China’s buitenlandse mediabeleid: hard vs. soft power
Lunch bij de Chinese ambassadeur thuis. In Wassenaar. Leuk, is mogelijk uw reactie. Om te klinken op de fijne samenwerking, staat in de uitnodiging. Niet leuk dus, fout! Is de Pavlov-reactie van de gemiddelde journalist. Als een vertegenwoordiger van de overheid – zeker als die overheid in eigen land journalisten opsluit – vindt dat de samenwerking goed verloopt, dan doet de journalist zijn werk niet goed. Is de achterliggende gedachte.
Maar is dat zo? Wat is journalistiek? Eén (ongetwijfeld onvolledige) definitie zou kunnen zijn: een zo evenwichtig mogelijk beeld van de situatie geven, waarbij alle partijen aan het woord komen – zodat het publiek zelf een oordeel kan vormen.
Dat is in ieder geval waar de NOS in de berichtgeving over China naar streeft. Dus we berichten over alle kanten van de Chinese samenleving: schendingen van mensenrechten, economische groei, handelsconflict, buitenlandse investeringen, melkschandalen, milieuvriendelijke technologie.
We gaan naar Xinjiang om de Oeigoerse onvrede te laten zien, maar laten in dezelfde reportage ook zien wat de Oeigoeren volgens China hebben vernield. En we laten de Dalai Lama aan het woord als hij naar Nederland komt, maar de Chinese ambassadeur krijgt ook ruim baan om China’s onvrede over het bezoek te spuien.
Dat geeft overigens meteen aan dat er veel is veranderd: in het recente verleden kon je als journalist überhaupt niet naar Xinjiang, rellen of niet. En een reactie van de Chinese overheid kwam via één kanaal, op de wekelijkse persbriefing van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Peking.
Maar China heeft ontdekt wat Amerika al langer wist: dat “soft power” net zo belangrijk is als “hard power”. Met honing vang je nu eenmaal meer vliegen dan met azijn, en de huidige, liberale Chinese ambassadeur Zhang Jun doet dat beter dan veel van zijn voorgangers. Hij nam bijvoorbeeld kort na zijn aankomst in Nederland deel aan de NOS Live Chat, waar hij onvoorbereid allerlei lastige vragen kreeg over Tibet, de Olympische Spelen en mensenrechten.
China is kortom slimmer geworden in het bespelen van de media, en als het goed is zijn journalisten zich daarvan bewust. Maar is dat erg? Nee, want het stelt journalisten in staat om met eigen ogen te zien wat er in Xinjiang gebeurt, in plaats van te moeten gissen. Journalisten kunnen hun werk nu kortom beter doen, niet slechter.
