Een verfrissend bad van tolerantie
De afgelopen anderhalf jaar is het leven er in Turkije niet gemakkelijker op geworden. De maatschappij is gepolariseerd en velen schreeuwen liever dan dat zij luisteren. Die polarisatie geeft iedereen, dus ook mij, veel stress. Vandaar dat ik zo opkikkerde toen ik Tuncay Onat interviewde.
Tuncay is een bahá’í. Daar zijn er maar zo’n honderdduizend van in Turkije. In het interview dat ik met Tuncay had op een radiostation in Istanbul, vertelde hij uitgebreid hoe tolerant en spiritueel het bahá’í-geloof is. Zo respecteren de bahá’í-gelovigen alle profeten en ‘boodschappers’ die in andere religies een rol spelen, Jezus, de profeet Mohammed en ga zo maar door. ,,Er is één God”, vertelde Tuncay, ,,maar zijn boodschap wordt door de profeten elke keer weer op een manier geïnterpreteerd die bij hun tijd past”. Tuncay vergeleek het met een zon of een licht en een spiegel: het licht is hetzelfde maar elke spiegel weerkaatst het op zijn eigen manier.
Het bahá’í-geloof ontstond in de negentiende eeuw in wat nu Iran heet. Nog steeds zijn de bahá’í-gelovigen daar aanzienlijk in aantal maar hun leven in het huidige Iran is niet gemakkelijk. Zo geloven de bahá’í-aanhangers in de fundamentele gelijkheid van man en vrouw en zien zij weinig heil in de belemmeringen die het leven in Iran aan vrouwen oplegt. Daarnaast zijn de Iraanse mullahs niet bepaald gecharmeerd van deze religieuze concurrenten. ,,Atatürk heeft Turkije seculier gemaakt en dus is ons leven goed hier”, zei Tuncay. ,,Iran is niet zo”. Ondanks alle problemen die de Bahá’í in Iran hebben, respecteren zij de regels en de cultuur van dat land. ,,Wij mogen niet tegen de gebruiken van een land ingaan”, zei Tuncay. ,,Dat zegt ons geloof”.
Maar wat mij het meeste aansprak in het vraagesprek was het enorme geloof van de Bahá”i in de eenheid van de mensheid: zwart, blank, gelovig, seculier, uiteindelijk doet het er allemaal niet toe. Een verfrissende gedachte in een land als Turkije waar, als je in een ander politiek kamp zit, je tegenstanders je vroeg of laat voor verrader zullen uitmaken. Een van de principes van de Bahá’í-gelovigen is daarnaast het uitbannen van vooroordelen. Tijdens mijn interview zag ik dat Tuncay echt zijn best deed naar mij te luisteren en zijn best deed mij met respect te bejegenen. Ook dat wordt steeds zeldzamer in het gepolariseerde Turkije waar nog maar weinigen proberen hun politieke tegenstanders te begrijpen. Ik zal nooit Bahá’í worden (ik voel me meer aangetrokken tot het boeddhisme) maar het vraaggesprek met Tuncay was een verfrissend bad dat mij de polarisatie in Turkije even deed vergeten.

Beste Bernard,
gelukkig dat je zo’n goede mens bent tegengekomen. Je kunt goed merken dat deze Tuncay een religieus persoon is en dat hij zijn geloof ten volle ervaart. Jammer genoeg zijn maar een klein deel van de mensen in de wereld zo. En je vindt ze in alle godsdiensten hoor, goed zoeken en geluk hebben. Vooral in ons geseculariseerde Westen is dit steeds moeilijker. Begrijp me niet verkeerd, secularisatie is de allerbeste situatie voor een geloof, maar doordat we net in de overgangstijd zitten, waarin veel mensen in onze samenleving zich afzetten t.o.v. de gevestigde geloofsorde, is het het een stuk moeilijker geworden om dit soort goede, luisterende mensen tegen te komen.
Je zegt dat je de heer Tuncay Onat geïnterviewd hebt, maar hoe heb je dit verwerkt? Of waarin? Ik ben wel geïnteresseerd in het resultaat.
Groeten Niels