Politieke koppigheid, Spaanse trots
De recessie in Spanje is nog lang niet voorbij. Uren spraken regering en oppositie in het parlement woensdag over een gezamenlijke aanpak van alle problemen. Maar een akkoord zat er niet in. Premier Zapatero probeerde zo snel mogelijk tot een pakt met de partijen te komen. Maar de roep om zijn aftreden en een eventuele motie van wantrouwen zoemden door de kamer.
El Mundo bracht een prachtig plaatje met de woorden die Zapatero nog het meest tijdens het debat gebruikte. Het staat bovenaan deze blog. Vooral gobierno, empleo en economia (regering, werk, economie) keerden in Zapatero’s betoog terug. Oppositieleider Rajoy gebruikte heel andere termen. Hij had het over reforma, gasto en confianza (herziening, uitgaven, vertrouwen). Zie hieronder.
Parlementaire debatten in Spanje zijn in hun opzet niet anders dan bij ons. Eerst spreekt de premier, dan de oppositie, en dat rondje herhaalt zich nog een keer. De laatste woorden zijn voor de premier. Wat het anders maakt is het constante applaus van de fracties voor hun leiders – en dat werkt nogal wat populisme in de hand.
Een ander groot verschil is dat het in het Spaanse parlement maar om twee partijen draait, die ook nog eens lijnrecht tegenover elkaar staan. Socialisten (PSOE) en conservatieven (PP) kregen bij verkiezingen 85 procent van de stemmen, en dus ook van de kamerzetels. De rest van de fracties zijn snippers. Natuurlijk doen ze er wel toe. Maar ze blijven muizen tegenover de twee olifanten van de cortes.
Zapatero heeft nog twee jaar te gaan voor er weer verkiezingen zijn. De vraag is of hij dan terugkeert als lijsttrekker, laat staan de PSOE in de regering. De tijd is hoe dan ook kort om nog echt de rijen te sluiten. Het brede pakt tussen partijen dat Zapatero vanmorgen voorstelde (om zo het ambtenarenapparaat te verkleinen, belastingen te verhogen, belastingfraude aan te pakken, en ook het hele Spaanse productiemodel te herzien) lijkt bij voorbaat kansloos.
Op de websites van de kranten staan al de traditionele polls over de vraag wie het debat over de recessie won. Volgens de regeringsgezinde krant El País was dat opvallend oppositieleider Rajoy (49 procent) tegenover Zapatero (44 procent). De meer liberale krant El Mundo houdt het ook op Rajoy (79), en verlies voor Zapatero (21). Ook volgens de conservatieve ABC won Rajoy (85) en verloor Zapatero (14). Alleen in de linkse krant Público geeft de winst aan Zapatero (60) tegenover Rajoy (18).
De polls op de websites zijn grappig, maar betekenen natuurlijk niets. Beter gezegd: alle parlementariërs verloren. Politieke koppigheid en Spaanse trots verhinderden dat de beleidsmakers echt de rijen sloten. En dat had natuurlijk wel gemoeten.

Hallo lezers
Zo zijn er twee politici een duitser,en een spanjaard op bezoek bij een franse collega, in zijn weekendhuis. Zegt die duitser hoe kom jij aan zo´n mooi huis, zegt die fransoos uit het raam wijzend zie je daar die snelweg? Ja zeggen zijn collega´s zegt hij: daarom heb ik dit huis.
Een paar weken later ze weer samen maar nu in bij de duitse politicus.Vragen zijn collega´s hoe kom jij aan dit mooie weekend optrekje? Zegt de fransman ook uit het raam wijzend zie je daar dat hoge kantoorgebouw? Ja zeggen zijn “maten”. Daarom heb ik dit huis!! Twee maanden later zijn de heren uitgenodigd bij hun spaanse collega.
Vragen die andere twee, helemaal onder de indruk van het bezit van hun spaanse collega, en jij, hoe heb je dit voor elkaar gekregen, zegt de spaanse politicus naar buiten wijzend: zie jullie daar die hoge brug???
Nee, zeggen de beide heren, die zien wij niet! Waarop de spaanse politicus antwoordt:Daarom heb ik dit huis!! Viva España!!!
Als de regering ja zegt zegt je als oppositie nee, zegt de regering links dan zal de oppositie rechts zeggen. Men gaat liever tesamen tenonder dan maar iets toe te geven aan de politieke tegenstander. Ik denk wel eens dat een grote derde partij deze padstelling kan doorbreken. Kleinere partijen worden nauwelijks ruimte gegeven in de media die gedomineerd worden door de PSOE en de PP. Maar ja, Spanje is nou eenmaal niet het land van middenwegen.
Beste Rop,
Je schrijft: “Socialisten (PSOE) en conservatieven (PP) kregen bij verkiezingen 85 procent van de stemmen, en dus ook van de kamerzetels.”
Volgens mij is dat niet helemaal waar. Bij de verkiezingen wordt het land ingedeeld in districten waarbij in ieder district een aantal zetels verdeeld worden. Het aantal zetels per district is niet evenredig met het aantal stemgerechtigde personen van het district. Zo is het mogelijk dat kiezers in rurale gebieden meer invloed hebben op de zetelverdeling dan kiezers in de grote steden.
Ook is het van belang de stemmen geconcentreerd in de districten te winnen: de (groen)linkse partij IU won ongeveer 5 % van de stemmen, maar verdeeld over alle districten waardoor ze uiteindelijk heel weinig zetels kreeg. Het tegenovergestelde gebeurde met de catalaanse conservatieve partij CIU dat ook ongeveer 5 % van de stemmen kreeg, maar geconcentreerd in de catalaanse districten. Daardoor heeft CIU veel meer zetels dan IU.
Erik: Je hebt helemaal gelijk. Die zin had duidelijker moeten zijn. Het ging me er maar om te stellen dat het in het Spaanse parlement allemaal draait om twee grote machtsblokken.