De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Koninklijk keurmerk in opspraak

De problemen bij de internationaal opererende Nederlandse onderneming Royal Imtech N.V. hebben koning Willem-Alexander in een lastig parket gebracht. De Duitse oud-parlementariër Thomas Wüppesahl stelde als een soort klokkenluider misstanden bij de technische dienstverlener uit Gouda aan de kaak en vroeg de koning daarom Imtech het in 2011 verworven predicaat ‘koninklijk’ af te nemen. Een met zo’n koninklijk keurmerk onderscheiden bedrijf hoort immers van onbesproken gedrag en financieel robuust te zijn.

Tot opluchting van het bedrijf liet de koning onlangs per brief weten dat Imtech zich ondanks de grote financiële problemen waarin het verkeert en ondanks lopende onderzoeken naar fraude en mismanagement zich ‘koninklijk’ mag blijven noemen.

Financieel directeur Hans Turkesteen van Imtech zei in een gesprek met NRC-Handelsblad dat alle personeelsleden dit als een bemoediging ervaren, maar wilde over de correspondentie tussen zijn bedrijf en de koning verder niets zeggen. Het toekennen en afnemen van het predicaat ‘koninklijk’ is een voorrecht van de koning. Hij kan dit op eigen houtje – dus buiten het kabinet om – doen. Hij hoeft daarover aan niemand verantwoording af te leggen.

Zware procedure

Discussies over het onterecht toekennen (of laten behouden) van het predicaat ‘koninklijk’ aan bedrijven, verenigingen, stichtingen en instellingen komen snel in politiek vaarwater en kunnen de koning in verlegenheid brengen.

Het predicaat symboliseert, zoals de officiële formulering luidt, ‘het respect, de waardering en het vertrouwen van de Koning tegenover de ontvanger’. Dat is nogal wat. Daarom wordt er niet over één nacht ijs gegaan, maar is er een zware procedure voor opgetuigd en gelden er strikte criteria. Dat is het geval sinds 1987.

Vóór die tijd gebeurde toekenning van het predicaat ‘koninklijk’ – voor bedrijven in het midden- en kleinbedrijf bestaat het vergelijkbare predicaat ‘hofleverancier’ – nogal rommelig en willekeurig. Dat was de toenmalige koningin Beatrix, die de dingen graag perfect geregeld zag, een doorn in het oog. Zij liet een degelijke en omvangrijke regeling opstellen.

De aanvraag dient te lopen via burgemeester en Commissaris van de Koning en aanvragers moeten hun hele hebben en houden, vooral ook op financieel gebied, op tafel leggen. Voor bedrijven gelden onder meer de eisen dat ze Nederlands zijn (multinationals vallen buiten de boot), ouder dan 100 jaar zijn, meer dan 100 werknemers in dienst hebben en op hun gebied een ‘eerste of zeer vooraanstaande plaats innemen met bij voorkeur ook een internationale uitstraling’.

Verder moet de bedrijfsvoering ‘onberispelijk’ en de bedrijfsleiding ‘van onbesproken gedrag’ zijn en ‘te goeder naam en faam bekend staan’.

Oorkonde en kroontje

Als een bedrijf de selectie, die veelal een jaar vergt, ongeschonden doorkomt, krijgt het een oorkonde en uiteraard het recht om het predicaat ‘koninklijk’ aan de bedrijfsnaam toe te voegen. Het mag ook de koninklijke kroon in het logo opnemen. Dat kan eventueel een gestileerde versie zijn, maar dat dient dan wel ‘in overleg’ te gebeuren.

Overigens wordt zo’n koninklijk keurmerk ‘in principe slechts ter gelegenheid van een bijzonder jubileum (bijv. 100- of 125-jarig bestaan) verleend’. Als regel is de looptijd ervan 25 jaar. Voor verlenging moet de koning om ‘bestendiging’ verzocht worden.

Het zal duidelijk zijn dat politiek, financieel of anderszins omstreden en geprofileerde bedrijven niet hoeven te rekenen op een koninklijk keurmerk. Vaak tot hun spijt, want de toevoeging ‘koninklijk’ of ‘royal’ aan de bedrijfsnaam – al dan niet met een (gestileerd) kroontje geeft – cachet en zou met name in het buitenland een wervende werking hebben. Daarom hechten bedrijven ook aan zo’n koninklijk ‘visitekaartje’ en vinden ze het spijtig als ze dat verliezen.

Het afnemen of niet verlengen van het predicaat ligt heel gevoelig. Het kan gemakkelijk gezien worden als een signaal dat er iets fundamenteels aan de hand is met een bedrijf. Zeker voor beursgenoteerde ondernemingen die in financieel zwaar weer zitten, kan dat heel vervelend uitpakken. Geen wonder dan ook dat Imtech opgelucht reageerde op de brief van de koning dat het zich Royal Imtech mag blijven noemen.

Aardigheidje

In de praktijk blijken de strenge criteria rond in elk geval de verlenging van een eerder toegekend predicaat nogal eens soepel toegepast te worden. Zo heet de Nederlands-Britse multinational Shell, hoewel intussen een onderneming naar Angelsaksisch recht, nog steeds Royal Dutch plc.

Toen Ahold verwikkeld raakte in een boekhoudschandaal, kreeg het van koningin Beatrix de wacht aangezegd, maar mocht het zich uiteindelijk toch Koninklijke Ahold N.V. blijven noemen. De KLM bleef ondanks de fusie met Air France gewoon KLM heten.

Heel begrijpelijk allemaal, want met name het ontnemen van het predicaat ‘koninklijk’ of het niet bestendigen ervan kan discussies oproepen die de koning in (politieke) opspraak brengen; zonder dat hij op dit punt de automatische rugdekking van een verantwoordelijke minister heeft.

Staatsrechtelijk is dit specifieke voorrecht van de koning dan ook nogal precair en omstreden. Koning Willem-Alexander zet het beleid van zijn moeder voort: streng bij de toekenning, soepel bij de handhaving.

Afgelopen juni bijvoorbeeld nog stempelde hij de scheepsbouwer IHC Merwede tot Koninklijke IHC en mogelijk onoorbare praktijken bij Royal Imtech N.V. vormen, ondanks een oproep daartoe, voor Willem-Alexander nu geen aanleiding ‘in te grijpen’. Hij kijkt wel uit. Het predicaat ‘koninklijk’ moet een onomstreden aardigheidje blijven.

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


2 reacties op “Koninklijk keurmerk in opspraak”

  1. Er zouden ook criteria voor duurzaamheid gelden bij toekenning en handhaving van het koninglijke ‘keurmerk’, maar helaas zijn die eisen niet transparant. De dossiers over Shell van Amnesty International en Milieudefensie over mensenrechtenschendingen en grootschalige milieuvervuiling liegen er niet om. Onbesproken is Shell dus niet.

    In de consumentenmarkt speelt het koninglijke keurmerk ook een rol, denk aan KLM, Verkade etc. Het zou dan logisch zijn om transparant te maken welke eisen er gelden, zoals ieder keurmerk dat volgens de uitgangspunten van de Reclame Code Commissie dat bekend moet maken. En wat mij ook wel interesseert: welke bedragen de koninklijke bedrijven jaarlijks moeten betalen aan de koning om het keurmerk te mogen voeren.

  2. Jan Herman Groenen zegt: 11-11-14 om 13:32

    Kan dat gewichtigdoenerige speeltje niet afgenomen worden?
    Bepaalt één familie in ons land, waar zo’n titel terecht komt?
    Waar is de democratische controle?

Geef een reactie