De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Zestig kinderen in een klas

FietsenstallingHet gebouw is prachtig. Lichte gangen, goed geoutilleerde lokalen, een aparte vleugel met gymzalen en, hoe kan het anders, dit is Almere, een zee van de ruimte en groen rondom de school. Voor de strakke gevel een zee van fietsen en een bescheiden rijtje scooters. En binnen, oh wonder, ruik je de toiletten niet.

‘En het is een leuke school, met gemotiveerde leerlingen’, zegt rector Pieter Hogenbirk. De Openbare Scholengemeenschap Helen Parkhurst is een middelbare school voor Daltononderwijs. Waar vooral ook een beroep wordt gedaan op de verantwoordelijkheid van de leerlingen, op de zelfredzaamheid.

Dat komt in deze tijden goed uit. Want ondanks de fraaie behuizing kampt de scholengemeenschap met een -vooral- randstedelijk probleem. Ieder jaar weer nieuwe vacatures. Ruim veertig waren het er aan einde van het vorige schooljaar. Leraren wisselen veel meer dan vroeger van school. En er is natuurlijk de vergrijzing, hoewel die in Almere nog wel mee valt.

Zet Javascript en Flash aan om deze Flash video te zien.

Geld
Vooral de eerstegraads docenten kunnen bij wijze van spreken vragen wat ze willen. Hogenbirk heeft d’r wel eens eentje moeten laten lopen omdat een collega school een extra schaal bood. Een ander ging naar het particulier onderwijs. Daar geeft hij les aan een klas met acht leerlingen voor hetzelfde salaris.

Geld vergoedt niet alles. Het gaat er om de leraren aan je te binden is de ervaring van Hogenbirk. De sfeer onderling moet goed zijn. `Als je ze binnen hebt moet je ze ook weten te houden’ zegt hij. Docenten moeten de ruimte krijgen zich verder te ontwikkelen. En je moet ze niet overvragen. Niet telkens weer een nieuw plan op ze loslaten. Weer nieuwe methodieken en lesmethodes.`We hebben met z’n allen afgesproken dat we op dat gebied voorlopig vooral rust willen.’ zegt hij.

Dyslectisch
Om te besparen op leraren geeft de school voor enkele vakken gezamenlijke lessen. Zestig leerlingen in één ruimte. Aan de ene kant van het langgerekte lokaal staat bij het schoolbord geschiedenisleraar  Arne van Steenis. In de andere hoek begeleiden twee onderwijsassistentes de leerlingen bij het maken van opdrachten.

Er wordt geconcentreerd gewerkt. Of is dat omdat wij er zijn? Nee, verzekert Van Steenis, zo gaat het meestal.

Zou je dit voor je eigen kind willen, vraag je je af als moeder van middelbare school leerlingen.

‘Ik ben dyslectisch en ik krijg ook in zo’n volle klas voldoende begeleiding’ zegt een jongen ernstig.

Twee meisjes die in de helft van de onderwijsassistentes over hun opdracht gebogen zitten zijn een stuk kritischer.
In een dergelijke setting vallen vooral de slimste kinderen op, is hun ervaring. Die krijgen voortdurend een beurt. En de kinderen die met vragen zitten durven die niet te stellen omdat ze bang zijn voor stom te worden aangezien. Een van de twee meisjes zucht. `Ik zou nooit in het onderwijs willen’ zegt ze, het komt uit d’r tenen en dan beslist: `ik word grondstewardess.’

Op de gewetensvraag of zij het voor haar kinderen zou kiezen zegt de onderwijsassistente: `als ik heel eerlijk ben nee.’ Het is er geen kind voor. Dit systeem vereist nogal wat zelfwerkzaamheid.

Kinderen die ondersneeuwen in zo’n klas met zestig leerlingen, je houdt het altijd, ook in kleine klassen, meent natuurkunde docent Rene Vet. Hij werkt dit nieuwe schooljaar meer dan hij zou moeten. Door z’n leeftijd heeft hij recht op minder uren. Het werden er juist veel meer. Er viel een collega uit en een invaller was niet te vinden.

Petje
Halverwege de gezamenlijke geschiedenisles wisselen de leerlingen van plaats. De ene helft gaat naar het schoolbord de andere schuift aan bij de onderwijsassistentes. `Arne is een goede leraar. Die weet altijd het antwoord als je hem iets vraagt. Maar de onderwijsassistentes weten het soms niet.’ zegt een meisje. Van Steenis, zijn petje achteloos aan de broekband gehangen, heeft het nog massaler meegemaakt. Negentig leerlingen tijdens één les. Het is vermoeiend. Mooi aan dat gezamenlijk lesgeven vindt hij de samenwerking met de klassenassistentes. Samen de les vormgeven daar waar je vroeger gewend was het in je eentje te doen.

`No way dat die van mij ooit zo leskrijgen.’ zegt de camera-man hoofdschuddend. Het duurt nog even voordat hun middelbare school periode aanbreekt. Nog zo’n jaar of tien. Tegen die tijd, als voor minstens vijftien procent van de leraren het pensioen gloort, praten we verder, spreken we af.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


8 reacties op “Zestig kinderen in een klas”

  1. pieter van son zegt: 23-09-08 om 03:59

    Diep treurig dit verhaal. Onderwijs in Nederland. Ik ben er sprakeloos van.

  2. pieter van son zegt: 23-09-08 om 08:56

    Niemand reageert? Ook goed.

    Ik ga een stapje verder. Mijn kinderen hebben hun opleiding gehad in België. Ik ben België daar dankbaar voor.

  3. Piet zegt: 23-09-08 om 09:54

    Ik studeer in Vlaanderen (universiteit), geloof mij maar dat je daar een stuk harder moet werken dan wat we in Nederland gewoon zijn.
    Een belangrijk verschil in de structuur van het onderwijs is dat het in Vlaanderen laagdrempeliger is om leraar te worden. Dit komt doordat ze de pedagogische vorming minder hebben gekoppeld aan de vakinhoudelijke vorming.
    In Nederland moet je om eerstegraadsleraar te worden in een specifiek vak (bijvoorbeeld wiskunde) een specifieke studie volgen (bijvoorbeeld wiskunde met specialisatie leraar). In Vlaanderen volg je eerst een gewone academische studie met een gewone afsudeerrichting en daarna pas een deeltijdsopleiding waarin je de pedagogische vaardigheden leert. Je kiest er in Vlaanderen dus pas voor om een eerstegraadsleraar te worden nadat je al een universitaire studie hebt gevolgd. De eerstegraads-lerarenopleiding is een postacademische opleiding i.p.v. een specialisatierichting binnen een gewone opleiding.
    Zo is het bijvoorbeeld niet ongebruikelijk dat mensen die eerst een wetenschappelijke LO-opleiding volgen (CIOS op universitair niveau) het jaar na hun LO-opleiding deze deeltijds lerarenopleiding volgen en zodoende een lesbevoegdheid krijgen voor bepaalde vakken op bepaalde niveaus. Deze mensen geven dus niet alleen LO maar ook wiskunde (lagere jaren), biologie, natuurkunde en/of scheikunde. Een arts die deze lerarenopleiding volgt mag bijvoorbeeld op alle niveaus les geven in de vakken biologie, natuurkunde en scheikunde (daar hebben ze in principe ook voldoende theoretische basis voor).

    Kortom, in Nederland moet je tijdens de specialisatiefase van een academische studie er voor kiezen om leraar te worden en heb je minder mogelijkheden om buiten het onderwijs te gaan werken, in Vlaanderen volg je eerst een gewone academische studie met een gewone specialisatie (waardoor je sowieso al makkelijke buiten het onderwijs kan werken) en kies je er daarna pas voor om daarnaast een onderwijsbevoegdheid te halen.
    Aangezien een baan in het onderwijs minder goed betaalt dan de privé-sector en je echt maar 1 soort werk hiermee kan doen is het voor veel mensen niet zo verleidelijk om enkel een onderwijsspecialisatie te volgen (zoals in Nederland gebeurt) maar wanneer je al een ‘gewone’ opleiding hebt gevolgd en met een jaar extra studie daarnaast ook in het onderwijs kan staan dan is dit een minder riskante keuze aangezien je kan kiezen tussen het onderwijs en een ‘gewone’ baan.

    Mijn advies aan de Nederlandse overheid is dan ook om ook in Nederland een postacademische lerarenopleiding in te voeren en hiervoor dan ook evenredig langer studiefinanciering te geven. Zo kunnen mensen eerst kiezen voor een ‘gewone’ opleiding en een ‘gewone’ specialisatie en daarna kiezen ofdat ze wel of niet een onderwijsbevoegdheid willen halen. Dit maakt het laagdrempeliger om leraar te worden. Veel mensen willen wel graag leerkracht zijn maar niet ENKEL leerkracht kunnen zijn. Deze mensen vallen in het huidige Nederlandse systeem af en dat is zonde.

  4. Piet zegt: 23-09-08 om 10:00

    Nog even een kleine aanvulling.
    Deze postacademische lerarenopleiding in Vlaanderen is recent (vorig jaar?) omgevormd van een deeltijdsopleiding tot een voltijdsopleiding.
    Je kan ook via de hogeschool direct een lerarenopleiding volgen, dit noemen ze het regentaat. Deze mensen mogen dan enkel les geven voor de eerste 4 jaren van het ASO (havo/VWO) en in de hogere jaren van het BSO (VMBO) en TSO. Zo volgt een huisgenoot van mij het regentaat voor de vakken Engels en Wiskunde.

  5. Ellen zegt: 23-09-08 om 10:24

    @Piet: Ook in Nederland is het mogelijk om na een gewone studie in een jaar een lerarenopleiding te doen. Bovendien is het soms mogelijk om zowel een gewone specialisatie als een lerarenopleiding tegelijk te doen. Vaak kunnen dan delen overlappen en kost het geheel minder tijd.

  6. pieter van son zegt: 23-09-08 om 10:32

    Nog even een kleine aanvulling van mijn kant.
    Mijn oudste dochter staat voor de klas. Middelbare school 4-5

  7. Alexander Bouwens zegt: 23-09-08 om 13:54

    Het probleem in Nederland is niet gebrekkige leraren opleidingen, maar simpelweg te weinig studenten die uiteindelijk voor het leraren vak kiezen.

    Waarom zou je ook?

    Het bedrijfsleven betaald niet alleen beter,
    je wordt ook niet weggepest door een onwillige klas,
    of afgezeken door ouders die vinden dat je het allemaal anders moet doen.

    Daarnaast is de baangarantie die de overheid biedt niet zo bijzonder meer voor hoogopgeleide studenten, er is immers een tekort aan hoogopgeleid personeel op de arbeidsmarkt.

  8. pieter van son zegt: 27-09-08 om 12:38

    Aan Iedereen

    We hebben commentaar. Volop. Geweldig dat de media ons dit allemaal aanbieden. Maar wat gebeurt er nu daadwerkelijk. Wie doet er wat mee?

    Morgen is dit alweer geschiedenis….
    Niet voor mij, als u het me vraagt

Geef een reactie