De lijken liggen er weer koeltjes bij
Beste vrienden in Nederland,
Ik zag er best tegenop: vier dagen rondlopen in het Algemene Ziekenhuis van de Openbare Universiteit van Haïti. Ik zal u vertellen waarom. Ik ben er geregeld geweest en het was altijd een complete puinhoop. En een zorgwekkend slechte hygiëne! Dus ik dacht dat ik nu weer hetzelfde krakkemikkige ziekenhuis aan te treffen, maar nee, het was er behoorlijk schoon. En de afhandeling van de patiënten was ook heel redelijk georganiseerd. Het is nog steeds geen aangename omgeving en een plezierige plek om naar toe te gaan als je medische zorg nodig hebt, maar er is zeker flinke vooruitgang geboekt.
Het ziekenhuis heeft de aardbeving aardig goed doorstaan, behalve de afdeling kindergeneeskunde. Voor de baby’s en de jonge kinderen zijn er nieuwe houten barakken gebouwd. Ik had verwacht nog wat buitenlandse artsen en verpleegkundigen te zullen tegenkomen, maar die waren allemaal al vertrokken. Het ziekenhuis wordt nu volledig gerund door Haïtiaans personeel. Ik weet dat die best een goede opleiding hebben genoten, maar of ze opgewassen zijn tegen wat er nu allemaal op hen afkomt, vraag ik me af. Natuurlijk, vroeger deden ze het ook zelf, maar nu lijkt het wel alsof elk probleem, elke behoefte 7.3 keer zwaarder is dan voor de aardbeving.
Dat ik in het ziekenhuis was, had te maken met een vertaalklus voor de organisatie Flow Nonfiction. Dat is een club die audiovisuele producties maakt. Het is maar voor een weekje, maar ze betalen goed en zodoende kan ik het fiscale jaar toch nog een beetje netjes afsluiten. Niet onbelangrijk, want ik heb nog een heleboel uitgaven deze tijd. Flow Nonfiction maakte een reportage over hoe het wasmiddelenconcern Tide samen met een organisatie met de naam ‘Operation Blessing’ nieuwe was- en droogmachines in het ziekenhuis liet plaatsen.
Goed, we zijn vier dagen bezig geweest in de wasserij. Die ligt pal naast het mortuarium. Oooh, dat lijkenhuis, dat was altijd het allerergste in het ziekenhuis. Voor de aardbeving was het al niks, want toen deed de koelinstallatie het al niet, maar kort daarna was het een-ramp-binnen-een-ramp! Maar surprise, surprise, nu was het er schoon en dank zij een gift van een internationale organisatie werkte de koelruimte weer. Heel af en toe kwam er nog een vleugje lijkenlucht onze kant op. Brrrr!
Die wasserij was nog helemaal niet zo slecht, alleen het was ontzettend zwaar werk. Een paar oude vrouwtjes die daar tonnen aan kleding en medische spullen met hun tere handen moesten wassen. Slavenarbeid zou je bijna zeggen. Ik denk dat dat de reden was dat Tide en Operation Blessing hier iets wilden doen. Veel tijd om in het ziekenhuis zelf te kijken heb ik niet gehad, maar zo op het oog was de zorg voor de patiënten stukken beter dan die ooit is geweest, dank zij de vele ngo’s die hier sinds 12 januari de boel hebben overgenomen.
De tweede plek waar ik met Flow Nonfiction ben geweest is een weeshuis in Santo, even buiten Port-au-Prince. Het heet Zanmi Beni, gezegende vrienden. De kinderen die daar wonen zijn allemaal afkomstig uit het Algemene Ziekenhuis. Ze verbleven daar al voor de aardbeving of ze zijn er kort daarna gedropped omdat hun ouders waren omgekomen. Veel van hen zijn gehandicapt, allemaal zijn ze straatarm. Iedere vrouw die bij Zanmi Beni werkt, vervult de rol van een moeder. En ik kan nauwelijks woorden vinden om te vertellen hoe ze hart hebben gegeven voor de zorg aan deze hulpeloze kinderen. Als ik het voor het zeggen had, dan zou er veel meer geld naar dit soort kinderen en projecten moeten gaan in plaats van dat je het uitgeeft om mensen te ‘helpen’ die in de tentenkampen wonen. Want die worden alleen maar aangemoedigd om te berusten in hun situatie en krijgen zo geen enkele prikkel om aan een betere toekomst te gaan werken. Dit is wat de volgende president van Haïti volgens mij zou moeten doen: denken aan de gezondheidszorg voor kinderen. Denk aan de kinderen…
Dat was het voor nu. Tot volgende week. Salut!

Zoiets heb ik nou met dat VARA-programma ‘De leugen regeert’ – dat klopt namelijk ook helemaal niet: iedereen weet immers dat op straat de terreur regeert.