102.000 namen
Het Melkwegpad in de bossen bij Hooghalen ligt er ijzig bij. Een prachtige winterdag, de oranjerode zon komt net tevoorschijn tussen de bomen. Lopend langs de eerste reuzentelescoop van de Sterrenwacht Westerbork horen we het opeens. Uit luidsprekers die in het gras liggen blijkt later.
Een stem die in een gelijkmatig tempo voorleest. Onverstaanbaar vooralsnog. Als we dichterbij komen horen we “David de Levie, 31 jaar”. En daarna nog een heleboel De Levie’s.
Ik krijg een beklemd gevoel. Alsof iemand langzaam een band aanhaalt om mijn buik en borst. Mijn hart klopt snel. En in mijn keel. Gelukkig ben ik niet alleen.
We lopen door, richting de witte tent die in de verte staat. Achter het monument van de 102.000 stenen, een voor elke gedeporteerde en vermoorde Jood, Sinti, Roma. Rode steentjes met een zilverkleurige davidsster erop.
Binnen gaat het lezen onafgebroken door. Zaterdagavond is het begonnen, woensdag worden de laatste namen gelezen, op de dag dat Auschwitz 65 jaar geleden is bevrijd door het Rode Leger.
Telkens nieuwe voorlezers noemen de namen van de 102.000 Joden en Sinti en Roma die door de nazi’s vermoord zijn in de vernietigingskampen.
Jong en oud wisselt elkaar af bij het voorlezen. De naam Lierens is nu aan de beurt, we komen steeds dichter bij het moment dat de namen van een deel van mijn familieleden voorgelezen gaat worden.
Een lange lijst Van Lochem’s, van Loggem’s ook. Dan zijn we aangeland bij Lopes Cardozo. Ik knijp in mijn vrouws hand, het is bijna zover.
Een klein blond meisje van een jaar of tien neemt het over. Stoer staat ze achter de katheder waarachter ze bijna verdwijnt. Ze leest met heldere stem de eerste Lopes Dias voor. Abraham, nog geen familielid.
Dan is mijn oudoom aan de beurt, David Lopes Dias. Wethouder van Hilversum. Vermoord in Mauthausen op 10 juli 1942, 57 jaar oud. Leo, Michel en Flora, zijn de volgende familieleden waarvan ik de naam gelezen hoor worden.
Later volgen andere takken van de familie: zij dragen de naam Mendes of Schuitevoerder. Ik ben er dan al niet meer. Ruim twee uur luisteren is genoeg.
Ik weet dat de namen van al mijn vermoorde familieleden voorgelezen worden. Dat is een mooi idee. De herinnering levend houden is belangrijk. Daarom is het zo goed dat ook kinderen meedoen aan deze herdenking.
Een sprekender manier om het verhaal van de geplande uitroeiing van de Nederlandse Joden te vertellen is moeilijk voorstelbaar. Sommige namen worden vele keren voorgelezen. Jacob Lopes Dias bijvoorbeeld, een keer of tien. En er zijn er die veel vaker klinken.
Als het meisje dat de namen van mijn familieleden heeft voorgelezen naar buiten komt om even iets te drinken, schiet ik haar aan. Met betraande ogen bedank ik haar voor het voorlezen.
Ik weet niet goed wat ik moet zeggen om haar te vertellen hoe belangrijk het is wat ze heeft gedaan. Om haar niet te overladen met mijn emoties zeg ik verder maar niets. Ik kijk haar dankbaar aan vanonder mijn hoed.
Ze lacht een beetje verlegen naar me en zegt: “graag gedaan”.

En daarom moeten we het altijd levend blijven houden.
een beter en mooier gedeken is volgens mij niet haalbaar!
met diep respect en naar gekeken en geluisterd…
Dit moet elk jaar!!!
Een heel mooi gebaar. Laten we dit alsjeblieft nooit vergeten!
ik las net in een kop op de eerste pagina dat het zou gaan om 102.000 joodse mensen, maar we weten toch dat er ook personen van andere volken en geloven zijn gedood in Westerbork. Ik vind het geen recht doen aan deze doden als er zelfs door de NOS niet zorgvuldig met dit soort aanduidingen wordt omgegaan. Kunnen julie dat nog wijzigen?
Lijkt me een bijzonder ontroerend moment als je zelf van joodse komaf bent en je familie er van dichtbij onder heeft geleden.
Petje af voor de overlevenden die het nog op kunnen brengen om deze herdenkingen bij te wonen, want je beleeft (lijkt mij althans) toch het leed elke keer weer een beetje overnieuw rond deze tijd van het jaar.
Aan de andere kant: er wordt teveel gefocust op herdenken IN PLAATS VAN het trekken van een les uit de geschiedenis. Met de mate van aandacht voor herdenken in absolute zin, is niets mis, maar er wordt te weinig beschouwend en analytisch mee omgegaan.
Leren hoe erg het is wat er gebeurd is, is simpel, iedereen snapt dat het afmaken van 5 tot 7 miljoen mensen een onmetelijke misdaad is. Maar het wáárom is misschien nog wel belangrijker, want om te voorkomen dat deze ellende zich herhaalt, is alleen ‘Dit eens, maar nóóit meer!’ natuurlijk niet genoeg.
De geopolitieke situatie voorafgaand aan de Holocaust zou imo dan ook centraal moeten staan in het geschiedenisonderwijs, náást de menselijke kant ervan, want je moet zowel begrijpen hoe dit kon gebeuren, maar om dat te kunnen dien je je in beide kanten te kunnen verplaatsen. Zowel in het leed van de Joden, als in de beweegredenen van de moordenaars (meestal krijgsgevangenen van Oekraïnse, Baltische, of Poolse afkomst, onder dwang van de SS).
Anders krijgen we geschiedvervalsing zoals het als zondebok gebruiken van loopjongens (zoals Ivan Demjanjuk) of zelfs het vermoorden van onschuldigen (de wederrechtelijke executie van Kriegsmarine-admiraal Alfred Saalwächter bijvoorbeeld) terwijl de hoofdschuldigen allemaal zelfmoord hebben gepleegd.
Dit soort falende inzichten leiden tot collectieve wraakgevoelens tegen het Duitse volk, terwijl het een state of mind was, geen volksaard, die de Holocaust mogelijk maakte. Want laten we niet vergeten dat collectiveren van de schuld (van de Grote Depressie, en de rebellie tegen de Kaiser in 1918 in dit geval) leidde tot de moord op miljoenen joden.
Voor mij staat in ieder geval vast, dat deze ellende zich (op welke schaal of tijdspanne dan ook) weer eens gaat herhalen. En dát te voorkomen, is imo de functie van dit herdenken.
En waar op het gebied van herdenken al op een goede manier ermee wordt omgegaan, is dat bij het opdoen van kennis (bijv. in het geschiedenisonderwijs) en bij het inleven in de problematiek, nog niet het geval.
Hier ligt dan ook een mooie kans voor het ministerie van OC&W.
Ik ben dat meisje van een jaar of tien. Toen ik klaar was met namen lezen, stond u mij op te wachten en vertelde u dat ik uw familie voor had gelezen. Ik wist even niks beters te zeggen dan: “Graag gedaan.” Ik heb best veel Lopes Dias voor gelezen. Achteraf had ik u wel meer willen vragen, maar ik wist niet wat ik moest zeggen. Voor ik het wist waren jullie met z’n tweeen al de deur uit, maar ik glimlachte nog even naar uw vrouw of vriendin.
Ik vind het heel erg voor u, maar door uw betraande ogen zag ik toch een twinkeltje vreugde van dankbaarheid.
Het geheel heeft veel indruk op mij gemaakt. Ik heb het graag voor u gedaan.