Willem en het ouder worden
Sprak op paaszaterdagavond tijdens een kookfeest ter gelegenheid van het 10 – jarig bestaan van mijn wijnhandelaar (superidee!) met een man van 67 jaar oud die twee jaar geleden stopte met werken. Gedwongen, want, zo vertelde hij onder het bereiden van een heerlijk toetje, ‘ik was daar in het geheel nog niet aan toe’. Hij, laten we hem Willem noemen, werkte in de semi publieke sector als taalwetenschapper. ‘Zoiets als bij Het Bureau van Voskuil’, zei ik. ‘Beter kun je het niet verwoorden’, zei hij. Voor Willem in ieder geval geen plek waar hij met gemak een behoorlijk netwerk kon opbouwen voor de periode ná zijn gedwongen vertrek.
Ik vraag hem of hij bijvoorbeeld niet met een paar vrienden iets kan bedenken waarmee hij toch iets voor onze samenleving kan doen. Dat moet toch niet zo heel moeilijk zijn, riposteerde ik. Maar volgens Willem vergiste ik me daar dan toch behoorlijk ik. Hij vertelde me teleurgesteld dat hij in zijn sociale omgeving helaas niet veel leeftijdgenoten meer tegen komt die nog iets voor onze samenleving willen betekenen. ‘De meeste mensen vinden het zo wel best. Willen genieten van hun pensioen. Kan ik best begrijpen hoor, maar dat wil ik niet. Zingeving, daar gaat het mij meer om’.
Uit dit gesprek blijkt dat we als samenleving nog steeds niet goed kunnen omgaan met ‘ouder worden’. De arbeidswetgeving enthousiasmeert werkgevers en werknemers nou niet bepaald om mensen van 65 jaar of ouder op de een of andere wijze aan het werk te houden. Ik ben zelf (inmiddels) 53 en hoop dat het mij gegeven is dat ik nog lang kan werken en dat ik dus nog een behoorlijke bijdrage kan leveren in deze maatschappij.
Ook als algemeen directeur van de NOS loop ik vaak aan tegen deze problematiek. Op ouder wordende collega’s is ook onze organisatie nog steeds niet goed ingesteld. We maken ons vooral druk, en dat is heel terecht, voor een goede invulling en uitvoering van diversiteitbeleid; proberen meer vrouwen op leidinggevende posities te krijgen; overleg ik met de ondernemingsraad over de invulling van modern personeelsbeleid (instroom, doorstroom, uitstroom), maar zie in de afgelopen vijf jaar dat ik nu directeur ben, toch té gemakkelijk goede kennis en kunde van onze ouder wordende collega’s ‘weglekken’ doordat ze vertrekken, al dan niet uit vrije wil. Dat doen we niet goed.
Ik was een paar weken geleden bij CNN tijdens Super Tuesday en zag hoe daar oude rotten als Wolf Blitzer (gisteren 60 jaar geworden) en Lou Dobbs (63) in een hip en cool decor (The Situation Room) rond dartelden alsof ze 18 waren. Ze maakten nu niet bepaald de indruk er binnenkort mee te willen op houden. Zo kan het dus ook, dacht ik bij mezelf. Natuurlijk, wij hebben bijvoorbeeld Jean Nelissen (De Neel) die, 71 inmiddels, nog steeds zijn onvermijdelijke wielerkennis inbrengt bij Studio Sport. En Philip Freriks is ook de jongste niet meer, maar wel van grote waarde. Maar ik moet bekennen, echt een professioneel en doordacht ouderdomsbeleid kennen we nagenoeg niet. Werk aan de winkel dus.
Maar na mijn gesprek met Willem (nog veel dank voor het heerlijke toetje trouwens) ben ik er vast van overtuigd dat we echt inhoud moeten gaan geven aan het begrip ‘ouder worden’ en daarmee niet zomaar hele waardevolle kennis en kunde de lucht in laten vliegen.
Tot slot ga ik mijn netwerk maar eens aanspreken zodat ik ervoor kan zorgen dat óók Willem uiteindelijk weer een zinvolle bijdrage aan deze samenleving kan geven.
Lijkt me een mooie Paasgedachte….

Mooie blog Gerard! Er wordt inderdaad veel gesproken over langer doorwerken maar in de praktijk blijkt dat dus alleen te kunnen als je over een netwerk beschikt. Zoals je zegt, gaat er zo veel kennis en kunde verloren. Laten we eerst maar eens proberen om de mensen te behouden die nog graag willen voordat we overgaan tot het verplicht oprekken van de pensioenleeftijd.
En een beleid is vaak ook een kwestie van creativiteit zonder gelijk te verdwalen of vast te lopen in een keur van regels en procedures. Veel succes!
En … zeker een mooie paasgedachte.