Het nieuwe Turkije houdt oude problemen
Aanstaande zondag kiezen de Turken een nieuw parlement. Voor het NOS-dossier Turkije Kiest schrijft een aantal Turkse Nederlanders een bijdrage over hun relatie met Turkije. Vandaag schrijver en jurist Murat Isik (1977). Hij werkt momenteel aan zijn debuutroman ‘Verloren Grond’, die volgend jaar verschijnt.
In de zomervakantie van 1991 maakte ik voor het eerst kennis met mijn geboorteland Turkije. Ik was toen dertien jaar. Elf jaar daarvoor hadden we Izmir de rug toegekeerd om een nieuw bestaan op te bouwen in Europa. Via Hamburg belandden we in Amsterdam.
Nederland werd mijn thuis, de plek waar ik wortelde en gevormd werd. Turkije kende ik alleen van de met weemoed doordrenkte verhalen van mijn ouders en de vergeelde foto’s waarop mijn grootouders altijd droevig naar de lens staarden alsof ze de hoop op onze terugkeer reeds hadden opgegeven.
Die memorabele zomer drukte ik hen voor het eerst tegen me aan en maakte ik kennis met hun breekbare stem en zoetzure geur die onmiskenbaar bij hun oude lichamen hoorden.
Heimwee
Maar hoe aandachtig ik ook naar de verhalen van mijn ouders had geluisterd, ze hadden me nooit kunnen voorbereiden op de cultuurshock die ik zou ondergaan. Ik was terug op mijn geboortegrond, maar het voelde niet als thuiskomen. Ik betrad een mysterieuze wereld waarin alles anders rook en smaakte, en ik als vreemdeling werd gezien. Voor het eerst kreeg ik te horen dat mijn Turks raar klonk en werd ik meermaals voor ‘Duitser’ uitgemaakt. Na drie weken had ik heimwee.
Turkije was toen een straatarm land dat geteisterd werd door een krankzinnige inflatie. Ik kan me nog goed herinneren dat in 1991 een stuk brood achthonderd lire kostte. Twee zomervakanties later was dat bedrag vervijfvoudigd.
Mijn familie leefde onder eenvoudige omstandigheden. Ze bezaten weinig en klaagden onophoudelijk over de hoge prijzen en de werkloosheid. Sommigen werkten tegen een miezerig hongerloontje. Mijn hart brak toen ik op mijn zestiende hoorde dat ik met mijn bijbaantje in de supermarkt meer verdiende dan mijn oom in de bouw. Hij was de vijftig ruimschoots gepasseerd maar werkte, ondanks zijn versleten lichaam, van het ochtendgloren tot zonsondergang om zijn kinderen een betere toekomst te kunnen bieden.
Kritische blik
Ik heb altijd een moeizame verhouding gehad met mijn geboorteland. Als kind schaamde ik me voor mijn afkomst, niet alleen omdat mijn zus en ik de enigen op onze basisschool waren die uit Turkije kwamen, maar ook omdat er toen nog veel kwetsende Turken-moppen circuleerden.
Naarmate ik ouder werd, keek ik als zoon van linkse ouders kritischer naar de politieke situatie in het land. Ik stoorde me aan de schending van de mensenrechten, het oppakken van journalisten en het onderdrukken van minderheden. En ik begreep niet waarom de Koerden hun eigen taal niet mochten spreken.
Twintig jaar na het eerste bezoek aan mijn geboortegrond, is er ongelooflijk veel veranderd. Turkije maakt een ongekende economische bloeiperiode door, maar de nieuwe rijkdom is niet voor iedereen. Nog steeds leeft twintig procent van de bevolking onder de armoedegrens en is vijfentwintig procent werkloos. De aardverschuiving in politiek opzicht is zo mogelijk nog heftiger. Het is de AKP gelukt om de macht van het leger sterk terug te dringen. De erfenis van Atatürk staat daarmee zwaar onder druk.
Oude problemen
Alle veranderingen ten spijt zijn de oude problemen gebleven. Al decennia wordt Turkije achtervolgd door kwesties waar het geen of onvoldoende antwoord op heeft, zoals de strijd tegen de PKK, de Armeense kwestie en het conflict met Cyprus. Ankara is er te weinig in geslaagd deze problemen bespreekbaar te maken en er een open debat over te voeren.
Zeer verontrustend is het verder dat de persvrijheid nog steeds in het geding is. Kritische journalisten die voor de AKP onwelgevallige stukken schrijven, worden zonder pardon opgepakt. Daarnaast dreigt de regering het internet (verder) te censureren. Het zijn zaken die geenszins stroken met de democratisering waar de AKP zich op voor laat staan.
Maar ondanks alles is mijn gevoel voor Turkije langzaam veranderd. Ik zie een land met een enorme potentie en een onstuitbare wil om tot grote hoogten te stijgen. Maar ik zie ook dat oude gewoonten moeilijk slijten. Nog steeds is de ijzeren wil van de staat wet en de man op straat nietig. Voor waarachtige verandering is oprechte intentie bij de machthebbers vereist om te streven naar een volwassen democratie waarin de burger niet langer onderdrukt wordt en inspraak krijgt. Turkije staat op een beslissend kruispunt in zijn geschiedenis. De overwinning kan Erdogan op 12 juni niet ontgaan maar, belangrijker, krijgt hij ook carte blanche? Het woord is aan de kiezer.
Lees ook: Seculiere Turken, gaat u rustig slapen, door Kutsal Yesilkagit

Wat ik interessant vind is de manier waarop de schrijver Turkije neerzet. In de autochtone Nederlandse gemeenschap voelt hij zich niet thuis, maar krijgt hij wel heimwee naar diezelfde gemeenschap. Dat klopt niet. Waarom zou je heimwee hebben naar een gemeenschap waar jij je voor je afkomst schaamt? En hoezo voel je je ook niet thuis in Turkije? En al helemaal in het meest westerse en moderne stad van dat land(Izmir). Ik kom zelf uit Izmir en kan zeggen dat ik het zowel hier als daar het erg naar mijn zin heb en niet het gevoel heb bij beide gemeenschappen dat ik een vreemde ben. Wellicht dat de schrijver een beetje verblind is door de politiek van hier en daar? Of is het toch een identiteitscrisis waar de schrijver nog steeds moeite mee heeft en zich de gemeenschap juist de rug toekeert, in plaats van diezelfde gemeenschap tegen hem?
Nachros, ik lees nergens dat de schrijver zich niet thuisvoelt in Nederland?
Nachros, ook ik zie niet staan dat de schrijver zich niet thuisvoelt. Ook al zou de shrijver zich hier niet op zijn plek voelen, dan vind ik het ook niet heel erg jouw plek om een waardeoordeel te geven over het gevoel van de schrijver. Dat jij het kennelijk overal prima naar je zin hebt is mooi maar zegt iets over jouw eigen beleving en je eigen beleving kan je hoe dan ook nooit vergelijken met die van iemand anders. Over beleving valt immers niet te twisten. Misschien is er wel weer een ander die denkt: “Izmir? Nee afschuwelijk, daar wil ik nooit meer heen”. Wat zou je tegen zo’n persoon dan zeggen? Ik denk niet dat het uitmaakt in welke stad de schrijver zijn roots heeft.
Dat de politiek daar niet helemaal klopt is evident. Dat de politiek hier niet klopt ook. Jouw gevoel zegt dat de schrijver misschien politiek verblind is of misschien wel een id-crisis heeft. Nogmaals, over gevoel valt niet te twisten. Maar ik zie de connectie niet helemaal. Ik denk dat het een klein open stukje van de schrijver is, en ik denk dat als hem meer ruimte was gegeven, hij wel dieper op dingen was ingegaan zodat we wat meer inzicht hadden gekregen in zijn gevoel bewustzijn.
Nachros, begrijpend lezen is ook een apart vak. Lees het stukje nog eens.
Een mooi blog waarin Murat o.a beschrijft dat Turkije nog steeds geen democratie is,pogingen onderneemt maar het niet is.De persvrijheid is hier momenteel ronduit slecht, een 1e voorwaarde voor een democratie.