De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Adeldom niet meer verplicht

In vervlogen tijden hadden koninklijke huwelijken meer te maken met militaire strategie en met geopolitieke verhoudingen dan met liefde. Daarna is het nog lange tijd gebruikelijk dat vorsten in het huwelijk traden met iemand van (hoge) adel. Een huwelijk beneden je stand (een messalliance) was niet gepast. Of, om in stijl te blijven, naar beneden trouwen was  zeker in hofkringen niet ‘comme il faut’. 

Daar is binnen de kring van Europese vorstenhuizen intussen flink de klad in gekomen. Een voorbeeld. Toen koning Harald van Noorwegen –de peetoom van prins Friso – in 1968 met het Noorse burgermeisje Sonja Haraldsen trouwde, werd daar alom schande van gesproken. Maar toen zijn beoogd opvolger – kroonprins Haakon – in 2000 in het huwelijk trad met de alleenstaande moeder Mette-Marit  maakte niemand zich daar nog druk om.

Op het ogenblik beginnen burgerjongens en burgermeisjes aan de zijde van regerend vorsten en hun beoogde opvolgers meer regel dan uitzondering te worden. Adeldom is niet meer verplicht. De feiten.

Burgerjongens en burgermeisjes

De koningen (m/v) van Groot Brittannië, Spanje, Denemarken, België en Nederland zijn allemaal getrouwd met iemand van adellijke komaf. Hun collega’s uit Noorwegen, Zweden en Luxemburg gingen in zee met iemand uit een burgermilieu. Dat is 5-3 voor de adel.

In de toekomst zal de adel aan de Europese hoven een verdere stap terug moeten doen. De kroonprinsen (m/v) van Groot Brittannië, Spanje, Zweden, Noorwegen, Denemarken en Nederland zijn geen van allen met iemand van adel in het huwelijk getreden. Alleen de Belgische kroonprins Filip en de Luxemburgse erfgroothertog Guillaume (hij trouwt in oktober aanstaande) wisten allebei een gravin aan de haak te slaan. Dat is 2-6 in het voordeel van de burgerij.

Iets meer uitleg vergt de situatie in Engeland. Troonopvolger prins Charles was eerst getrouwd met de adellijke Diana, maar na haar overlijden hertrouwde hij met zijn ‘oude liefde’: de niet-adellijke Camilla Parker Bowles.  Die is gescheiden van een legerofficier. De Britse erfprins William (zoon van Charles en Diana) heeft met Kate Middleton, werkzaam in het postorderbedrijf van haar vader, ook een burgermeisje als  levensgezellin gekozen. 

De Spaanse kroonprins koos voor een tv-presentatrice, de Zweedse kroonprinses voor een sportleraar, de Noorse kroonprins, zoals gezegd, voor een alleenstaande moeder, de Deense kroonprins voor een Australische bedrijfskundige en de Nederlandse kroonprins, zoals genoegzaam bekend, voor een Argentijnse econome die bij een grote, internationale bank werkte. Bij het trouwen met een (beoogd) vorst worden burgerjongens en burgermeisjes doorgaans in de adelstand verheven.

Koninklijke uitzondering

De regels over adellijke vererving van titels en de mogelijkheden om in de adelstand verheven te worden verschillen per land en zijn vaak zeer gecompliceerd. Ons land laat – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland – nauwelijks nog nieuw blauw bloed toe. Dat is geregeld in de Wet op de Adeldom uit 1994.

Het komt er kortweg op neer dat alleen leden van het Koninklijk Huis nog in de adelstand verheven kunnen worden. Voor het laatst is dat in 2002 gebeurd. Op haar huwelijksdag werd Máxima  ‘Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau’. De echtgenotes van prins Friso  (prinses Mabel)  en prins Constantijn (prinses Laurentien) zijn niet in de adelstand verheven, maar conform het zogenaamde hoffelijkheidsbeginsel mogen zij de titel van hun prinselijke echtgenoot voeren.

Prins Friso werd in adellijke zin ‘gedegradeerd’ toen hij zonder parlementaire toestemming trouwde en uit de lijn van de troonopvolging verdween. Hij mag zich wel prins blijven noemen. De kinderen van Friso en Constantijn hebben de titel graaf/gravin gekregen. De kinderen van prinses Margriet kregen een  ‘persoonsgebonden’ prinsentitel , terwijl koningin Juliana die titel voor hun vader Pieter van Vollenhoven onnodig vond. Voor hem dus geen ‘koninklijke’ uitzondering.

Omdat adellijke titels alleen via de mannelijke lijn vererven, maar het koningschap ook via de vrouwelijke lijn, worden familienamen en titels van leden van het Koninklijk Huis zo nodig met een Koninklijk Besluit aangepast en vastgelegd. Zo wordt  voorkomen dat we een niet-adellijk persoon  en/of  iemand met een andere familie naam dan Oranje op de troon zouden krijgen. Af en toe moet je de erfelijke monarchie een handje helpen.

Burgerlijke adeldom

Door de strikte erfelijkheidsregels wordt de adel in ons land steeds kleiner. Onzichtbaarder en minder belangrijk ook, want edellieden genieten al lang geen privileges meer, wonen nauwelijks nog in kastelen en gebruiken ook steeds minder hun titel. Ze worden meer en meer gewone burgers. En (verarmde) excentrieke baronnen, graven en markiezen bieden nog slechts vermaak en vertedering. 

Maar aan de top van de adelpiramide – ons Koningshuis – ligt dat allemaal een slagje anders. Alle drie de zonen van koningin Beatrix en alle vier de zonen van prinses Margriet trouwden‘omlaag’ met burgermeisjes.  Die werden prinses of mochten zich zo gaan noemen. Elders bij Europese vorstenhuizen gaat het niet veel anders. Sommigen zien in deze ‘ verburgerlijking’ een gevaar voor de monarchie. Adeldom is niet meer verplicht, maar wat blijft is het ‘noblesse oblige’.  Maar wat als je de daarbij passende houding en leefwijze niet met de paplepel  krijgt ingegoten?

Waar de ‘democratisering’ van de monarchie – van elitair naar egalitair – op zal uitlopen, valt niet te voorspellen. Dat de begrippen burgerlijke adeldom en democratische monarchie tegenspraken in zich zelf zijn, geeft echter te denken. Republikeinen onder ons kunnen daar wellicht hoop uit putten.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie