De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Het boek, de schrijver en de commandant

img_0749.jpgIn 1967 en 1968 bezocht schrijver Harry Mulisch het eiland Cuba. Geïnspireerd door de Cubaanse revolutie schreef hij eind ’68 “Het woord bij de daad”. Een boek dat niet alleen getuigt van die revolutie, maar ook van Mulisch’ adoratie van Fidel en Che. Van woede op de VS, van tussen de regels door zelfs hoop op zo’n revolutie in Nederland. Andere tijden ja.

Precies veertig jaar later staat het exemplaar dat de schrijver aan Fidel Castro opstuurde, in mijn boekenkast. Voor 3 pesos gekocht. Hoe je als binnenlandredacteur wat kan oppikken uit het buitenland…

“Eerst Cuba zien, dan sterven”. Waarbij het gedeelte voor de komma voor mij en het gedeelte na de komma voor Fidel bedoeld was. Het lukte: nog voor zijn dood, zelfs voor Raul het stokje van de oude dictator overnam, bezochten A. en ik Cuba.

Vlakbij Coppelia, het beroemde ijspark midden in Havana, zat een klein boekwinkeltje. Boekenkasten op de stoep, posters van Che, veel Hemingway natuurlijk en aanverwante revolutionaire lectuur. We stonden stil, te lang, een verkoper drong zich op. “Laat ons met rust, we kijken gewoon” klonk zo onvriendelijk dus ik zei: “We zoeken een Nederlands boek” in de hoop en verwachting dat dat op hetzelfde neer zou komen.

Niet dus. Zonder een moment na te denken wees hij op het boek tussen La Epopya van Machin en een onduidelijk boek dat vraagtekens bij de revolutie durfde te plaatsen. Hij rende meteen naar binnen, want daar lag nog iets Nederlands wist hij.

We hielden het bij Mulisch, want: grappig dat we juist hier dit boek tegenkomen. Op zich al een goed verhaal. We betaalden 3 pesos convertibles (twee euro ongeveer) en gingen op een terrasje zitten.

Pas daar gefronste wenkbrauwen. Er blijkt een opdracht in het boek te staan. “Dedicado en admiración a Comandante Fidel Castro, que con el pueblo cubano da un salto adelante, no de cien, sino de mil años!”

En langzaam daagt wie de opdracht schreef: Harry Mulisch zelf.

“Opgedragen in bewondering aan commandant Fidel Castro, die met zijn Cubaanse volk een sprong voorwaarts heeft gemaakt, niet van honderd maar van duizend jaar!”

Getekend: Harry Mulisch, oktober 1968.

Hét exemplaar van hét boek dat in het oeuvre van de schrijver zo omstreden, zo opmerkelijk maar ook bepalend is, zat tussen zonnebril en Lonely Planet in onze tas. We durfden het niemand te vertellen, in theorie is men op het eiland niet zo onder de indruk van het concept privé-bezit. Maar het zou ons niets verbazen als er voor Fidel een uitzondering werd gemaakt.

Bij thuiskomst controleren we de handtekening. Ene Vasco Verlaan heeft een site met enorm veel gesigneerde Mulischboeken. Het klopt.

Op een taxatiedag van de Universiteit van Amsterdam vallen de schellen van de ogen van het publiek. De antiquaar die de waarde op een paar duizend euro schat heeft er dagen later nog slapeloze nachten van. “Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer het waard wordt.”. Tot nu toe was hij er van overtuigd dat het leukst denkbare literaire hebbedingetje van Mulisch een kaartje aan Gerard Reve uit 1951 was, waarin hij Reve vraagt of hij hem aan een kaartje voor het Boekenbal kan helpen.De vraag is natuurlijk hoe dit boek in handen is gekomen van die Cubaanse boekhandelaar. Heeft Fidel het ooit in handen gehad? Doorgebladerd? Hoeveel geschenken kreeg hij zo rond 1968 opgestuurd van links-intellectuelen? Kreeg Mulisch eigenlijk antwoord?

update bij het overlijden van Mulisch
In eerste instantie gaven de schrijver en zijn uitgever niet thuis toen ik ze met dit verhaal benaderde. Maar de afdeling Bijzondere Collecties van UvA organiseerde een lunch met mij en de schrijver waar hij het boek bekeek en de authenticiteit bevestigde. Hij maakte er meteen een verhaal van, over hoe het werk bij die boekwinkel terecht kwam. “Castro gaat toch niet een boek verramsjen! De bediendes van de Nederlandse ambassade hebben het vast achterover gedrukt!”.

Ook bij Nova College Tour reageerde Mulisch op deze vondst:

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


9 reacties op “Het boek, de schrijver en de commandant”

  1. Het is op zich uiterst opmerkelijk dat lieden als Harry Mulisch zo makkelijk wegkomen met hun adoratie van communistische misdadigers als Castro en Ché Guevara. Als mensen als Mulisch bijvoorbeeld op televisie verschijnen, wordt er zelden of nooit een kritische vraag gesteld. Paul Rosenmöller, die nota bene voor het regime van Pol Pot geld collecteerde, heeft zelfs zijn eigen televisie-programma.

  2. Lisa zegt: 12-06-08 om 18:50

    Geweldig! :)

  3. Barry NL zegt: 12-06-08 om 21:09

    Tjonge, jammer dat Harry Mulisch zelf niet wil/kan reageren.

  4. fucheng zegt: 13-06-08 om 19:53

    dit verhaal is een miniatuurtje van de gedaantewisseling die een mens, zoals Mulisch, kan ondergaan,Daarvoor hoef je hem niet te veroordelen, als ie het zelf ook maar toegeeft. Mooi.

  5. Allemachtig, wat een geweldige vondst. Buikpijn krijg je van die dingen. Vraag die ik nog aan je rijtje zou willen toevoegen: “Hoeveel pogingen heeft Mulisch gedaan een gesigneerd exemplaar aan de commandant toe te sturen?” Want wie (1) dat boek durft te schrijven en (2) het met zo’n afstotelijke opdracht cadeau wil doen, in de veronderstelling dat de begunstigde wel weet wie HM is, of het zich wel door iemand zal laten uitleggen – zo iemand is tot alles in staat. Maar al slingeren er op Cuba tien of honderd rond, het blijft prachtig. Deze heb je maar. Nooit te gelde maken, krijg je spijt van!

  6. Neander Matin zegt: 31-10-10 om 13:49

    Een Bijzonder Mens IS op weg naar dat wat er na Zijn Leven komt.
    Namasté

  7. Hans H zegt: 31-10-10 om 16:06

    Ik weet niet waar de grootste misdadigers vertoeven, heer James! Het lijkt erop dat de wereld meer last heeft -de komende honderd, duizend jaar- van de ideologie die Harry Mulisch indertijd zo verafschuwde. De z.g. afstotelijke opdracht, volgens Wouter van den Berg, zal wellicht in de toekomst minder afstotelijk blijken, als we in Afrika het hoofd niet meer boven water kunnen houden en het kapitalistische systeem werkelijk in elkaar klapt, met alle gevolgen van dien voor allen die nu zo ongegeneerd en onverantwoord uit die ruif eten.

  8. von Kluge zegt: 01-11-10 om 00:12

    Herr Mulisch hat sich vom Nationalsozialismus und vom Deutschtum seiner Jugend abgrenzen wollen, in dem er sich dem internationalen Sozialismus zuwandte. Ganz so, wie es in der DDR sieben Millionen Menschen der Regime-Anhäger ab 1948 taten. Einschl. Bertold Brecht. Nichts von dem was heute uns so erscheint, war auch tatsächlich damals so. Kritisieret jeden Punkt der “etablierten” Geschichte, vor allem der Literatoren!

  9. Frank zegt: 01-11-10 om 16:20

    Een voorwaarde voor een jeugdzonde is dat men zich op jonge(re) leeftijd aan die zonde schuldig maakt. Jong zijn we allemaal geweest en
    bijv. Paul Rosemuller was tijdens in bloedrode communistische periode net in de twintig….eens mens kan gelukkig wijzer worden.
    Maar in 1969 was Mulisch al 42 jaar oud, en liep als “fellow traveller” toch als een verliefde bakvis, kritiekloos en blind voor de ook toen al bekende feiten achter totalitaire communistische regimes aan; en bleef dat doen ook na 1969. Dat is geen “jeudzonde” maar stuitend gebrek aan intelligentie. Laaste is geen schande, wel zeer curieus dat Mulisch (m.n. in het grachtengordel cirquit) zijn reputatie als erudiet “groot schrijver” kon blijven behouden.

Geef een reactie