De sociale apartheid van Noord-Ierland

Een zogeheten 'peace wall' houdt een katholieke en een protestantse wijk in Belfast gescheiden (foto: A11sus)LONDONDERRY – Zeg het woord vrede en de inwoners van The Fountain halen hun schouders schamper op. Voor hen is het nog altijd oorlog. Op straat zijn de sporen van brand- en verfbommen te zien die katholieke jongeren geregeld naar hun huizen gooien. Het hoge hek dat hun wijk in de Noord-Ierse stad Londonderry moet beschermen, is niet hoog genoeg.

Londonderry is een gespleten stad. Aan de westzijde van de rivier de Foyle wonen alle katholieken, aan de oostzijde de protestanten. Alleen The Fountain, een protestantse enclave aan de katholieke westzijde, is nog een overblijfsel uit de tijd dat de bevolking meer gemengd was. De wijk is in permanente staat van belegering.

The Fountain is geen uitzondering in Noord-Ierland. Grote steden als Belfast en Londonderry kennen een scherpe verdeling waarin katholieke en protestante wijken gescheiden worden door hoge hekken. Sinds het Goede Vrijdag-akkoord dat in 1998 het vredesproces inluidde, zijn er zeventien nieuwe ‘peace walls’ bijgebouwd of uitgebreid. De politieke vrede is misschien getekend, van verzoening is nog geen sprake.

“Het ophouden van het geweld is natuurlijk de grootste winst van het vredesproces geweest, maar het echte werk begint nu pas”, zegt William Doherty. Doherty is de directeur van de Peace and Reconciliation Group die de dialoog op gang probeert te brengen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Het Noord-Ierse conflict is volgens hem uniek in de wereld.

“We bevinden ons eigenlijk in een permanente identiteitscrisis. Noord-Ieren bestaan niet. De katholieke nationalisten zijn meer Iers dan de Ieren in de Republiek, net zoals de protestanten meer Brits zijn dan de Schotten of Engelsen. Waar je woont en wat je geloof is, definieert eigenlijk wie je niet bent. Dat is een negatieve kracht die toenadering erg moeilijk maakt.”

Volgens Doherty is Noord-Ierland in een fase van vrijwillige apartheid beland. “Noord-Ierland is meer verdeeld dan ooit. Ik noem dat het avoidance syndrom: wij Noord-Ieren zijn erg goed in het vermijden van elkaar. Daar is op zich niets mis mee. De protestantse unionisten en katholieke nationalisten moeten eerst leren vreedzaam naast elkaar te leven, zonder dat ze de ander zien als een bedreiging. Maar zover is het nog niet.”

Dat wordt meteen duidelijk als je de katholieke Bogside bezoekt, een wijk op een steenworp afstand van The Fountain. De Bogside was tijdens The Troubles een katholiek-nationalistisch bolwerk. Hier wappert de Ierse vlag en zijn woningen beschildert met indrukwekkende tekeningen over de gewapende strijd. Veel inwoners zullen toegeven dat het einde van het geweld een zegen is geweest, maar het wantrouwen is nog steeds groot. Vooral de Noord-Ierse politie, die overwegend uit protestantse agenten bestaat, is een struikelblok.

“Als je hier dertig jaar hebt gewoond en alle ellende hebt meegemaakt, zou je aarzelen om naar de politie te stappen voor hulp”, zegt Betty Walker, wier broer Michael door het Britse leger werd doodgeschoten op Bloody Sunday. “Je krijgt pas een echte goede politiemacht als de oude verdwijnt. Je kunt de oude elementen niet hervormen, die veranderen nooit. We hebben fatsoenlijke mannen van beide kanten nodig om de politie te hervormen. Ik zal het nooit meer meemaken dat we een normale politiemacht hebben.”

En daar schuilt het gevaar voor Noord-Ierland. Tijdens The Troubles vertrouwde de katholieke bevolking op de IRA als een alternatieve politiemacht. De paramilitaire organisatie speelde voor politie en rechter om misdaad onder de katholieke bevolking te bestrijden. Berucht waren de verbanningen en de ‘knee cappings’ waarbij vermeende criminelen door de knie werden geschoten. Splintergroepen als de Real IRA en Continuity IRA, die nog steeds de gewapende strijd prediken, maken handig gebruik van het machtsvacuüm dat is ontstaan sinds de ontwapening van de oude IRA. De afgelopen maanden waren er zeker elf meldingen van intimidatie door paramilitaire groepen. In twee gevallen werden de slachtoffers gedwongen hun woonplaats te verlaten.

Op dit moment kunnen de splintergroepen op weinig steun rekenen. “Ook zij snappen dat de meerderheid van de bevolking niet zit te wachten op de hervatting van de gewapende strijd”, verklaart Doherty. “Maar de fase van vrijwillige apartheid kan niet te lang duren. Als de dialoog uitblijft, zal de sluimerende onvrede veranderen in een etterende wond. We kunnen niet uitsluiten dat Noord-Ierland dan opnieuw naar de wapens grijpt.”

« Terug naar het overzicht


2 reacties op “De sociale apartheid van Noord-Ierland”

  1. Dit zuigt

  2. Lara zegt: 15-09-09 om 10:54

    Beetje late reactie, maar ik heb dit blog pas ontdekt. (en ben er blij mee).
    Afgelopen zomer was ik nog in de Bogside. Heb er met een aantal mensen gesproken over het proces na de troubles. De katholieken waar ik mee praatte, verzekerden me dat de splintergroeperingen als Real IRA bestaan uit ongeveer 20 erg jonge jongens uit Londonderry en nog een stuk of 30 jonge jongeren in Belfast. Ze krijgen inderdaad geen steun vanuit de katholieke gemeenschap, maar de ouders van deze kinderen hebben er erg gemengde gevoelens over. Zij zijn heel blij dat er niet meer wordt gevochten, ze noemen het vrede. Maar het is geen vrede op de manier die wij daarbij voor ogen hebben. 1 man die bij Bloody Sunday was op zijn 13e, vertelde dat zijn zoon laatst bij hem kwam om te vragen hoe oud je moet zijn om stenen naar de politie te gooien. Hij wilde het liefst zeggen dat je dat nooit mag doen. Maar dat kon hij gezien zijn ervaringen echt niet, ook niet als vader. En ergens was hij heel trots. Ook op het feit dat zijn zoon en de jonge generatie naast hun posters van voetbalhelden ook posters van Bobby Sands hebben hangen. Zijn antwoord op de vraag van zijn zoon was: Do not get cought!

Geef een reactie