Niet mee bemoeien
“Holland, Holland, alles ist vorbei”, schreeuwen Duitse supporters in de fanzone van Wroclaw. Ooit, voor 1945, was dit Duits grondgebied, en heette deze stad Breslau. Vlak vóór de grote groep Duits geschminkten tracht een tiental Oranjefans dapper weerstand te bieden, maar net als op het speelveld in Charkov is het een ongelijke strijd. Zij drinken pullen leeg, zij juichen uitdagend. Die van ons, in Oranje, incasseren in stilte. En nippen aan Pools bier dat niet meer smaakt.
De neutrale meerderheid zoekt inmiddels een weg uit het centrum van Wroclaw. Een groep Poolse supporters, uitgedost met rood-witte boswachtershoedjes, waggelt langs de dranghekken. Twee van hen zwaaien jolig met Poolse vlaggetjes, waarmee ze passanten verrassen door ze tegen gezichten te duwen. Niet empathisch genoeg om een glimlach los te maken, niet vervelend genoeg om ruzie te krijgen.
De Polen trappen op elkaars voeten. Ze hangen om elkaars schouders, zoals vrienden voor één studiejaar doen als de tentamens achter de rug zijn. Ze knijpen amicaal in elkaars nek. Ze zijn deze avond innig met elkaar verbonden. En het is nog lang niet voorbij voor ze. Het is pas kwart voor elf..
Daar, op de hoek, tegen een gevel van een dure modezaak, bedelt iemand voor wie het EK Voetbal de laagste prioriteit geniet. Een ongeschoren man van middelbare leeftijd, met een gescheurde jas om zijn lijf. Zijn griezelig dikke voeten moeten knellen in zijn sandalen. Hij bedelt in een merkwaardige houding. Het tafereel doet denken aan een islamitisch gebed. Zijn knieën en tenen raken de grond, evenals zijn voorhoofd. In zijn hand, voor zijn neus, houdt hij een pet. Omgekeerd, zodat er muntjes ingegooid kunnen worden. Er ligt één voorbeeldmuntje in, bij wijze van stimulans.
Zou hij slapen? Hij beweegt niet. In zekere zin is het knap om in deze houding zo lang in balans te blijven. Hij zal dit noodgedwongen veel hebben geoefend. Onder zijn buik heeft hij een juten tas. Het is mijlenver verwijderd van de romantiek van een Swiebertjes-leven.
De supportersstroom trekt aan hem voorbij. Hij is hoogstens een obstakel voor de buitenste supporter in de stroom, die hem met een hupje moet ontwijken. Dan naderen de Polen met de boswachtershoedjes hem. Ze houden in. Ze lopen om hem heen. Een grap. En nog één. De man blijft roerloos voorover gebogen zitten op handen, hoofd en knieën. Eentje wil er naast gaan liggen, in dezelfde houding. Maar hij bedenkt zich. Voor zijn maatje is deze oprisping al al zo grappig, dat hij zich hikkend tegen de muur staande moet houden. Hij lazert bijna om. De voortbenende massa heeft de blik stuurs naar voren gericht. Niet mee bemoeien.
Twee politieagenten, die bepaald niet verhullen dat ze zwaar bewapend zijn, slaan dit tafereel vanaf de overkant van de straat gade. Niets ontgaat ze. Zelfs als ze overleggen wat te doen, blijven ze Poolse supporters volgen. Ze voelen even of hun wapens nog op de goede plek zitten.
De agenten doen een pas naar voren, als één voorganger uit het Poolse supportersclubje zich over de bedelaar buigt. Hij pakt iets in zijn hand. Een vlaggetje. Een Pools vlaggetje. Hij probeert het rechtop te zetten, tussen twee stenen, vlak naast het gezicht van de bedelaar, die nog altijd geen spier vertrekt. Dan lopen ze verder, mompelend, grinnikend, steun zoekend tegen elkaar. Ze vermaken zich prima, zo samen. Daar zijn ze vrienden voor. Ze kijken niet meer om.
De agenten wendden ze blik weer af.
Het vlaggetje wiebelt even, en valt, naast de omgekeerde pet. Alleen de voet van de man reageert met een klein zenuwtrekje.
1 reactie
Die bedelaars heb ik ook gezien toen ik bij Rusland-Tsjechie was in Wroclaw.
Een opmerkelijk gezicht, want in Rusland zie je nooit bedelaars in zulke houding.
Ik denk dat het komt omdat in elke andere houding de bedelaar weggehaald zou worden door de politie. Die willen niet dat de bedelaars aangeven, dat ook in Polen niet alles nog naar wens verloopt.