De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Een bizarre Prinsjesdag

De kruitdampen van de verkiezingen zijn opgetrokken. Dit keer niet de vertrouwde beelden van verdeelde politici die de trappen van het paleis van de koningin bestijgen om te markeren dat er na weken van profileren nu weken van formeren en, als het kan, jaren van (eensgezind) regeren aanbreken.

Het partijbelang moet in de coulissen, het landsbelang op het podium. In die dans der compromissen, zo kenmerkend voor een coalitieland als het onze, speelt Beatrix voor het eerst sinds ze ruim 32 jaar geleden staatshoofd werd geen rol meer. Of ze daar narrig of begripvol over is, zullen we nooit weten.

Een beetje pijnlijk is wel de hoofdrol die het staatshoofd volgende week dinsdag – Prinsjesdag -  moet spelen. Het wordt door de politieke situatie van het moment namelijk een nogal bizarre Prinsjesdag, een schertsvertoning bijna.

Kunduz-akkoord

De kabinetsplannen voor volgend jaar die de koningin via haar Troonrede komende dinsdag presenteert, zijn formeel de plannen van het geïmplodeerde, kabinet-Rutte (VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV.) Dat loopt op zijn laatste benen.

Nog navranter is dat begrotingen en plannen van dat demissionaire kabinet strikt genomen niet eens uit eigen kabinetskoker komen, maar de uitkomst zijn van het Kunduz-akkoord. Dat werd eind april na de val van het kabinet op initiatief van de Tweede Kamer gesloten en uitgewerkt door regeringspartijen én oppositiepartijen, te weten VVD, CDA, D66, Groen Links en Christenunie.

En dat is nog niet alles. Van een aantal onderdelen in dat akkoord, zoals de forenzentaks en de langstudeerboete, hebben sommige  ‘contractpartijen’ meteen ook al weer afstand genomen.

Terwijl Beatrix dit pakket  voorstellen, goeddeels al lang en breed bekendgemaakt, plechtig moet aankondigen, zijn de gedachten van de politieke leiders bij de vorming van een nieuw kabinet met een daarbij horend nieuw beleid. De vorstin treedt op in de verenigde vergadering van Eerste en Tweede Kamer, maar daags na Prinsjesdag al treedt een nieuw gekozen Tweede Kamer aan; met ook nog eens een nieuwe voorzitter.

Zo’n voor Beatrix pijnlijke Prinsjesdag, waarop menigeen al het etiket ‘schertsvertoning’ plakte, is overigens niet nieuw voor haar. Twee jaar geleden moest ze de plannen presenteren van het demissionaire kabinet Balkenende-IV. Nog geen maand na haar Troonrede trad het  kabinet-Rutte aan met veel andere voorstellen dan de op Prinsjesdag door de vorstin aangekondigde. Het begint te wennen en het tekent de instabiele politieke verhoudingen in ons land. Maar toch.

Derde dinsdag

Zou het omwille van de politieke duidelijkheid en uit respect voor het staatshoofd niet het overwegen waard zijn, zo kan men zich afvragen, om Prinsjesdagen die op politiek volstrekt verkeerde momenten vallen, op een ander tijdstip te laten plaatsvinden?

De grondwet laat die mogelijkheid heel voorzichtig open, want bepaalt in artikel 65: “Jaarlijks op de derde dinsdag van september of op een bij de wet te bepalen eerder tijdstip wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.”

Praktisch is dit echter een onbegaanbare weg, want het verplaatsen van Prinsjesdag kan dus alleen  door het aannemen van een daartoe strekkende wet en zoiets duurt normaal gesproken vele maanden. Door zoiets toch te doen, stel al dat het kon, zou je bovendien een inbreuk maken op een belangrijke, nationale traditie en daarmee – zelfs formeel – nog eens accentueren dat het landsbelang (ook een demissionair kabinet regeert het land!) het moet afleggen tegen (partij)politieke belangen en humeuren.

Een uitweg zou misschien kunnen zijn – de grondwet biedt ook die mogelijkheid – om iemand (de premier van een demissionair kabinet) ‘namens de Koning’ de kabinetsplannen voor het nieuwe jaar te laten aankondigen. Ook dit zou echter een breuk betekenen met een traditie, die ondanks alles bestuurlijke continuïteit en stabiliteit belichaamt.

Los daarvan is herhaaldelijk geopperd de Troonrede voortaan altijd maar te laten voorlezen door de minister-president in plaats van door de koningin. Het zou een einde maken aan het verwarrende beeld dat het onafhankelijke staatshoofd wordt geïdentificeerd met steeds weer andere (uiteraard) politiek gekleurde plannen van achtereenvolgende kabinetten.

Het is er nooit van gekomen en in politiek ongewisse tijden ligt het ook niet voor de hand te gaan morrelen aan tradities en procedures die nationale eensgezindheid willen beklemtonen.

Beatrix

Ook dit jaar dus zal koningin Beatrix op Prinsjesdag, alsof er niets aan de hand is, in de Ridderzaal haar jaarlijkse Troonrede houden. Het wordt haar 33ste. Intussen is het ook voor de koningin wachten op een nieuw kabinet: haar 14e. Aan een nieuwe minister-president zal ze vermoedelijk niet hoeven wennen. Haar 5e premier, VVD-leider Mark Rutte, heeft alle kansen in handen om door te gaan.

De koningin zal de nieuwe ministersploeg, ook nu ze bij de vorming daarvan geen rol speelt, wél moeten beëdigen. Spannend wordt nog of ze dat voor het eerst in de openbaarheid en onder het toeziend oog van televisiecamera’s zal doen, zoals een meerderheid van de Tweede Kamer in een motie heeft gevraagd.

Eerst dus die voor de 74-jarige vorstin ongemakkelijke derde dinsdag van september, al laat het zich denken dat de vierde dinsdag van september voor haar dit jaar pas echt pijnlijk zal zijn. Dan wordt haar zoon Friso, nog steeds in coma na zijn skiongeluk afgelopen februari, 44 jaar. En begin volgende maand is het tien jaar geleden dat prins Claus overleed. Maar koningin Beatrix gaat door.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


Geef een reactie