Weer is het 11 maart
En weer is het 11 maart. Vandaag geen regen als in 2004, maar een bleke zon boven een ijskoude winterdag. Op het vergeten station Santa Eugenia herinnert een kleine groep mensen de aanslag op de treinen. Hier vielen uiteindelijk zestien van de 191 doden. Onderaan een roestig monument staan dezelfde kaarsen als toen, in rode plastic houders.
Een lokale politicus is op komen dagen. Verder zijn het allemaal mensen uit de betonnen arbeidersflats van de wijk. De herdenking is ver weg van de grote diensten in de hoofdstad. Ik zie Pilar Manjon, wiens zoon destijds werd opgeblazen. Ze werd wereldwijd bekend tijdens het parlementair onderzoek. Daar waste de oren van de kamerleden, die over de doden heen hun eigen partijbelangen veilig stelden.
Santa Eugenia is altijd aangegeven als de plaats waar de minste doden vielen, zegt Manjon. Dat is maar betrekkelijk. Veel buurtbewoners vetrokken juist vanaf dit station in de andere treinen die óók zouden ontploffen.
Een oudere buurtbewoner kijkt toe. Geblokt jack, stoppelbaard, nog maar een paar tanden in zijn mond. Over tien jaar staan we hier nog, mompelt hij met een brok in zijn keel. Hij zag in 2004 de doden, de stukken lichaam langs het spoor. De man staart voor zich uit. Dit is een echte arbeiderswijk, bromt hij dan. Die maak je niet zo snel kapot.

Rop, heeft de aanslag veel veranderd in Spanje ? Zijn daar ook spanningen die we in Nederland in sommige delen ook hebben ?
De aanslag van 2004 doodde mensen uit alle bevolkingsgroepen. Grote spanningen zag je misschien daarom toen niet ontstaan. Die komen nu pas, met de werkloosheid rond de twintig procent. Vorige week overkwam me wel iets raars. In de ochtenspits in de metro stapte een man binnen. Hij staarde voor zich uit en je zag alleen zijn ogen want hij had een palestinasjaal strak om zijn gezicht gewikkeld. In zijn hand bungelde een rugzakje. Stilte. Ik keek om me heen in de metro. Iedereen dacht hetzelfde.