Puzzelen met eeuwenoude beelden voor gevorderden

Het is een gigantische puzzel: maak uit 27.000 stukken steen, variërend van grootte, kleur en reliëf, weer de drieduizend jaar oude beelden die het ooit waren. Dat is op z’n minst een uitdaging te noemen.
Maar het is gelukt: in het Berlijnse Pergamonmuseum zijn de beelden van Tell Halaf na ruim zestig jaar weer te zien. Een team van zes mensen, drie restaurateurs en drie archeologen, heeft er acht jaar over gedaan om de brokstukken weer aan elkaar te lijmen en de beelden zo goed als het ging op te bouwen. Het is een van de grootste projecten van het museum ooit.
De Keulse Midden-Oostenwetenschapper en diplomaat Max von Oppenheim vond de metershoge beelden van goden en mythologische wezens bij een opgraving in Tell Halaf, Syrië, in 1899. Hij was zo onder de indruk dat hij enkele jaren later een deel mee terugnam naar Berlijn.
Eenmaal in Duitsland aangekomen, kregen de eeuwenoude beelden een plek in het Tell Halaf museum; een oude fabriekshal waar de collectie in paste. De oorlog betekende het einde voor de verzameling van Von Oppenheim. In 1943 werden de sculpturen door een bombardement compleet vernield. Het puin wat over was, werd naar de kelders van het Pergamonmuseum gebracht, om zo te redden wat er nog te redden viel.
In negen vrachtladingen werd het gruis de kelder ingereden, waar het tot na de Duitse eenwording is blijven liggen. Archeoloog Lutz Martin legt uit: “Niemand had nog gedacht dat het goed zou komen, het was totaal geruïneerd. Er kon pas na de Wende gekeken worden wat er nog mogelijk was met de stukken die over waren. De Max von Oppenheim Stiftung was in het westen van Duitsland gevestigd en het Pergamonmuseum stond in het voormalige oosten.”

In 2001 is een begin gemaakt met selecteren. “Helaas kan je niet bijvoorbeeld eerst alle stukjes leeuw eruit halen en met dat beeld beginnen. Elk stuk werd apart bekeken en gesorteerd op grootte of een patroon dat in het gesteente zat.” Driehonderd pallets waren er nodig om de stukken neer te leggen. ”Er is over nagedacht om een computer te gebruiken bij de restauratie, maar toentertijd was er geen geschikt programma beschikbaar. Het was mogelijk om de 27.000 stukken steen in te scannen, wat ontzettend veel tijd zou kosten, maar het was niet zeker of de computer er daarna iets mee zou kunnen.”
En nu staan ze er weer. Het ene gehavender dan het andere, soms worden de stenen zelfs bij elkaar gehouden met behulp van een soort hars. Maar ze zijn weer herkenbaar als sculpturen. Hiermee gaat de wens van Max von Oppenheim in vervulling. In 1944 had hij al gezegd dat het geweldig zou zijn als er ooit geprobeerd wordt om de beelden te restaureren. Zijn enthousiasme voor de kunstwerken en misschien ook wel zijn motto, Kopf hoch, Mut hoch und Humor hoch, is iets wat de restaurateurs vast en zeker ter inspiratie konden gebruiken tijdens dit bijzondere project.

