Het waarom van NOS Jeugdjournaal Magazine
Vandaag is in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid het NOS Jeugdjournaal Magazine gepresenteerd. Dit tijdschrift wordt vanaf nu maandelijks op de markt gebracht door de educatieve uitgeverij Zwijsen. Dat wij als NOS de naam Jeugdjournaal voor een blad beschikbaar stellen en dat dit blad op de markt komt, roept veel vragen op, merk ik de afgelopen dagen en weken. Reden genoeg om het hoe en waarom uit te leggen.
Zoals alles bij NOS Nieuws, begint ook dit bij de inhoud. Steeds zichtbaarder is dat TV, radio, internet en print in elkaar schuiven. Het zijn steeds minder op zichzelf staande communicatievormen, ze vullen elkaar aan en versterken elkaar. Toen dus bij ons werd aangeklopt met de vraag of de naam NOS Jeugdjournaal voor een tijdschrift zou mogen worden gebruikt, vonden we het logisch om te onderzoeken of dat een goed idee zou zijn. En hoe dat dan zou moeten.
De conclusie was: voor ons is dit een logische keuze, want daar waar TV er voor het snelle dagelijks nieuws is en de JJ-site met name voor video`s kijken en direct contact met onze kijkers wordt ingezet, is een tijdschrift juist handig om ingewikkelde nieuwsonderwerpen in alle rust aan kinderen uit te leggen.
Maar, niet onbelangrijk, wij hebben wel heel veel verstand van TV en radio en internet maken, maar van een tijdschrift maken, weten we echt niks. Bovendien beseffen we als NOS Nieuws heel goed dat de publieke omroep met belastinggeld wordt gefinancierd en dat de wet (terecht) allerlei eisen aan ons stelt om te voorkomen dat we met dat belastinggeld marktverstorend werken.
De beste aanpak leek ons een heel strikte scheiding aanbrengen tussen de NOS en Zwijsen. Zwijsen heeft vastgesteld dat er behoefte aan het blad is, Zwijsen geeft het uit, Zwijsen is inhoudelijk en commercieel verantwoordelijk, Zwijsen loopt het risico.
Te meer een goeie oplossing, omdat deze afspraak Zwijsen geen enkele exclusiviteit verschaft.
Hoe zit het dan financieel?
De NOS krijgt een fee van uitgeverij Zwijsen voor het gebruik van de naam NOS Jeugdjournaal. Dat is heel normaal en heel erg logisch, want daarmee voorkomen we juist dat we Zwijsen bevoordelen tov andere marktpartijen.
Met betrekking tot de inhoud is er enig contact tussen de NOS en Zwijsen: wij geven aan, welke nieuwsonderwerpen kunnen gaan spelen en wij kijken of er niks in belandt dat echt helemaal strijdig is met wat het NOS Jeugdjournaal wil zijn en uitstralen.
En dat is het.
Zwijsen en de NOS denken hiermee een vorm van publiek private samenwerking te hebben gevonden, die enerzijds recht doet aan wat de politiek en de Commissie Brinkman van ons vragen: Zoek wegen om de content van de publieke omroep breder voor de samenleving beschikbaar te stellen, maar voorkom anderzijds dat je marktverstorend bezig bent.
Bij een andere gelegenheid zei ik het al: Zwijsen zou waardering moeten krijgen dat ze zo initiatiefrijk is. Want natuurlijk heeft Zwijsen een heel groot commercieel belang, maar ondertussen maakt het bedrijf wel deze afspraak met een publieke omroep en begeeft zich daarmee in een omgeving die voor een commercieel gerund bedrijf best ingewikkeld kan zijn. Wetend ook dat de concurrentie het allemaal heel nauwlettend zal volgen.
Ondertussen gaan wij als redactie weer gewoon TV, Radio en Internet maken. Want dat is en blijft natuurlijk onze core business.

Met de schrijver ben ik van mening dat een toelichting op zijn plaats is. Alleen, ik vind de argumenten totaal niet overtuigend.
Persoonlijk zou ik vinden dat de inhoud van het tijdschrijft bepaald zou moeten worden door de redactie van het Jeugdjournaal – en ja, dat kost geld, dat de uitgever zou moeten betalen.
De redactie van het jeugdjournaal is heel erg goed in het begrjpelijk, en voor kinderen toegankelijk maken van complexe, mogelijk voor de kinderen bedrijgende nieuwsfeiten. Het verbaast mij, bijvoorbeeld, niet dat Laura met het Jeugdjournaal sprak, en niet met anderen.
Welnu, het tijdschrift legt enezelfde claim neer – terwijl het geheel onafhankelijk – en dus onbeproefd is. Selectie van de nieuwsfeiten is, in mijn ogen, niet genoeg
Ik vind ook dat de uitgever een afspraak zoals hierboven geschetst is niet zou moeten maken, hoezeer ik mij ook kan voorstellen dat er goede kans is op een grote oplage.
Ik hoop dat de afspraak opgezegd kan worden
@Bas Pels: Geef de uitgever eerst de kans om zich te bewijzen. De uitgever is heus niet op z’n achterhoofd gevallen en weet heel goed dat vanwege de goede kwaliteit van het Jeugdjournaal de lat hoog ligt.
Ook is misschien wat meer vertrouwen op z’n plaats voor de NOS, de NOS gaat heus niet de goede naam van het Jeugdjournaal zomaar te grabbel gooien. Omdat
Omdat de NOS vertrouwen heeft dat het blad recht gaat doen aan waar het Jeugdjournaal voor staat, mag deze uitgever een kans krijgen dit waar te maken d.m.v. de gekozen constructie.
Na de uitleg wordt alles alleen vreemder. Het komt er dus op neer dat NOS zijn naam verkoopt aan een tijdschrift waar het qua inhoud niets mee te maken heeft. Een tijdschrift dat tegen betaling mag meeliften op de tot nu toe goede onafhankelijke naam van het Jeugdjournaal. De term journaal kan beter meteen geschrapt worden.
Marcel dit is fout, heel fout.