Goed Bestuur op de eilanden kan wél worden afgedwongen

Artikel van Bosman en Van Raak in de Volkskrant

‘Nederland kan goed bestuur niet afdwingen als bestuurders op de eilanden dat niet willen’, schreven VVD-Kamerlid André Bosman en zijn SP-collega Ronald van Raak maandag in de Volkskrant. De constatering van beide politici leidt tot de conclusie dat de eilanden maar beter voor een gemenebest-constructie kunnen kiezen. Vriendjes blijven, maar niet meer bij elkaar komen slapen, wordt hier op Curaçao gezegd.

Goed bestuur is echter wel degelijk af te dwingen en er wordt dan ook druk mee geëxperimenteerd. Niet alleen op de voormalige Antilliaanse eilanden zelf, maar ook op de Caribische eilanden van het Verenigd Koninkrijk. In beide koninkrijken is daarvoor een speciale rol weggelegd voor de Gouverneur. De experimenten met een opgepoetste of nieuwe rol van deze vertegenwoordiger van de Kroon geven een andere invulling aan de oude koloniale banden. En het heeft succes!

De gouverneur van Curaçao, Lucille George-Wout

Statuut
Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de onderlinge relaties en wederzijdse verantwoordelijkheden van de landen in het Koninkrijk. Uit de officiële toelichting op het Statuut blijkt dat de waarborgfunctie van de Koninkrijksregering voor goed bestuur slechts dan aan de orde is wanneer in een van de Caribische Landen geen ‘redres van een ontoelaatbare toestand mogelijk is’. Vanaf 1954 -bij de ondertekening van het Statuut – tot aan 2012, toen de Curaçaose regering van Gerrit Schotte een aanwijzing kreeg, wist de Nederlandse regering zich eigenlijk geen raad met deze bepaling. Gevangen in de angst voor koloniaal te worden uitgemaakt, mat Nederland zich een laissez faire houding aan.

Pas na de aanwijzing op Curaçao in 2012 en het rapport van de Commissie Rosenmöller en Transparency International op dat eiland en een rapport van de Commissie Wit en PricewaterhouseCoopers op Sint Maarten, kwam het besef in Den Haag dat de landen niet in staat zijn dergelijke toestanden zelf op te lossen. Dat de eilanden wellicht toch niet beschikken over alle noodzakelijke democratische voorzieningen om alle burgers bescherming te bieden is ook in Den Haag inmiddels duidelijk geworden. De ingrepen hadden hoogstwaarschijnlijk voorkomen kunnen worden wanneer de Koninkrijksregering in de voorafgaande periode actief invulling had gegeven aan de waarborgfunctie.

Het is in deze context dat onder leiding van Bosman’s eigen VVD een nieuwe weg is ingeslagen in de relatie met de eilanden. Eerst kwam er in 2012 de ingreep op Curaçao, die een succesvol einde maakte aan het smijten met geld door de regering Schotte. Toen volgde de ingreep op Aruba – waarbij ondanks een hongerstakende premier – Nederland met succes het eiland weer bij de les kreeg om z’n begroting in orde te maken. Tenslotte greep Nederland in op Sint Maarten om te voorkomen dat een corrupte regering zou worden geïnstalleerd. Dat deze ingrepen weerstand oproepen is niet zo verwonderlijk. Tot 2012 pamperde Nederland de Antilliaanse eilanden en betaalde aan het eind van de problemen altijd weer de rekening. Het is dus even wennen, die nieuwe aanpak.

Dr. Oberon Nauta (foto: Duco de Vries)

Alternatief
In het Nederlands Juristenblad van oktober dit jaar, doet dr. Oberon Nauta een belangwekkend pleidooi voor de alternatieve rol van de gouverneur in de relatie tussen moederland en autonoom overzees gebiedsdeel. Nauta is bestuurskundige en promoveerde aan de Universiteit van Utrecht op het onderwerp goed bestuur in de Caribische rijksdelen. Hij kijkt daarbij naar het alternatief waarvan de Britten hebben aangetoond hoe op een relatief eenvoudige manier effectief invulling gegeven kan worden aan de waarborgfunctie.

De Gouverneur in de British Overseas Territories (BOT’s) vertegenwoordigt net als op de Nederlandse eilanden, de Kroon en is hoofd van de regering. Het cruciale verschil is dat de Gouverneur in het Britse model daadwerkelijk die rol uitoefent en iedere vergadering van de besloten ministerraad aanwezig is. En dat is doorslaggevend volgens de Britten voor een relatief soepele relatie met de overzeese eilanden en het hoge niveau van goed bestuur aldaar.

Zijn aanwezigheid creëert, volgens Nauta, een situatie waarin op een laagdrempelige manier en onder de radar van de media op het hoogste bestuurlijke niveau kan worden afgestemd. In lokale aangelegenheden houdt hij zich afzijdig, maar wordt er naar het oordeel van de kroonvertegenwoordiger gesjoemeld met goed bestuur, dan mengt hij zich in de discussie. Nauta stelt dat de Britten hierdoor praktisch nooit gebruik maken van hun formele bevoegdheden en kunnen volstaan met de informele invulling van de waarborgfunctie.

Juridisch kan het, want de formele rol van de Gouverneur zoals vastgelegd in het Statuut, de afzonderlijke Staatregelingen en de Reglementen voor de Gouverneur staat hem al toe bij de vergaderingen aanwezig te zijn en ‘toezicht te houden op de naleving van de rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur en van de verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties’, aldus Nauta.

De uitdaging is niet om, zoals Bosman en Van Raak bepleiten, weer een nieuw staatkundig verband te verzinnen. Zeker niet als die alleen maar uitgaat van het schoonvegen van het Nederlandse straatje. De uitdaging is om af te rekenen met de politieke traditie van 60 jaar Statuut. Een periode waarin Nederland koste wat kost wilde voorkomen neokoloniaal gedrag te worden verweten. Een periode  waarin Nederland zich 60 jaar lang afzijdig hield van echte opbouwende bemoeienis met een democratie in wording.

-0-0-0-

  1. Doe het zelf – Commissie Rosenmöller (september 2011)
  2. National Integrity System Assessment Curaçao – Transparency International (juni 2013)
  3. Eindrapport Commissie Integer Openbaar Bestuur – Commissie Wit  (juli 2014)
  4. Integrity Inquiry into the Functioning of the Government - PWC (oktober 2014)
  5. Waarborging van goed bestuur in de West – O. Nauta (oktober 2014)

 

Tags: , , , , , ,

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie