De dichter Schiller en zijn financiën
Wat hebben de Duitse dichter Schiller en het Ministerie van Financiën met elkaar te maken? In eerste instantie niets. Maar schijn bedriegt.
Afgelopen weekend openden 14 ministeries in Berlijn hun deuren voor het publiek. Een buitenkansje om eindelijk eens in het Ministerie van Financiën rond te kijken. Dat is gehuisvest in een bijzonder gebouw, het voormalige Reichsluftfahrtministerium. Hier zwaaide nazikopstuk Hermann Göring de scepter. Het is een enorm gebouw. En toen het in 1936 klaar was, zelfs het grootste kantoorgebouw van Berlijn.
De bezoeker wordt bij binnenkomst meteen geïmponeerd door de enorme hal en trap. Je voelt je klein, en dat was ook de bedoeling. Een medewerkster van het huidige Ministerie van Financiën is onze gids. Ze vertelt over de ontstaansgeschiedenis.
Edgar Allen Poe
Plotseling komt een in het zwart geklede jongeman op roller skates aanzwieren en houdt een heel betoog over de zin en onzin van belasting heffen en over het het wel of niet betalen ervan. Hij eindigt met de woorden: De groeten van Edgar Allen Poe. Een verdwijnt even vlug als hij was gekomen.
Bouw van de Muur
Het gebouw heeft de bombardementen van de geallieerden redelijk doorstaan en werd na de capitulatie van de Duitsers het militaire hoofdkwartier van de Russen. Daarna diende het in de DDR-tijd als Haus der Ministerien. We lopen door naar de enorme vergaderzaal. Bij elke stap in dit gebouw spreekt de geschiedenis. Zo zei in deze zaal Walter Ulbricht op een persconferentie tegen een Westduitse journaliste de beroemde woorden: Niemand hat die Absicht eine Mauer zu errichten. Niemand is van plan een muur te bouwen. Dat was op 15 juni 1961, twee maanden voor de bouw van de Muur.
We lopen verder en houden halt vlak bij de werkkamer van de huidige minister van financiën Wolfgang Schäuble. Opeens verschijnt er een vrouw boven aan de trap en begint over geldproblemen te vertellen. Al gauw blijkt dat ze uit een brief citeert van Friedrich Schiller, de dichter. Hij zit op zwart zaad en vraagt een vriend vriendelijk doch dringend hem geld te lenen. Uiteraard tegen rente. Bij sommige medebezoekers verschijnt een glimlach. Het thema is nog steeds actueel.
Ik zie het in Nederland niet zo gauw gebeuren dat bij een rondleiding door het ministerie van Jan Kees de Jager Vondel wordt geciteerd.
Kristallnacht
Dan gaat het naar de kleine vergaderzaal. Hier kwam daags na de Kristalnacht in november 1938 een deel van de nazitop bijeen, onder wie Hermann Göring en Reinhard Heydrich. Een acteur leest voor wat er toen letterlijk gezegd is. Dat er meer synagogen hadden moeten worden vernield en dat er strengere maatregelen tegen de Joden moesten worden ingesteld.
Ik kijk naar mijn medebezoekers. Ze staan allemaal bedrukt te luisteren. Het moet toch niet leuk zijn om als Duitser steeds met het weinig fraaie verleden van je land te worden geconfronteerd. Maar in dit gebouw, met zo’n beladen geschiedenis, dat verleden niet benoemen? Nee, dat kan ook niet.
Even later staan we weer buiten, in de zonnige en drukke Wilhelmstrasse. Maar wel met kippenvel.

Of de medebezoekers bedrukt waren m.b.t. de eigen geschiedenis… Als bij zo’n rondleiding zoiets verteld wordt, dan past slechts stille ingetogenheid. Van de huidige generatie in Duitsland zijn ook nauwelijks nog mensen over, die werkelijk iets hádden kunnen doen (generatie van vóór 1912 zo ongeveer, ervan uitgaande, dat er in 1933 kiesrecht bestond in de Weimar-Republik voor burgers van 21 jaar en ouder…).
Wie trekt dit weblog weer vlot?