Stay connected?
Het is nog niet eens zo lang geleden dat je in de bergen niet of nauwelijks was te bereiken. Dagenlang te voet op weg naar een telefooncel om contact met thuis te zoeken. Zo heb ik het vroeger heel vaak meegemaakt. Maar gelukkig slaat de digitale revolutie onverbiddelijk zijn slag. Ik kan me herinneren dat ik een jaar of zes, zeven geleden, zo ongeveer iedereen had toen ook al een mobiele telefoon, tijdens een bergsportvakantie in Noorwegen uiteindelijk een email-verslag naar huis kon sturen met behulp van een eerste generatie palmtop (psion) nadat een paar Noorse collega-bergsporters me hadden verteld dat ik vanuit de berghut, waar ik toen was, een paar honderd meter omhoog moest klimmen. Dan vond ik vanzelf een plek waar je een prima gsm-verbinding had. Via een infraroodverbinding met mijn gsm-telefoon kon ik het bericht verzenden. Een fascinerende ervaring.
Dat deed me destijds denken aan het gruwelijke verhaal dat de Amerikaanse klimmer en schrijver Jon Krakauer beschrijft in ‘Into Thin Air’. Rob Hall, de Australische leider van een commerciële Mount Everest expeditie bereikte de top van ’s werelds hoogste op 10 mei 1996, maar nam te veel risico door te laat naar boven te gaan en wist dat hij nimmer terug zou keren. Met zijn satelliettelefoon belde hij naar zijn vrouw, zojuist bevallen van een baby. Hij haalde daarmee alle voorpagina’s. Hall en acht andere expeditieleden overleefden de beklimming niet.
De afgelopen week was ik, niet geheel toevallig, weer eens in mijn geliefde Noorwegen. In wit besneeuwde bergen, maar een stuk veiliger dan op de Everest. De hele week in een mooie berghut bij Gåla. Meters sneeuw. De global warming leek hier nog geen grip te hebben op de veranderende natuur.
Ik merkte weer eens hoe moeilijk ik het vind om me af te sluiten van de buitenwereld als de digitale verbindingen gewoon blijven werken. Midden in de sneeuw, op ruim 1000 meter hoogte, op ruim twee uur rijden van Lillehammer werkt mijn blackberry moeiteloos en is het ook geen enkele probleem om mij MacBook via een mobiele verbinding contact te laten maken met het internet. Stay connected!
Dat heeft zo zijn voor- en zijn nadelen. Het grote voordeel was dat ik bijvoorbeeld iedere ochtend de interactieve loipekaart kon bekijken. Waar is de sneeuw het best geprepareerd? Hoe is de exacte weersverwachting? En wat is het laatste nieuws? Toch gemakkelijk om zo ver van de buitenwereld de verslagen over het Wilders-debat te kunnen lezen. En ik houd gemakkelijk contact met ‘Hilversum’. Lees iedere dag even mijn mail en voer enkele noodzakelijke (mobiele) telefoongesprekken. Of is dat laatste juist een nadeel?
Zo had ik er wel even de pest in toen ik hoorde dat er afgelopen woensdag een bericht over het ‘grote verloop op de NOS Nieuwsvoer’ in de Volkskrant was verschenen. Via een email, een dag eerder ontvangen van een lid van de Ondernemingsraad (die om commentaar was gevraagd) zag ik de publicatie al van verre aankomen. Ik loop al heel wat jaren mee, maar ik kan maar moeilijk wennen aan het feit dat zo’n beetje alles wat maar een beetje afwijkt van het normale bij de NOS voor andere media direct tot nieuws wordt gebombardeerd. Ook vind ik het niet normaal dat eigen medewerkers informatie (emails, stukken etc.) bewust naar een krant doorsturen, maar dat is bij de NOS eigenlijk van alle tijden, waar nauwelijks iets aan valt te doen. Ik krijg de publicatie in de Volkskrant snel doorgemaild van mijn secretaresse en stel snel vast dat er eigenlijk niets in staat. Natuurlijk, ook mij is het opgevallen dat er de laatste maanden wel veel collega’s naar andere media vertrekken. En natuurlijk voeren we gesprekken met de ‘vertrekkers’ om er hun beweegredenen te komen. En we (directie en hoofdredactie Nieuws) nemen ook de zorgen van de Ondernemingsraad heel serieus. We willen graag een ‘open’ organisatie zijn; we bestaan immers omdat het publiek vindt dat we moeten bestaan. Geen geheimen dus. Maar het ontgaat me geheel waarom de Volkskrant hier nu zo’n ‘rellerig’ stukje over maakt, zo goed als het me ook nog steeds onduidelijk is waarom vanuit ‘eigen huis’ bewust informatie naar buiten wordt doorgespeeld.
Ondanks het feit dat de wereld inmiddels een huiskamer, of beter gezegd, je eigen werkkamer is geworden door alle digitale toepassingen, besluit ik mijn dag er niet door te laten vergallen.
Misschien had ik toch beter al die randapparatuur thuis moeten laten?

Zeer geachte heer Dielessen, Zeer leerzaam stukje hoor. Hoe vaak maakt de NOS gebruik van info uit het ‘eigen huis’ van anderen? Waarom zou dat niet mogen of kunnen binnen het huis van de NOS? Eerder heb ik u al gevraagd waar de grens van de behoefte aan transparantie ligt. Helaas geen antwoord. Kennelijk heeft de Volkskrant die grens nu ontdekt.
Overal bereikbaar.
George Orwell anno 2008
Kennelijk kun je het begrip transparantie op verschillende manieren uitleggen. Wat mij betreft leidt transparantie er toe dat de NOS zich op een juiste en open manier kan verantwoorden naar de instituten die ons de opdracht hebben gegeven nieuws- en sportuitzendingen te maken. De politiek (dus de samenleving), onze raad van bestuur en raad van toezicht. Het bewust vanuit eigen huis naar buiten brengen van informatie schaar ik meer onder de categorie deloyaal in plaats van transparant. Overigens zou ik er geen enkel probleem mee hebben als er vanuit eigen huis informatie naar buiten zou worden gebracht als het gaat om ernstige misstanden die het functioneren van de organisatie ernstige schade toebrengt. Maar daar lijkt mij in het gebruikte voorbeeld geen sprake van.
het zal wel een oorzaak hebben dat ze bij de NOS weglopen denk ik dan maar, Charles Groenhuisen herinner ik me nog, een goede man leek me, moest ook weg ineens toen…………..waar rook is is vuur.
U had er beter over gezwegen mijnheer Dielessen, denk ik.