach is ruzie, spreek nervi-je hardop uit en je snapt dat het je zenuwen sloopt, en Mischpoke is één van de woorden die het Berlijns – net als het Amsterdams – uit het jiddisch heeft overgenomen).
De redactie heeft echte deskundigen ingeschakeld, onder wie een hoogleraar van de Freie Universität die al jaren onderzoek doet naar het Berlijns. Een dialect dat ook door het Nederlands is beïnvloed, maar nog meer door het Frans. En dat tijdens de deling in Oost-Berlijn veel ijveriger werd gesproken dan in het Westen, want het klinkt zo lekker naar arbeiders.
Belangrijkste kenmerken van het Berlijns zijn de verschuiving van de g in het begin van een lettergeep naar een j (gut wordt jut, Argument wordt Arjument), de verandering van klanken als -au- en -ei- naar -oo- en -ee- (Augen worden Ooje en Beine worden Beene) en de Nederlands aandoende veranderingen van ich naar ick en das/dieses naar det/dieset.
Maar veel leuker is eigenlijk de Berlijnse humor. Natuurlijk voorgedragen in sappig Berlinisch, maar tegelijk ook kurkdroog en altijd een beetje absurd. Mijn favoriete uitdrukking: “Ober, bringse mal det Jeld, ick will zahlen.”

Noch keene Reaktion? Dett staunt mich aba mächtich, wa? Ick kann nur saajen, dett dett richtig olle Berlinisch nich so oft mehr jesprochen wird, wa? Ett jibt hiea eenfach zufiele Zujereiste, weestte? Ick bin ja eener davon. Übrijens iss et wirklich Ooge, unnich Ooje. Ausnahmen jibts imma. Dett schönste Wort uff Berlinisch finde ick übrijens ‘nöscht’, dett heißt ‘nichts’ uff Hochdeutsch.
So, dann mal schön Gruß aus die Hauptstadt, wa? Ich trinke erstma ‘ne Molle.
Cornelis
Ik kom ook graag naar de Duitse hoofdstad omdat mijn vriend een echte Berliner is. Het viel me inderdaad op dat het een beetje nederlands aandoet. Maar als iemand ECHT berlijns spreekt, wordt het er niet makkelijker op om het te verstaan als Nederlandse. Toch leuk, want het bewijst maar weer hoe trots die Berlijners zijn en zeker een verhaal apart! Berlin: arm, aber sexy!