De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Majesteitsschennis en godslastering

Het lijken woorden en begrippen uit een ver verleden. De werkelijkheid blijkt – ook in ons land – een andere. Majesteitsschennis en godslastering prijken als delictsomschrijving, compleet met strafbedreiging, nog altijd in ons Wetboek van Strafrecht.

Pogingen om dat te veranderen, zijn keer op keer mislukt. Het idee dat de strafrechtartikelen over majesteitsschennis en godslastering een dode letter waren geworden, omdat vervolging op grond daarvan al tientallen jaren niet meer gebeurde, blijkt evenmin te kloppen. Zeker waar het majesteitsschennis betreft.

Een recente inventarisatie van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) in opdracht van NRC-Handelsblad heeft dat aangetoond. De krant berichtte erover onder de veelzeggende kop ‘Majesteitsschennis is springlevend’ en stelde vast, dat er bijna elk jaar nog iemand veroordeeld wordt voor ‘ondermijning van de koninklijke waardigheid’. Het zou tussen 2000 en 2012 om negen mensen gaan.

God lijkt ietsje minder hoog aangeschreven, want veroordelingen vanwege godslastering zijn er al tijden niet meer geweest en er staan ook lagere straffen op dan op majesteitsschennis. Pogingen om dit delict dan maar te schrappen, leden echter schipbreuk. Vooral christelijke groeperingen van behoudende snit, maar ook moslimgroepen, zijn daar geen voorstander van. In 2004 viel er in politiek Den Haag zelfs nog een pleidooi te beluisteren voor aanscherping van de regels tegen ‘smalende godslastering’.

Majesteitsschennis

Sinds 1881 leren de artikelen 111 tot en met 113 in het Wetboek van Strafrecht, dat ‘ opzettelijke belediging van de Koning’, maar ook die van zijn echtgenoot, zijn vermoedelijke opvolger en diens echtgenoot je op een fikse gevangenisstraf (vijf jaar is het maximum) of een ‘geldboete van de vierde categorie’ (€ 19.500,- als maximum) kan komen te staan.

Die veel zwaardere straf dan voor belediging tussen burgers geldt, stoelt op de vroegere werkelijkheid dat koning en staat één en ondeelbaar waren en dat belediging van de koning het overheidsgezag ondermijnde. (Zoiets als belediging van een ambtsdrager, maar dan de hoogste, in functie dus.)

Zaken over majesteitsschennis die justitie onderzocht, leidden gaandeweg steeds minder tot vervolging, omdat de rechter een beroep op het grondwettelijk recht op de vrijheid van meningsuiting liet prevaleren en omdat kritiek op een lid van de regering – en dat ís ons staatshoofd – volgens Europese rechterlijke uitspraken heviger mag zijn dan kritiek op gewone burgers.

Daarbij sluiten pleidooien van deskundigen als de historicus Stef Ketelaar en de staatsrechtsgeleerde Peter Rehwinkel naadloos aan. Ketelaar in NRC-Handelsblad: “Laat de koningin het doen met dezelfde bepalingen als gewone burgers. De majesteit moet tegen een stootje kunnen.”

Volgens deze opvatting is de straf die een man uit Terneuzen onlangs opgelegd kreeg, omdat hij in een brief de koningin vanwege haar vorstelijk salaris een ‘oplichtster’ en ‘zondaar ’noemde compleet uit de tijd. Een andere recente veroordeling wegens majesteitsschennis trof de gooier van een waxinelichthouder naar de Gouden Koets op Prinsjesdag 2010. Die maakt duidelijk dat er eigenlijk genoeg andere strafrechtelijke mogelijkheden zijn om mensen te vervolgen (het gewone voor alle burgers geldend beledigingsartikel, verstoring van de openbare orde, geweldpleging etc.) die het staatshoofd bedreigen of beledigen.

Daar komt dan nog de praktische reden bij dat vervolging vanwege majesteitsschennis de pleger juist die publiciteit geeft waar hij vaak op uit is. Er lijkt zich overigens een meerderheid in het parlement af te tekenen voor het schrappen van de bepalingen over majesteitsschennis. Maar het is er nog niet van gekomen. Kwestie van prioriteit?

Godslastering

Hoewel de aanhef van koninklijke besluiten en wetten nog steeds luidt ‘Wij Beatrix, bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden etc.’, is het idee dat het koninklijk ambt van God gegeven, is een echo uit een héél ver, ondemocratisch verleden. Hetzelfde geldt voor de in reformatorische kring lang gekoesterde slagzin ‘God, Nederland en Oranje’ om de grondslagen van onze natie en de door God gewilde verbondenheid ervan met de Oranjes te benoemen.

Het verklaart wél dat juist in streng protestantse kring onverkort gehecht wordt aan handhaving van het strafrechtelijk verbod op wat sinds 1932 ‘smalende godslastering’ heet en pogingen om dit verbod te schrappen, net als dat op majesteitsschennis, vooralsnog geen effect sorteerden.

Sterker nog, CDA-minister Piet Hein Donner, wiens grootvader Jan Donner aan de wieg stond van de wet op smalende godslastering, deed in 2004 na de moord op de islamcriticus Theo van Gogh nog een poging de regeling aan te scherpen. Hij wilde – met behoud van ieders recht om religies te bekritiseren en het bestaan van een God te ontkennen – meer mogelijkheden om op te treden tegen zijns inziens al te felle en maatschappij ontwrichtende aanvallen op de Islam.

Een lange en sterk partijpolitiek gekleurde discussie in de Tweede Kamer leidde uiteindelijk tot niets, maar leerde wel dat een meerderheid voor afschaffing van strafrechtelijke vervolging vanwege godslastering onder handbereik ligt. Misschien geen prioriteit?

Gratie Gods

We moeten – zeker met verkiezingen voor de boeg die over meer urgentere zaken gaan – dus nog even verder met de door velen als verouderd beschouwde strafrechtartikelen tegen majesteitsschennis en godslastering. Troosten kunnen we ons met de gedachte dat het met de toepassing ervan bij ons zo’n vaart niet loopt. Zeker niet als je kijkt naar de enorme straffen die op majesteitsschennis in bijvoorbeeld Thailand en godslastering in islamitische landen zoals Pakistan staan.

Tot slot: misschien moet de wetgever eerst maar eens de frase ‘Wij Beatrix, bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden’ afschaffen. Koningin Beatrix zou daar indertijd niet voor gevoeld hebben, maar met ‘Wij, Willem-Alexander’ dient zich een nieuwe kans aan. Al kan je bij de prioriteit van deze verandering natuurlijk ook een vraagteken plaatsen.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie