De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Roadblocks in Irak

Hoe blijf je als journalist veilig in een land waar elke dag bommen ontploffen, ongeveer iedereen een wapen draagt en om de paar kilometer een roadblock staat? Na bijna zes weken Irak heb ik een paar lessen geleerd die handig zijn voor ambitieuze jonge journalisten.

foto: Salar Jaff

Ik reed 21 jaar geleden mijn eerste roadblock binnen. Het was in Afghanistan, waar de Russen net weg waren getrokken. De Taliban kenden we toen nog niet. Ik droeg een oranje jas om zoveel mogelijk op te vallen, want in die dagen waren journalisten juist geen doelwit van vechtende partijen. Je moest opvallen, vond ik, zodat de scherpschutter in zijn kijker meteen doorhad dat hier geen Afghaan rondliep. Bij de roadblock aan de rand van Kaboel werden we als buitenlanders meteen apartgenomen en vriendelijk ontvangen. We kregen veiligheidsadvies voor de komende kilometers en thee, zoveel we wilden. Toen we later bij een checkpoint van de tegenpartij aankwamen gebeurde hetzelfde. “Wat bijzonder dat jullie ons verhaal komen aanhoren,” zeiden de mannen opgewekt. Het was niet onze oorlog en dat werd door alle partijen erkend.

Doelwit

Dezer dagen is die situatie zoals bekend geheel omgedraaid. We zijn soms ook doelwit, van regeringen tot Al Qaida. Dus de roadblockroutine is anders geworden.
“Maak geen oogcontact,” zegt mijn fixer Salar Jaff voor we vertrekken op een reis naar Naseriya, in het zuiden van Irak. Salar is grootmeester in roadblock-tactieken. Hij rijdt al zo’n negen jaar journalisten door zijn land. En niet de makkelijkste. Als bureaumanager van de Los Angeles Times reed hij met kwetsbare Amerikaanse journalisten rond. “Maar ik heb er nooit een verloren,” zegt ie trots.
Ik moet van hem onopvallend blijven. Mijn neiging om vriendelijk te zijn tegen roadblocksoldaten moet ik afleren. Hij plaatst me rechtsachter in de wagen, want de roadblockmannen kijken altijd van de bestuurderskant in de auto. “Draag saaie kleding. Gooi die hippe Amerikaanse zonnebril aan de kant. Blijf altijd in de wagen, ook als ik eruit moet om te praten met de soldaten. Spreek nooit Nederlands of Engels als we een roadblock benaderen.”
Zijn Amerikaanse verslaggevers moesten ook nog eens hun snor laten staan en hun haar verven als ze blond waren. “Be as much Iraqi as possible. Do not behave like a spotlight.”
De adviezen van Salar blijken enorm goed te werken. Bijna alle roadblocks die we in de afgelopen weken passeerden verliepen gladjes. We hebben er een “iPhone-procedure” voor bedacht. Zodra we op een roadblock afrijden pak ik mijn iPhone en staar naar beneden, alsof ik een Iraqi ben die zo gewend is aan deze procedure dat ik niet eens meer opkijk van m’n game of email. Het werkt.
De chauffeur en Salar spreken de soldaten meteen aan als we binnenrijden. “Habibi!” (Vriend). Ze stellen vragen over veiligheid, de route of de uitslag van de laatste wedstrijd van Barcelona of Real Madrid. “Hebben jullie wapens?” is een veelgestelde vraag. “Habibi, wij wapens? Jij bent ons wapen!” Meestal volgt een glimlach. Ze hebben meestal geen enkele aandacht voor die man op de achterbank die op zijn telefoonscherm zit te kijken. Ze zien een kale en gebruinde schedel.

Zo zijn we naar de grens met Syrie gereden (5 uur), naar Naseriya (4 uur) en naar Basra (5 uur). We zijn een keer door de woestijn gereden om juist roadblocks te vermijden, maar achteraf vond Salar dat toch te gevaarlijk. Op een traject van 250 kilometer kwamen we slechts drie auto’s tegen. “Als we hier autopech krijgen of worden tegengehouden lopen we veel te veel risico’s,” zei hij. Sindsdien kiezen we de normale routes door Irak.

GPS tracker

Salar eist van de chauffeur dat ie de auto helemaal controlleert voor we vertrekken. Hij belt zijn oude LATimes stringers langs de route om te vragen hoe de veiligheidssituatie is langs de weg. Zijn er incidenten geweest? Zijn er spanningen op dit moment? Hij maakt er heel professioneel werk van.

Foto: Salar Jaff

Ik rij rond met een GPS tracker, zodat de redactie in Hilversum voortdurend kan zien waar ik ben. Dus mocht ik verdwijnen dan is in elk geval bekend waar ik recentelijk verbleef. Er zit ook een noodknop op het apparaat, waarmee ik de redactie kan alarmeren dat er iets fout gaat.

Het is van levensbelang om veilig te zijn als je ergens gaat filmen. Want dan word je opeens die ‘spotlight’. “Er is een buitenlander met een camera” raast het door het geruchtencircuit in elke wijk of dorp, zodra ik mijn eerste shot ga draaien. Ook daar kun je je als journalist tegen beveiligen. Voordat we naar een dorp of andere stad gaan zorgen we ervoor dat een invloedrijk persoon aldaar ons heeft uitgenodigd: een lokale commandant, de gouverneur, een sjeik of wie dan ook. Zodra we bij de roadblock van die plek aankomen en er vragen worden gesteld kunnen we dan zeggen: “We worden verwacht bij…”. Dat helpt enorm. En als we eenmaal bij onze gastheer zijn zal hij alles in het werk stellen om ons te beschermen. Dat raakt de Arabische eer. De gouverneur van Basra riep meteen zijn politiechef en zijn legerchef bij zich in het kantoortje en dwong ze om hun mobiele telefoonnummers aan ons te geven. “Bel meteen als je ergens wordt lastiggevallen,” zei hij. Hij wilde ook een zwaar bewapende politie-eenheid met ons meesturen, maar dat wilde ik niet. Dat zou onze vriendelijke uitstraling bij bewoners teniet doen. Salar vond meteen het juiste argument. “Niet doen, want dan denkt deze Nederlander dat het hier levensgevaarlijk is in uw regio!” Dat vond de gouverneur overtuigend.

En zo rijd ik hier relatief veilig door allerlei gebieden. Wie de baas is krijgt mij op bezoek. Ook als het tegenstanders van de heersende authoriteiten zijn. Irak is een heel hierarchisch land. De bevolking volgt hun leiders, of ze bewindvoerder zijn of boef.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


6 reacties op “Roadblocks in Irak”

  1. Mooi indrukwekkend verhaal Lex.

  2. Interessant verhaal!

  3. Dan zegt: 10-03-12 om 20:32

    Geeft een goed beeld van de situatie.
    Daarmee kan ik me nu goed voorstellen dat het land in een permanente staat van oorlog en spanning verkeert.
    Geheel anders dus dan voordat het land bij herhaling het doelwit werd van de VS.

  4. SevenCirkel zegt: 12-03-12 om 19:46

    @Lex Runderkamp

    Wat ik mij afvraag: Moet er nooit betaald worden? Want is het niet zo dat als je een of andere Irakees speelt die een chauffeur heeft en ongeïnteresseerd naar z’n I-phone-tje zit te staren (zoals een groot deel van het volk hier), je dan misschien ook wel wat geld kan missen? Of heb ik even wat gemist en is Iraq echt bevrijd en leven ze ineens in een samenleving waar geen corruptie meer is?

    En dan nog wat anders. Je vermeld dat jij zeker niet de enige klant bent van deze “fixer”. Dit doet mij vermoeden dat hij ondertussen wel bekend is bij wat van die “roadblocks”. Ik neem aan dat jij hem betaald. Is het dan niet aannemelijk dat hij wat van deze “rijkdom” doorspeelt naar anderen (militairen bijvoorbeeld), om het zo wat makkelijker voor zichzelf te maken? Of sla ik de plank nu finaal mis, en neemt hij elke keer weer een 100%risico om voor wat dollars een Nederlander door een stad (Lees: oorlogsgebied) te rijden?

  5. Lex Runderkamp zegt: 12-03-12 om 20:18

    Nee, er moet nooit betaald worden aan soldaten of politie bij roadblocks. Nee, Irak is niet bevrijd van corruptie. En nee, mijn fixer Salar Jaff werkt hier als journalist en fixer om geld te verdienen. Hij was 9 jaar manager van het bureau van de Los Angeles Times in Bagdad. Wegens bezuinigingen in de VS is het kantoor onlangs gesloten. Hij weet niet anders dan dat er oorlogen en problemen in zijn land zijn, van de dictatuur van Saddam tot heden ten dage. Dus hij is er aan gewend, weet hoe hij zich staande moet houden en is een gedreven feiten zoeker. Dus eigenlijk ja, je slaat de plank volkomen mis. Maar toch leuk dat je gereageerd hebt.

  6. SevenCirkel zegt: 13-03-12 om 19:12

    @Lex Runderkamp
    Oh, meneer runderkamp. Prima. Weliswaar een herhaling van “informatie”, maar prima. Wat mij eigenlijk het meest verbaasd, is al die geheimzinnigheid. En het schetsen van een “James Bond” achtig scenario. Want ondertussen weet iedereen dat je er bent en waar je bent. Lijkt mij niet echt een objectieve situatie voor je berichtgeving als je eerst langs de “baas” gaat om te zeggen dat je een journalist bent die even in zijn gebied komt rondkijken. Of heeft dit wellicht geen invloed op het nieuws dat je wilt brengen?

Geef een reactie