Onze ‘hal’ naar het ISS en een raket in onderdelen

De Expeditie 30 bemanning is klaar voor de missie. V.l.n.r. NASA-astronaut Don Pettit, Oleg Kononenko (Roskosmos) en ESA-astronaut André Kuipers.

Het is ijskoud en kraakhelder hier op de lanceerbasis Baikonoer. Hopelijk blijft het zo tot de lancering. De eerste Sojoez-lancering die ik zelf zag was die van Frank De Winne in 2009. Nou ja, zag… ik heb toen niets gezien, vanwege de dichte mist. De laatste lancering met mijn collega’s van Expeditie 30 was in een sneeuwbui. Gelukkig voor de bezoekers van mijn lancering zijn de vooruitzichten nu beter. Al is het wel erg koud, dus moeten de toeschouwers zich echt goed beschermen.

Volgende stap

We hebben een tweede controle gedaan van onze capsule. Voor deze primerka was de Sojoez al netjes ingepakt in een aerodynamisch omhulsel dat de raket door de dichte lagen van de dampkring leidt. Op zo’n 85 kilometer hoogte wordt dat omhulsel er afgestoten en kunnen we naar buiten kijken.
Het ruimtepak trokken we dit keer niet aan, want dat hadden we al getest. De leefmodule is helemaal volgepakt. Met z’n drieën en een technicus kropen we naar binnen. Het was krap en warm en we moesten voorzichtig bewegen, zodat we niet in het gat naar de commandomodule zouden vallen. Het belangrijkste is de inspectie van alle spullen aan boord. Die gingen we langs met een lijst. Ik zag de verschillende pakketten voor de ESA vastgesnoerd op de zogenaamde divan, zoals voorraden voor het Vessel Imaging Experiment en de Nikon D3s fotocamera. Ik moet meteen na de lancering bij de Fuji 3D camera kunnen en bij een medische vragenlijst van een ESA-experiment uit Nederland.

We zijn heel tevreden. Over een paar dagen is dit onze woonkamer, slaapkamer, eetkamer, het toilet en de zolder voor twee dagen. Eigenlijk is het ook de hal – met deur – naar ons échte huis voor een half jaar: het internationale ruimtestation ISS. Na de inspectie ondertekenden we officiële documenten dat het toestel in orde is. En net als na de eerste primerka rapporteerden we aan de commissieleden over onze bevindingen. Na de laatste controle hebben we nog een sociaal moment gehad met de directeur van Energia hier op de lanceerbasis Baikonoer. En met de doktoren en het management van het kosmonauten trainingscentrum in Sterrenstad. De Sojoez is er helemaal klaar voor. Maar hoe staat het met de raket? Dat is de volgende stap. De raket ligt nog in verschillende stukken in de assemblagehal in het gebouw naast de hal waar de Sojoez-capsule ligt.

Machtig moment!

De vele rode uitlaten van de motoren van de eerste en tweede trap zijn prachtig om te zien als ze boven je uittorenen. De derde trap ligt nog los en de laatste voorbereidingen voor het aan elkaar vastmaken worden nu getroffen. Op dit moment kunnen we nog recht in de motoren kijken en de trap aanraken die ons het laatste stuk in de ruimte gaat brengen met 28.000 kilometer per uur. Een machtig moment! Toen we de hal uitliepen hebben we ons allemaal verbaasd over het feit dat al die losse trappen, de capsule en de ontsnappingraket die er bovenop komt, ons als een geheel over een paar dagen door de dampkring de ruimte in schiet…

 

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


2 reacties op “Onze ‘hal’ naar het ISS en een raket in onderdelen”

  1. paul rikmans zegt: 19-12-11 om 17:24

    De NOS besteed overdreven aandacht aan deze ruimtevlucht. Waarom? Lees over UFO’s of zechariah Sitchin, en zie hoe outdated dit is.
    Kortom: goed voor het hobbycircuit, maar niet voor de NOS.

  2. Ralf zegt: 01-01-12 om 12:28

    Hier kan niet genoeg aandacht aan worden besteedt. Alleen de mens is in staat om van zijn nieuwsgierigheid echt iets van te maken. Zoals de zwaartekracht ontsnappen en willen begrijpen hoe alles in elkaar zit. De ultieme drijfveer van ons bestaan wat mij betreft. Tegelijkertijd ben ik me pijnlijk bewust van het feit dat ik met deze mening tot een kleine minderheid behoor (anders zouden veel minder mensen de Telegraaf kopen). Dus ik wil de NOS aanmoedigen om vooral door te blijven gaan met dit soort onderwerpen. De wereld kan wel wat meer optimisme gebruiken.

Geef een reactie