Noord-Koreaanse toestanden in Belgisch parlement
De opening van het Belgische parlementaire jaar is normaal een leuke, misschien zelfs feestelijke aangelegenheid. Maar vandaag de dag zijn er niet veel vrolijke gezichten te vinden in Brussel. Na maanden onderhandelen is er nog steeds geen nieuwe regering. Gezien het openlijke geruzie van de partijen in de media blijft het onduidelijk op welke termijn er wel eentje zal komen.
De politieke situatie is zelfs zo erg dat Kamervoorzitter André Flahaut besloot om geen pers meer toe te laten in de wandelgangen van het parlement. Journalisten mochten alleen nog maar in de welkomsthal komen. Zodoende zouden ze “de gang van zaken niet te veel kunnen belemmeren”, aldus Flahaut. Deze verbanning viel erg slecht bij de Belgische media. Tim Pauwels, politiek analist van de VRT, vond het zelfs “een beetje Noord-Koreaans aanvoelen”.

Wanneer ik zelf de spraakmakende welkomsthal binnenloop heb ik eerst het gevoel dat ik een paleis ben binnen gelopen. De ruimte is voorzien van mooie goudkleurige kroonluchters en de rode loper is uitgerold. Maar al snel vervliegen de gedachtes over prinsen en prinsessen uit mijn hoofd wanneer ik me meng in de massa journalisten die de ruimte bevolken als bijen in een bijenkorf. Sommigen zijn bezig met het interviewen van een verdwaalde politicus, anderen wachten rustig tot ze naar huis mogen. Een enkele journalist besluit maar een collega voor de camera te interviewen, waarschijnlijk hopende dat deze nog een nieuw licht op de situatie kan laten schijnen.

Mijn oog valt op een tafeltje met daarop de enige televisie in de ruimte. Op het scherm zie ik dat de zitting van het parlement al is afgelopen. De journalisten die achter het tafeltje zitten blijken bij het Vlaamse politieke programma Villa Politica te horen. Ik word direct voorgesteld aan presentatrice Linda de Win. Zij is niet te spreken over de maatregelen van Flahaut, omdat die het werk van de journalisten erg moeilijk maakt. “Eerst konden we gewoon mensen aanschieten op de gang, maar nu moet je ze sms’en en maar hopen dat ze tijd vrijmaken om even naar beneden te komen voor een gesprek”. Bovendien klaagt ze over de slechte akoestiek in de ruimte waarin we ons bevinden: “het is een kakofonie aan geluiden hier”.
Even verderop loop ik tegen een ietwat ongeïnteresseerde cameraman aan. Terwijl hij druk aan het sms’en is vertelt hij mij dat hij hier aanwezig is voor het maken van een documentaire over – hoe toepasselijk – de relatie tussen de pers en de politiek. De maker van de film is Pascal Poissonnier. Hij is al sinds de dag van de verkiezingen bezig met het schieten van beeldmateriaal. Stiekem had hij gehoopt dat hij nu wel klaar zou zijn met filmen, maar de netelige politieke situatie in België houdt hem voorlopig aan het werk. Wel raakt zijn budget binnenkort op, dus binnenkort zal hij de documentaire, die ironisch genoeg ‘No Comment’ gaat heten, af moeten hebben. Zelf heeft hij ook niets te zeggen over de situatie van vandaag.
Tussen de vele journalisten, camera’s en wirwar van kabels valt mij één persoon in het bijzonder op, en zij is geen journalist. Het is Caroline Gennez, partijvoorzitster van de SP.A. Net als vele andere Vlaamse politici vindt zij de maatregel van Flahaut nogal overdreven, al benadrukt ze dat het “vroeger ook niet ideaal was”. Het gaat er volgens haar dan ook om de befaamde gulden middenweg te vinden. Uiteindelijk verzekert ze me dat het wel goed komt, want “als we dit nog niet eens opgelost krijgen, zullen we ook nooit een regering krijgen”. Nadat ze dit heeft gezegd glimlacht ze naar me en geeft me een veelbetekenend klopje op de schouder.
Dan zie ik dat de zaal inmiddels zo goed als leeg is en besef ik dat het tijd is om te gaan. De plicht van de journalisten zit er weer op. Op naar volgende week. Dan heeft Flahaut met vertegenwoordigers van de pers gepraat en hopelijk zijn de Noord-Koreaanse toestanden dan verleden tijd.


