Publiek in de Toekomst (4)
Vandaag het vierde hoofdstuk uit de nieuwe beleidsnotitie ‘Publiek in de Toekomst’.
Wat het publiek van ons verwacht & hoe we journalistiek bedrijven
De NOS is eigendom van zijn kijkers, luisteraars, gebruikers. Een publieke omroep is van het publiek. Niet per se omdat wij via de belastingen worden betaald –hoewel dat allerlei verplichtingen stelt aan de wijze waarop wij handelen- maar omdat wij een aan onze publieke taak ontleende missie en doel hebben: wij willen dat mensen, als ze aan het eind van de dag via de NOS zijn geïnformeerd, meer weten van de wereld van dichtbij en ver weg, meer begrijpen van wat er zich afspeelt, opdat zij zich daar zelf een oordeel over kunnen vormen. Wij faciliteren hun gedachtenvorming.
Daaruit volgt onmiddellijk dat onze persoonlijke opvattingen en opwinding er niet toe doen. Wij laten ons leiden door journalistiek-professionele opwinding, door de verhalen die we willen maken.
Wij kiezen het publiek (al die verschillende door elkaar lopende publieksgroepen) als uitgangspunt. Als je je afvraagt wat het publiek wil, dan krijg je een verrassend simpel antwoord: dat het klopt wat wij doen, dat wij betrouwbaar zijn.
Per medium, per programma, is de vorm waarin wij ons manifesteren verschillend, maar in een wereld die steeds gecompliceerder wordt qua nieuws, en die steeds onoverzichtelijk wordt omdat nieuws en nieuwtjes –en onzin- uit veel meer bronnen omhoog borrelen, is betrouwbaarheid van levensbelang, en zijn wij gids en partner tegelijk. De naam ‘NOS’, de ‘brand’, dient sterk te zijn en steeds meer lading te krijgen, steeds beter gewaardeerd en zelfs geliefd te worden.
De NOS wil iedereen op ieder moment en op alle denkbare manieren bereiken. Dat is geen marketingstrategie, maar een uitgangspunt dat wij ontlenen aan onze missie. Als wij betrouwbaar en gids willen zijn, dan willen we dat overal zijn en altijd. We volgen ons publiek, en zorgen ervoor dat ons publiek ons volgt.
Daar hoort experiment en vernieuwing bij: mobiele websites, nagenoeg onmiddellijke informatievoorziening via Twitter, vergen een andere ‘vertaling’ van het nieuws dan het Achtuurjournaal (hoewel we die kennis over omgaan met snelheid al jaren in huis hebben, want hier sluit zich de cirkel die bij Teletekst is begonnen, 30 jaar geleden). Het experiment betreft infrastructuur (hoe, met welke toepassingen, doen we dat dan) maar vooral journalistiek (inhoud en vorm): hoe vertel je een verhaal snel en aantrekkelijk op de smartphones? En de vraag: wat gebeurt er straks, over een half jaar, en wordt er een rol van de NOS verwacht?
Waar we overigens nooit mee mogen experimenteren is de betrouwbaarheid van de informatie die wij brengen. Er dient geen tegenstelling te zitten tussen snelheid en juistheid.
De relatie tussen alle mensen die samen ons publiek vormen en de NOS –en iedere andere nieuwsorganisatie overigens- is veranderd en verandert voortdurend.
Vroeger was die relatie overzichtelijk. Om acht uur gingen miljoenen mensen voor de tv zitten, en consumeerden ze het nieuws. Ze zetten de radio aan op gefixeerde tijdstippen, en hoorden wat we te brengen hadden.
Nu zijn er zoveel meer manieren om met ons, met nieuws om te gaan. Ook al zitten er nog zowat iedere avond 2 miljoen mensen naar ons te kijken, er is zoveel meer. Veel van die mensen hebben al op allerlei andere manieren het nieuws van de dag gehoord en gezien, omdat ze de radio in de auto aanhadden, op hun werk internet volgden, even naar de flashes op hun mobieltje keken en zich hadden afgereageerd op GeenStijl.
Veel mensen consumeren niet meer, maar zijn actieve nieuwsgrazers geworden. Dat betekent dat Achtuur niet meer gemaakt kan worden zoals tien, vijftien jaar geleden, omdat het kennisniveau van de kijker als de uitzending begint al veel hoger is dan een aantal jaren geleden.
Het betekent ook dat het maken van Achtuur (of Radio 1-journaal) niet meer slechts het doel van de NOS kan zijn, maar een van de (hele belangrijke) middelen om ons publiek te bereiken. Omdat wij een meerdimensionele nieuwsorganisatie zijn geworden.
Maar tegelijkertijd moeten we Radio 1-journaal en Achtuur niet ontkrachten, juist niet: we moeten op veel plekken tegelijk zijn (want dat wordt van de NOS verwacht) maar we moeten Radio 1-journaal en Achtuur zo goed als mogelijk laten zijn, en verbeteren, want het beeld van de NOS wordt ook en vooral bepaald door de kwaliteit van wat wij daar bieden.
Maar het publiek wil meer. Wil wel accepteren dat wij doen wat we doen, maar wil kunnen reageren. En wil van ons horen waarom wij doen wat we hebben gedaan, hoe we keuzes maken, wat onze bronnen zijn.
In tegenstelling tot vroeger, toen wij een onbenaderbare organisatie waren op onze eigen Olympus (zoals alle andere nieuwsorganisaties en vele instellingen) en mensen naar ons opkeken, willen mensen nu naast ons staan. Op basis van gelijkwaardigheid.
Die gelijkwaardigheid accepteren tast onze positie niet aan; wij eroderen er niet door. Vertrouwen-krijgen gaat nu op een andere manier dan vroeger. Vroeger was onze taak eendimensionaal: nieuws brengen. Nu is dat nog steeds de essentie, maar komen er de dimensies van transparantie, uitleggen en verklaren, reageren en discussiëren bij, plus het accepteren –en dat menen- van gelijkwaardigheid. De beweging die wij dienen voort te zetten (en wij niet alleen) is die van Onaantastbare Autoriteit naar Vertrouwenwekkende Partner (en als we dat zijn, bezitten we nog steeds diezelfde autoriteit, die op een andere manier wordt gedefinieerd). Organisaties die de tekenen van de tijd niet verstaan en hun oude vormen en gedachten koesteren, staan plotseling op drijfzand.
Partnerschap, gelijkwaardigheid, hebben ook op andere manier hun invulling gekregen, en die ontwikkeling zal zich voortzetten: User Generated Content. Het publiek als maker, bron, informant, wijze. User Activated Content, zegt NOS-Headlines al.
Op dit moment wordt de term co-creatie gebruikt om die ontwikkelingen aan te geven. Toen we een jaar geleden zochten naar een Nederlandse term voor User Generated Content kozen we de winnende inzending ‘Samen Nieuws Maken’.
Dat zagen we toen nog niet geheel voor ons, maar het is de enig juiste Nederlandstalige samenvatting.
De digitale ontwikkelingen zorgen ook voor een andere vorm van gelijkwaardigheid. De dure spullen van een nieuwsorganisatie zijn niet per se beter of vooral sneller dan die van een individu (dat onmiddellijk foto’s neemt van een vliegtuigcrash) of van een ad hoc-groep mensen, die samen hun eigen vorm van nieuws scheppen en via hun eigen website tot een succes maken.
Het recht op nieuws maken, de mogelijkheid vooral nieuws te maken, is niet meer voorbehouden aan een traditionele nieuwsorganisatie.
Nu.nl is niet door kranten gemaakt, bijvoorbeeld.
The Huffington Post in de VS is een eigentijds burgerinitiatief dat de bestaande media niet nodig heeft, en in staat is net zoveel of meer vertrouwen te genereren dan de bestaande nieuwsorganisaties.
De bundelende kracht van internet is groot, en ontwikkelingen gaan snel. Wij zijn in staat om daarin een actieve en vooroplopende rol te spelen en dat willen we ook. Wij willen de nieuwe wereld en de nieuwe mogelijkheden die zich daar voordoen verbinden met de bestaande, maar zich vernieuwende organisatie die wij zijn.
(Me on TV is daar een voorbeeld van: het biedt ons als professionele organisatie de mogelijkheid om videobeeld van onze eigen journalisten via de smartphones onmiddellijk de uitzending in te halen, maar is tegelijkertijd een platform om beeld vanuit het publiek binnen te halen en te gebruiken, na de check en de doublecheck en het beoordelen op relevantie).
Wij bieden iedereen al ons materiaal aan, en we willen faciliteren, meedoen, beïnvloeden en luisteren. Het moet logisch zijn, en leuk, voor al die individuen en groepen mensen om contact te hebben met de NOS. En het moet logisch zijn en leuk voor ons, omdat we meer materiaal en meer verhalen binnenkrijgen, ons bereik en onze rol vergroten.
Het vergt van ons –en we zijn in beweging- dat we de oude houding van de journalistiek tegenover zijn publiek (een zeker dedain, en in ieder geval niet willen weten) afwerpen en de gedachte van partnerschip aanvaarden en uitwerken.
Dat draagt op fundamentele wijze bij aan het gezag dat wij willen hebben en houden in ons dagelijks werk. Het gezag dat de NOS te vertrouwen is in alles wat ze zegt, doet, kiest en maakt.
Wat wij zeker niet moeten doen is ons publiek naar de mond praten. De eigenzinnigheid die bij een nieuwsorganisatie hoort om te agenderen, te openen op impopulaire of in eerste instantie ongemakkelijke verhalen, is van grote waarde en betekenis.
Wij zijn er niet om te pleasen door gemakkelijke verhalen te maken; we zijn er om ook moeilijke verhalen te brengen maar die toegankelijk te maken. Dat wordt overigens ook van ons verwacht. Mensen herkennen en verwerpen gemakzucht aan onze kant, en hebben een sterk ontwikkeld gevoel over wat de NOS wel en niet mag, in hun ogen.
Het is niet voor niets dat de 20 seconden Jan en Yolanthe in het Journaal wekenlang bediscussieerd worden. Omdat mensen sterke en stellige opvattingen hebben over ons en wij er dus toe doen en middenin hun wereld staan.
Er zijn andere redenen om niet gemakzuchtig te zijn.
Er zit een risico aan de nieuwsconsumptie van nu, via internet maar ook video-on-demand: iedereen kan nieuws binnenhalen niet alleen op de door haar of hem gewenste tijdstippen (wat prima is), maar ook gefilterd, op basis van eigen voorkeuren.
Dat houdt een gevaar in zich, kort geleden in de VS omschreven als The Daily Me. Iedereen is de hoofdredacteur van de eigen krant of tv, en kiest alleen maar het nieuws dat haar of hem bevalt.
Het gevaar is: bevestiging. Bevestiging dat de wereld in elkaar zit zoals je toch al dacht. Dat je alleen die commentatoren binnenlaat die toch al verwoorden wat je al vond.
Wij zijn er mede voor de confrontatie. Niet als doel op zichzelf, maar omdat de wereld van dichtbij en veraf verrassender in elkaar zit dan gesloten opvattingen veronderstellen.
(En ook dit vereist aan onze kant onbevangenheid. Ook journalisten maken die Daily Me, ondertussen lijdend aan de gevaarlijke opvatting dat zij dat juist niet doen).
Nieuwe inhoud voor de bekende begrippen
In de afgelopen jaren heeft de NOS uitgangspunten geformuleerd die het waard zijn opnieuw te bekijken en, zo nodig, aan te passen. In dit deel gaat het om nadere uitleg:
Niet de wil, maar de wereld van ons publiek leidt ons, hebben we gezegd. Dat betekent vooral dat we ons niet laten leiden door gemakkelijke keuzes; we pleasen niet, zoals gezegd. We houden niet ’s ochtends een opiniepeiling onder het publiek om aan het eind van de dag uit te zenden wat men al had willen horen.
Het betekent ook dat we er rekening mee houden dat de mensen in ons publiek niet, zoals wij, de hele dag de schermen aan hebben staan, een documentatieafdeling tot hun beschikking hebben, nog precies weten hoe het vorig jaar ging, en iedere vakterm vanuit welke hoek dat ook beheersen. Wij zijn, op dat punt, degenen die vertalen. We doen ons publiek het meeste recht door helder te zijn, verhalen toegankelijk te maken, met inzet van al ons audiovisuele middelen en grafische ondersteuning te verklaren wat verklaard moet worden, en dus de wereld van hun denken en ervaringen als uitgangspunt te nemen. De mededeling ‘dit hebben we 3 weken geleden al gedaan’ is niet per se valide, geredeneerd vanuit een publiek uitgangspunt; teruggrijpen en verklaren is niet onjournalistiek, juist als we bredere ontwikkelingen schetsen.
De wereld van ons publiek krijgt verder inhoud door te weten dat ons publiek ook uitleg wil over onze keuzes, transparantie verlangt en partner wil zijn.
Wij willen de straat en de staat verbinden en dat is een gecompliceerde opdracht gebleken, waar niet iedereen op dezelfde manier mee om gaat.
Het is niet zo dat vox pop binnenhalen een goeie invulling geeft aan het begrip, of de gedachte dat een ‘gewoon iemand’ een onderwerp beter maakt dan een bestuurder, een vakbondsvrouw of een directeur. Aan opvattingen van de grootste schreeuwers (‘ze deugen geen van allen meneer, die hoge heren in Den Haag. De bezem moet erdoor’) hebben we geen behoefte. De straat op gaan om mensen hun analyses te vragen over al dan niet falende bankdirecteuren evenmin. Als we die weg op gaan, dan gaan we het pad op van journalistiek populisme.
Het begrip de straat en de staat geeft aan dat er verschillende agenda’s, verschillende verhalen zijn. Toen we het formuleerden, was onze journalistiek vooral institutioneel: we volgden de agenda’s van regering en parlement, organisaties, bedrijven; hun nota’s, hun persconferenties en hun onderzoeken.
Daarmee wordt een beperkt aantal terreinen gedekt, maar niet per definitie alles. Ook de wereld buiten het officiële Den Haag heeft opvattingen, agenda’s, problemen, die soms wel, maar niet per definitie, hun vertaling vinden in de officiële wereld. Er zijn meer werkelijkheden dan de formele en overal zijn relevante verhalen.
Daarbij geldt dat mensen bij uitstek deskundig zijn in hun eigen wereld; iemand die op thuiszorg wacht kan vanuit haar of zijn wereld spreken over de consequenties van bezuinigingen. Een garagehouder is deskundig als het gaat om de gevolgen van de financiële crisis voor haar of zijn branche. Als er verkiezingen zijn is de kiezer bij uitstek gekwalificeerd om haar of zijn motieven uit te leggen. Maar de garagehouder is geen econoom en de econoom geen garagehouder of minister. Aan ons de rollen te scheiden.
Doordringen in de wereld van de straat, een verzamelnaam voor de niet-officiële gedachten en agenda’s, en dus niet een keuze voor platte vox pop, vergt een andere manier van kijken en van research. Een langduriger aandacht, gesprekken, onbevangenheid, dan traditioneel het geval is. ‘Gouda’ (het geweld tegen buschauffeurs) vergt onmiddellijke verslaggeving, maar daarna geduld en tijd en het dieper doordringen in wat er werkelijk aan de hand is om vervolgverhalen te maken, ook als de andere media en de praatprogramma’s al allemaal ergens anders naartoe zijn getrokken.
De straat en de staat beoogt geen tegenstelling te creëren tussen beide werelden. Het is geen vrijbrief om een minister, directeur of Kamerlid met misprijzen te behandelen ten gunste van de kiezer. Ook op dit terrein dient er aan onze kant sprake te zijn van gelijke behandeling en werkelijke interesse.
Heroriëntatie op de manier waarop wij invulling geven aan het begrip is nodig, te meer daar wij beogen de beide agenda’s te integreren, terwijl in de maatschappij een verharding, politisering en tegenstelling aan het ontstaan is tussen delen van de instituties en delen van Nederland.
Wij zijn geen voertuig van deze ontwikkeling.
We willen o ja?- in plaats van nou en-verhalen en uitzendingen, producties. Het is onze dagelijkse meetlat op het gebied van ambitie en kwaliteit. We willen heldere, samenhangende verhalen vertellen, toegankelijk zijn, verrassen door inzicht. Verrassen door invalshoeken, door vormgeving. Verrassen door de vragen die we stellen in onderwerpen, namens ons publiek.
Nieuwe begrippen en hun inhoud
We voegen hier nieuwe begrippen toe:
De aarde is rond. Het is een antwoord op Flat Earth News van Nick Davies, die zich –en hij is waarlijk niet de enige, wij doen dat ook- zorgen maakt over een te ver doorgevoerde permanente productiedwang, als gevolg van de 24 uurs-nieuwscyclus. Het gevolg is onder meer dat verhalen alleen nog maar in partjes worden opgedeeld, de samenhang wordt vergeten, het nadenken achterwege wordt gelaten en research en geduldige journalistiek als onnodig en duur worden gezien. Nieuwsbronnen krijgen nauwelijks tijd meer om te reageren en er is geen conversatie meer; er zijn alleen quotes en one-liners.
Davies baseert zich op de Engelse situatie en de rol van uitgevers daar, maar zijn zorgen zijn universeel. Gratis media, of het nu gaat om kranten of websites, zijn in zichzelf waardevol. Maar zij zijn niet de organisaties die investeren in research, een correspondentennetwerk, een eigen agenda.
Wij hebben ruime ervaring met onze 24-uurs nieuwscyclus en daar is niets mis mee; ook in kort tijdsbestek kun je verklaren en samenhang proberen te schetsen, hoewel de focus hier ligt op snelheid, live en update. Het grote voordeel van de NOS is dat wij diverse snelheden kennen en verschillende dimensies bereiken. Wij blijven op zoek –als we al niet intensiveren- naar verhalen die niet meteen aan de oppervlakte zichtbaar zijn. Wij blijven specialismen en research beschermen, en op zoek naar zelf te maken verhalen in het buitenland. Wel nieuws, nieuwswaardig en nieuws gerelateerd, geen features.
Het betekent dat we de mensen die we vrijmaken voor specialisatie etc. die ruimte ook geven; dat we correspondenten optimaal inzetten en niet alleen maar voice-overs laten inspreken, zes keer per dag.
Het is geen vrijbrief overigens om de 24 uurs-nieuwscyclus niet te bedienen; het is steeds een afweging. Het is ook niet zo dat alleen de specialisten verder hoeven te kijken dan hun neus lang is. Ook de planners, ook alle anderen, dienen hun eigen grenzen op te schuiven en te denken in de termen van betere verhalen dan gisteren en vandaag.
Het is ook een pleidooi voor eigen keuzes. Wij zien niet in waarom de kranten de bron zouden moeten zijn van ons werk –behalve de onvermijdelijke, harde nieuwsverhalen. De denkkracht en specialisatie bij een krant zouden uiteindelijk niet groter mogen zijn dan die bij de NOS, al is dat nu wel het geval bij gespecialiseerde redacties of gespecialiseerde bladen.
We moeten het onszelf moeilijker maken, al was het alleen maar door te realiseren dat journalisten niet van huis naar hun werk gaan en weer terug zonder iets te zien, zonder opvattingen, zonder het idee dat ze een veelvoud aan mogelijke verhalen tegenkomen.
De aarde is rond betekent ook dat veel verhalen waar wij mee te maken hebben, elders ontstaan. Dat als gevolg van globalisering maatregelen in China consequenties kunnen hebben in Den Bosch. Dat verhalen die met klimaat en energie te maken hebben per definitie gaan over continenten, werelddelen, de hele wereld (het eerste themacorrespondentschap beoogt daar een antwoord op te geven).
En meer: we dienen ons correspondentenbestand met regelmaat te evalueren. Zitten we op de goeie plekken, maken we de goeie verhalen? De economische en politieke focus schuift zozeer richting China, dat het goed voorstelbaar is ook onze aandacht te verschuiven. We hebben al bureaus in twee machtcentra (die overigens verschillende rollen spelen): Washington en Brussel. Het lijkt tijd om te gaan werken aan een Bureau Beijing.
Permanente inspiratie, de deur moet open betekent dat we het debat, de creatieve confrontatie, met anderen omhelzen. Journalistiek bedrijf je niet alleen op de nieuwsvloer, maar ook en vooral daarbuiten. Voor verslaggevers is dat evident. Maar er gaat ook een fase vooraf aan het maken van verhalen, een fase die als doel heeft meer mensen en hun verhalen (en hun opvattingen over ons) te leren kennen. De jongerendebatten en de ontmoetingen met mensen in het nieuws moeten uitgebreid en geïntensiveerd (en dus meer mensen op de nieuwsvloer) bereiken.
Datzelfde geldt de ontmoeting met anderen (Van Uhm, Coutinho, Wientjes, Wellink…) die met hun kijk ons begrip van de verhalen van nu vergroten .
360 graden reporting was de term die de ontwerpers van onze huisstijl (Lambie
& Nairn uit Londen) bedachten om te laten zien dat de NOS overal is en alle verhalen wil maken die er zijn. De rode O van de NOS was er de verbeelding van.
Die 360 graden reporting moeten we anders invullen.
Laten we de oorlog om Gaza als voorbeeld nemen. Dat is een heftig conflict, met internationale dimensie. Het is een conflict dat zich op diverse lagen laat vertellen. Maar het is ook een conflict waar, ook in eigen land, mede als gevolg van de immigratie uit de afgelopen decennia, de standpunten sterker tegenover elkaar staan dan ooit.
Het betekent tegelijkertijd ook dat er geen waarheid is. Er is niet een verhaal te maken, een context te schetsen, die recht doet aan wat er te vertellen is. Er is het perspectief van Israel, althans van de regering, althans van de meerderheid. Er is het perspectief van Hamas. Van de VS, de Arabische wereld. Maar ook het perspectief van de gewonde en gedode Palestijnen; van de Israëliërs die de schuilkelders in moeten vluchten, veertien keer per dag. Van de mensen die Israel steunen, hier. Van de mensen, die niet begrijpen waarom Israel zoveel geweld mag gebruiken en zoveel mensen mag doden en daarom de straat op gaan.
Dit is, voor ons, de kern van de door Joris Luijendijk begonnen discussie in ‘Het zijn net mensen’. Die discussie leek te gaan over het idee dat de journalistiek per definitie manipuleert. Hij gaat echter in essentie over het meervoudig perspectief, het idee dat de journalistiek of de journalist niet kan en mag pretenderen per dag het enig denkbare, echte verhaal te maken.
Wij streven al langer naar een oplossing voor dit gegeven, door over een bepaalde periode aan alle kanten van de frontlinie (of de kloof die deelnemers aan en discussie scheidt) te werken en daarvandaan te berichten.
Wij kunnen dit uitgangspunt via de site nog sterker uitwerken. Door alle denkbare en maakbare verhalen op de rode O te plaatsen,a aanklikbaar (zoals op de kaart van EuropaKiest): tegenover elkaar, naast elkaar, afhankelijk van perspectief en uitgangspunt. Dit faciliteert het nadenken bij onze bezoekers (en voorkomt het Daily Me-gedrag naar de mate van het mogelijke), erkent en illustreert de gedachte van meervoudige perspectieven. En maakt het ook mogelijk de formele journalistieke wereld met zijn vakkundige en onafhankelijk gemaakte reportages aan te vullen met –bijvoorbeeld- de videodagboeken of foto’s van individuen, waar dan ook vandaan. Als maar duidelijk is wie de afzender is en vanuit welk perspectief zij of hij bericht.
Deze benadering is bij grotere, langlopende kwesties mogelijk zoals Gaza, maar bijvoorbeeld ook bij thema’s die in verkiezingen hier een rol spelen.
De selectie blijft vanzelfsprekend in onze handen.
Denk aan Neda tenslotte is een uitwerking van de Samen Nieuws Maken-gedachte. De gebeurtenissen in Iran rondom de verkiezingen tonen onder meer de kracht van het mobieltje, van YouTube, Facebook. Daar waar de komst van CNN en de rol bij de eerste Golfoorlog het hele journalistieke krachtenveld veranderde en richting onmiddellijke, 24-uur-nieuwsverslaggeving heeft gestuurd, maken de Neda-video’s (als verzamelnaam voor al dit nieuws uit Iran) duidelijk dat er plots een nieuwe, massale kracht is ontstaan naast de gevestigde journalistieke organisaties (The Powers that Be) die van grote betekenis is. Een massale, ad hoc-beweging die, tijdelijk, onze partner en bron is bij verslaggeving en verklaring.
We kunnen er bij staan te kijken en niets doen en aan relevantie verliezen. Maar we kunnen, zoals we deden, wat er te zien en te lezen was ook gebruiken als bronnen voor onze eigen verslaggeving en duiding. En als –met de altijd waardevolle en nooit te negeren journalistieke distantie- onze tijdelijke ogen en oren, hoofd en hart.
Het is niet zo moeilijk want we zien voor ons hoe het werkt en hoeveel waarde die nieuwe bronnen hebben. We moeten alleen weten dat die andere bronnen er zijn, voor verhalen en voor materiaal, en dat de mensen met de mobieltjes zowel bron als tijdelijk verslaggever tegelijk zijn, zonder dat zij onze traditionele normen en waarden hanteren. Die kunnen wij dan weer toevoegen door onze bewerking van alles wat nu beschikbaar is, oneindig veel meer dan tot voor kort. Het vergt andere research, andere feitencheck. We hebben andere dan formele bronnen, die we op hun waarde moeten schatten. Weten welke digitale bronnen doorgaans betrouwbaar zijn en welke gericht op manipulatie. We moeten ook meer beschrijven wat we aantreffen, en dat duiden, zonder altijd zeker te zijn van ieder apart feit. We zoeken contact met individuen, ooggetuigen, in plaats van met organisaties. Dat is ingewikkelder, maar het is de moeite waard. En onontkoombaar.
Samenvattend:
• Niet de wil, maar de wereld van de kijker: wij maken de keuzes, maar willen informatie overbrengen aan ons publiek en weten dus wat zij wel en niet kennen, weten, willen, verwachten
• De straat en de staat: wij kennen de agenda’s van ons publiek, nemen hen serieus, en weten dat zij deskundig zijn in hun eigen wereld. We checken deze agenda’s met die van de ‘formele’ wereld en achten beide waardevol
• O ja in plaats van nou en verhalen: we willen verrassen in aanpak, helderheid, vormgeving, ons vertellend vermogen, onze manier om informatie op de website te presenteren
• De aarde is rond: We zoeken samenhang en context, verliezen ons niet in snelheid alleen. We zien de rode lijnen in plaats van stukjes ad hoc-nieuws. We weten dat verhalen die elders op de wereld ontstaan ons leven kunnen beïnvloeden, en omgekeerd.
• Permanente inspiratie: wij zijn in debat met de samenleving en open voor ieders vragen, ideeën, kennis
• 360 graden reporting: we weten dat er diverse perspectieven zijn en willen die bieden
• Denken aan Neda: bij zowat iedere nieuws zijn mensen uit ons publiek eerder ter plaatse. Van ieder verhaal weten mensen uit ons publiek meer dan wij. Wij leggen contact met hen en zorgen voor echt tweerichtingsverkeer. We zorgen voor nieuwe samenwerkingsverbanden en integreren in social networks.

Social comments and analytics for this post…
This post was mentioned on Twitter by overdiek: Reageer: Niet de wil, maar de wereld van ons publiek is cruciaal – deel 4 (en slot) NOS Nieuws beleidsnotitie: http://bit.ly/7aAKVP...
Is de NOS wel neutraal? deze bericht zegt van niet.
http://www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=10331
@ gelukkigebij: ik geloof niet dat HVV op bovenstaand hoofdstuk ingaat> het stuk waar naar wordt verwezen is een opiniestuk en geen onaantastbare analyse; het is meer lobby dan discussie
Ik durf niet meer naar het nieuws te kijken, omdat je altijd op je hoede moet zijn voor stiekeme mindsetting tussen de regels door.
Vb Hoek van Holland, waar de snelrechter van de NOS vrolijk verklaart dat het doodschieten van Robbie ‘niet ander kon’.
Nav het zeilmeisje kon ik hier lezen, dat ‘een 14 jarige zoon trots verklaard dat hij dat van zijn moeder nooit zou mogen’.
En ook het bewust verzwijgen van feiten is ook zo’n truk, wereldwijd wordt er gerept over de ‘sharp dressed man’ die de Nigeriaan geholpen zou hebben, dat verklaren meedere ooggetuigen, waaronder een advocaat, bij de NOS niks hierover.
Maar wel wijzen op de ‘noodzaak’ van de naaktscanner, onder het mom van veiligheid voor privacy, dat wordt in 1 reportage meermaals herhaald.
Wat zijn WIJ toch goed!
Heer Laroes, voor mij zijn uit deze 4 hoofdstukken – met interesse gelezen – 3 zinnen relevant: “Met name in de grote samenvattende uitzendingen en op de site gaat het om veel meer dan het sec opdienen van feiten. Het gaat om de achtergrond waartegen zij zich voordoen, de veenbrand, trends, waar ze uit voorkomen. Het gaat om het bos en niet om de bomen.” Daarmee gaat u in tegen de tijdgeest, waarin alles “leuk” en “snel” moet zijn. Ik vind het R1J, alsmede de nieuwe site, iets minder diepgang hebben dan voorheen. Die trend zou m.i. gekeerd moeten worden. En als het 10-uur Journaal op dezelfde wijze gemaakt wordt als het 10-o’clock news van de BBC…
- Citaat : Veel mensen consumeren niet meer, maar zijn actieve nieuwsgrazers geworden. Dat betekent dat Achtuur niet meer gemaakt kan worden zoals tien, vijftien jaar geleden, omdat het kennisniveau van de kijker als de uitzending begint al veel hoger is dan een aantal jaren geleden. -
Kennis niveau verteld mij niets over de selective gevoeligheid van journalist en de mensen die iets belangrijk vinden, want hier koopt iedereen het goedkope vlees omdat dat een centje overhoud .. want het is ook gekeurd en is het dus veilig … ja ja … ja want wel hebben geleerd dat geld ons allemaal in leven houd .. maar verschrikkelijk is dat nu , we hebben geleerd onze onzekerheden na te rekenen maar onze blote emoties ( echte leefwaarden , de goede gehechtheid ) te verbergen . Want laten we bij eerst bij het begin beginnen en stel eens de vraag , wie heeft NL in zijn greep ? En hier bevind zich het ware debat die wij allemaal in huiskamer of elders moeten voeren , daar gaat het om als we het over het ontwaren van nieuws hebben , maar niet dat de lonen dit jaar wat minder stijgen , die les , .. die urgentie .. hoeven de mensen niet ook van de NOS te horen dat vragen ze maar aan hun vrienden en vakbond ! Jullie begrijpen niet dat er vele manieren zijn om jullie voor het karretje te spannen , en als makke schapen het lijdend voorwerp volgen … Er is geen reden tot klagen in Nederland , iedereen kan eten drinken en wonen maar er zijn dommerikken bij die alles maar menen te moeten verkondigen .. want ze hebben het zo zwaar met de hypotheek . Dat er een problemen zijn weet ik ook wel maar veel beter is het om de wortel , de sociale scheefgetrokken samenleving eens uit te diepen . Die (afvragingen) vragen moeten jullie stellen want anders veranderd er niets in de hoofden van gedupeerden.
Citaat – Wat wij zeker niet moeten doen is ons publiek naar de mond praten. De eigenzinnigheid die bij een nieuwsorganisatie hoort om te agenderen, te openen op impopulaire of in eerste instantie ongemakkelijke verhalen, is van grote waarde en betekenis. -
Dit houd in dat er een onafhankelijke groep aangetrokken moet worden die iets te melden heeft , hoeft niet een simpele theologen opvatting te zijn maar wel die personen die op de maatschappij een gezonde visie na houden . Ik denk aan de opas die eens gingen vertellen wat zij allemaal fout deden en dachten , daar steekt een mens nog eens wat van op en komen er oplossingen . Moeten die mensen in beeld komen ? hoeft toch niet , een stukje beeld over het onderwerp zegt velen meer dan een gezicht die niet aanspreekt ..
Meneer Laroes, niet zo zeer een vraag over uw stuk, maar wel over uw beleid. Kunt u mij uitleggen waarom de ochtend- en middageditie van het Radio 1 Journaal zo van elkaar verschillen. ‘s-Ochtends is er duo-presentatie, moet het nieuws snel, wordt er niet naar de gasten geluisterd en wordt de luisteraar als een kind behandeld. Zo hoorde ik laatst, ‘voor diegenen die niet weten hoe het werkt’, dat een pensioen wordt opgebouwd uit geld dat belegd wordt. Ook het geneuzel over sport is overdreven. Dankzij het Radio 1 journaal heb ik onthouden dat een middenvelder uit de Bundesliga die niet aan spelen toekwam naar een andere club is vertrokken en dat een linksback uit de Eredivisie teveel aanvallende aspiraties had en daardoor van de trainer op de tribune moest plaatsnemen. En dan moet er ook getwitterd worden. Ik kan me voorstellen dat de NOS met de tijd mee wil gaan, maar waarom dan twitteren via een privé-account. Dit staat niet erg professioneel. Als deze persoon er niet is zoals vandaag, wordt er ook geen oproep gedaan om te twitteren. Dat vind ik dan ook wel weer grappig.
‘s-Middags is er maar één presentator en die is uitstekend: Lucella Carraso. Zij presenteert rustig, laat mensen uitpraten en door slimme vragen maakt zij uitstekende interviews. Ook naar haar tijdelijke vervanger Rik van de Westelaken heb ik met plezier geluisterd.
Afgezien van mijn persoonlijke oordeel over het verschil in kwaliteit, van de uitzendingen, waar u misschien niet op in wilt gaan en dat hoeft ook niet als u dat niet wilt, zou ik u willen vragen, wat is de gedachte achter de opmerkelijk verschillende stijl van de ochtend- en middageditie?
Bij het radio 1 journaal wordt gebruik gemaakt van een twitteraccount van een privépersoon. Waarom?
@John van Dokkumburg
Er schuilen veel wijze woorden in je betoog, alleen vraag ik me af wie gaat uitmaken wat een gezonde visie op de maatschappij is. De maatschappij verandert, meningen veranderen en visies veranderen. Fatsoen blijft in mijn ogen immer dezelfde. Die is tijdloos en kan willekeurig overal toegepast worden. Eerst is er het observeren wat “gewenst gedrag” is, daarna de aanpassing aan die bestaande situatie. Soort van integratie afhankelijk van situatie. En met een beetje geluk groeit er ook een “ons” gevoel bij, maar al te vaak is dat niet zo.
Het probleem is eerder dat het “groepsgevoel” plaats heeft gemaakt tot een heel erg “individueel gevoel” die op vele vlakken overeen komt met het individuele gevoel van de mensen om je heen. De wereld bestaat uit een grote massa egoisten die allemaal hun eigen dingetje belangrijker vinden en dat is toevallig soms hetzelfde. Dus wat is een gezonde visie, wie gaat die bepalen en hoe ga je het voor elkaar krijgen dat iedereen daar respect voor gaat hebben (luisteren hoeft niet, respect hebben wel) en dat “ons” weer groeit. Mijn antwoord is heel simpel:
Dat ga je niet. Op de een of andere manier hebben mensen tegenwoordig een ramp nodig om zich te realiseren hoe erg ze eigenlijk geboft hebben met wat ze hebben. En die ramp stevenen we met elkaar recht op af.
Nee, ik zie niet snel 16 miljoen landgenoten het Wilhelmus zingen vanuit hun tenen. En ik zeg eerlijk: ik ook niet. Want daarvoor ben ik teveel teleurgesteld in de politiek en de koningin, het bedrijfsleven dat groot is geworden door hardwerkende Nederlanders maar al lang niet meer van ons is, ons sociale stelsel dat stelselmatig is afgebroken in het belang van het geld, de CV en de bonussen van mensen die zich als judassen hebben gedragen. En zo kan je nog wel een tijdje door. Ik vond het vroeger niet nodig SP te stemmen omdat Nederland een goed sociaal stelsel had. Nu zie ik mij genoodzaakt in het belang van ook die mensen die het niet zien, mijn mond soms open te doen of in ieder geval iets te stemmen dat het niet verder afbreekt. En dat ik daarvoor soms mijn eigen belang wegcijfer, dat is absoluut waar. Met mijn salaris is SP stemmen helemaal niet zo slim misschien. Maar voor een heleboel mensen die ik ken is het wel beter.
Dat wil dus NIET zeggen dat de SP in mijn ogen alle waarheid in pacht heeft. Want de waarheid, en dus jouw gezonde visie, ligt in het midden en moeten we samen uitkomen.
In het kader van “beter te laat, dan nooit” wil ik nog reageren op de 4 gepubliceerde delen over het beleidsstuk ‘Publiek in de Toekomst’. Al met al heb ik aardige bevindingen gelezen, alleen zijn mij 2 dingen niet duidelijk.
Hoe en of gaat de NOS fast en slow nieuws separeren met dit beleid? Het leveren van onderzoeks- en/of kwaliteitsjournalistiek lijkt mij, in concurrentie met huidig aanbod nieuwsbronnen, geen grote toegevoegde waarde hebben m.b.t. fast nieuws.
Tot slot, hoe wil NOS gaan selecteren op slow nieuws? Makkelijkst zou zijn als het fast nieuws onderwerpen selecteert om verder uitgediept te worden (in het kader van publiek is mijn klant en die bedien ik). Maar kan mij ook voorstellen dat dit geen extra waarde met zich meebrengt t.o.v. commerciële zenders.