Eindelijk weer eens eten bij vrienden

Minustah-agenten op Haïti (United Nations Photo / Flickr / CC / by-nc-nd)Beste vrienden in Nederland. Deze week ben ik begonnen met een goed gevoel in mijn hart en een goed gevoel in mijn mond. Ik ben namelijk weer eens lekker uit eten geweest bij vrienden. Het is best lang geleden dat ik zo goed en zo gratis heb gegeten.

Ja, nu moet u misschien lachen, maar tot voor kort was het ondenkbaar dat je iemand bij je thuis zou uitnodigen voor een dineetje. En dat klopt misschien niet helemaal met het idee dat u heeft over solidariteit in Haïti. Maar goed, zo was het nou eenmaal.

Dus wij werden uitgenodigd bij een vriend thuis en niet alleen wij, maar nog een paar mensen. Dat bood ons de gelegenheid om het weer eens te hebben over de toekomst van ons land. Nou was er ook een vent die bij de politiemacht van de Verenigde Naties werkt. Een Jamaicaan.

We hadden het over van alles en nog wat en ik merkte steeds meer dat hij ongelooflijk neerkeek op mijn land. Hij zei bijvoorbeeld dat er voortdurend schietpartijen zijn en afrekeningen in Cité Soleil, de grootste sloppenwijk van de stad. Want u moet weten: tijdens de aardbeving zijn er 5000 gevangenen ontsnapt en daar zitten ook gasten bij die nu weer druk bezig zijn om hun gezag te heroveren in de onderwereld. En dat gaat er niet zachtzinnig aan toe.

Daarom vroeg ik deze politieman wat de VN daaraan denkt te gaan doen. Hij begon onbedaarlijk te lachen en zei: “Het zal me een worst wezen dat die achterlijke Haïtianen elkaar zo nodig moeten afknallen”. Een beetje gelijk heeft hij natuurlijk wel, vooral als het gaat over onze achterlijkheid, maar aan de andere kant: hij vertegenwoordigt wel het wettelijk gezag in dit land en dan verwacht ik toch een beetje compassie in plaats van minachting voor ons. Nou ja.

Offer
Ik zit nu trouwens in Miami. Mijn vrouw en ik vonden dat ik even afstand moest nemen van alle gedoe in Haïti. Ik heb de afgelopen maanden als een dolle gewerkt. Maar binnen de kortste keren werd deze vakantie ook al weer een businesstrip, want mijn moeder wil graag dat ik wat spullen voor haar straathandel koop. Mijn vrouw wil dat ik een tweedehands auto voor haar op de kop tik en verscheep.

En ikzelf ben ook al weer volop bezig met mijn reis naar Bill Clinton. Voeg daar nog bij dat je een ommelandse reis moet maken om in Miami te komen en u begrijpt dat er van relaxen niet heel veel terechtkomt. Maar goed, met 8 uurtjes werk per dag, gaan we het niet redden in Haïti: zonder offer geen overwinning, zullen we maar zeggen.

Stiefkindje
Net voordat ik vertrok naar Miami heb ik nog meegedaan aan wat we de ‘walk of the artists’ hebben genoemd. Zeg maar: het officiële nieuwe begin van het uitgaansleven in Haïti. Dat betekent dus dat er weer concerten zijn ’s avonds en muziekfestivals en dat soort dingen. Er waren een heleboel artiesten, maar ik was de enige vertegenwoordiger van de filmwereld. Een beetje een stiefkindje dus.

Maar ik bedacht me tegelijkertijd: voor de aardbeving stelden theater en film ook al niks voor. Er was niet eens een functionerende schouwburg meer! Vandaar mijn hartstochtelijke pleidooi: vergeet bij de herbouw van Haïti de cultuur niet.

Tot volgende week. Salut!

Beluister hier de Haïtiblog van Handy Tibert

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


2 reacties op “Eindelijk weer eens eten bij vrienden”

  1. emanuel hofmann zegt: 03-05-10 om 10:17

    Goedemorgen,
    Met genoegen luister ik naar Handy Tibert die onopgesmukt de situatie in Haiti beschrijft. De weblog begint en eindigt met een ontroerende song die ik al eerder heb gehoord maar ik kan het nummer nergens vinden. Wie weet hoe dit nummer heet en wie is de zanger/componist?

  2. Roel Pauw zegt: 03-05-10 om 19:22

    Het nummer dat ik gebruik voor het blog is Istwa dwol (Histoire drôle) van de Haïtiaanse zanger Belo. Hij schreef het nummer een aantal jaren geleden toen honderden wanhopige Haïtianen probeerden naar de Verenigde Staten te ontkomen. De titel verwijst naar het gevoel dat Belo had bij deze uittocht: het land is in nood en de fine fleur van de natie neemt de benen. In zijn ogen een ‘vreemde gang van zaken’. Toen ik in maart/april in Haïti was heb ik Belo ontmoet. Het is een man met een onblusbare liefde voor zijn land en een grote passie om zich in te zetten voor een betere toekomst, vooral voor de jeugd van Haïti. Roel Pauw

Geef een reactie