Het feest der feesten
De weelderige jurken van Sevilla zijn rood met zwarte bolletjes. Wit met roze en blauw. Bruin met roze bloemen. Statige mannen zitten op koetsen. Castagnetten rammelen en tamboerijnen klingelen. Ik knipper met mijn ogen. Wie hier als buitenstaander rondloopt krijgt het idee dat ‘Asterix in Hispania’ tot leven kwam.
De oorsprong van de Feria de Abril (het aprilfeest) ligt halverwege de negentiende eeuw. Boeren die op de jaarmarkt van Sevilla hun vee verhandelden namen brood en wijn mee. Ze streken neer bij de rivier, bleven dagen hangen en maakten er een vurig feest van.
Zo is het nog altijd. De feesten van Sevilla duren wel een week op het terrein langs de Guadalquivir. Karren ratelen er op de kasseien en er wordt gezongen tot diep in de nacht, al wordt er dan geen koe meer verhandeld. Nog een verschil met vroeger is dat waar ooit de boeren hun stallen improviseerden nu huisjes staan. Honderden zijn het, eigendom van de verenigingen, beroepsgroepen of instanties die ze huren.
Drie prachtige meiden met hun bolletjesjurken en enorme oorbellen wapperen kwasi-verveeld met hun waaiers. De essentie van feria is simpel, vertellen ze. ‘Hombre, para pasarselo bien’. Om een goeie tijd met elkaar te hebben. Iets verderop worden sevillanas gedanst en klinken de ole’s. Het is een wereld van bolletjesjurken, sigaren, glazen sherry losjes in de hand. Het Spanje van de kleurige ansichtkaarten dat niet voorbij ging.
Het is het feest van de verleiding, glimt Mercedes, een Sevillaanse die voor het feest over is gekomen. “Dit is de essentie van het leven in Andalusië. We leven in het nu, we lachen nu, genieten nu. Het is crisis en niet iedereen heeft geld. Dat geeft niet, morgen zien we verder.”
Ze woont al bijna tien jaar in Nederland. Met die afstand beziet Mercedes de feesten in haar stad. De gastvrijheid van Sevilla valt haar op, zeker als ze het vergelijkt met moeite die ze in Nederland deed om in contact met mensen te kopen. Ik zie nu pas hoe makkelijk we in Spanje delen, zegt ze.
Gisteravond heeft ze gedanst, tot het stof in haar haren zat. Nu kan Mercedes helemaal volgeladen van het feest weer terug naar Amsterdam.
Ik slenter in mijn eentje onder de hete voorjaarszon verder. Dan gebeurt er iets. De muziek schalt ineens wel hard en de paarden briesen nerveus. De schaduw van de lampionnen valt hard op het zand. Jongens met een winkelwagentje vol drankflessen komen lallend voorbij.
Ineens heb ik het wel gehad. Ineens voel je dat er stukjes Spanje zijn waar je na al die jaren nog niet écht bijkomt. Ik rust uit op een terras. Vroeger bracht ik hele nachten op de feria door, bromt een man die achter me staat te roken. Maar nu kom ik alleen maar overdag. Hij kijkt eens om zich heen. Het is wel erg een drinkfeest geworden, zegt hij dan. Dan begint hij mijn hand te schudden. “Je komt volgend jaar toch wel terug?”

Prima beschreven maar toch is die feria in Sevilla een beetje een feestje voor snobs en toeristen. Net als oudejaarsnacht op het Puerta del Sol plein in Madrid. Voor een authentieke feria beleving kan ik iedereen de feria van Málaga aanbevelen, die vindt plaats in het oude stadscentrum en dat maakt het feest bijzonder en gezellig. Natuurlijk is er ook in Málaga een speciaal ingericht feriaterrein maar die is vooral de kermis en voor die jongens met winkelwagentjes vol drankflessen, heb je daar ook geen last van. Voor deze Málaga feria moeten we nog even wachten want ze vindt plaats in de heetste maand van het jaar, augustus! Maar je kan in Andalusië de hele zomer van dorp naar stad naar dorp om een feria mee te maken, iedere week een andere plek met een feria.
Ben het met Peter eens, als we het over Spaanse gastvrijheid hebben, is de Feria de Sevill niet het beste voorbeeld: je kunt daar niet zomaar elke caseta binnenlopen zonder connecties.
Mooier en vriendelijker is zonder twijfel de Feria de Jerez. Maar, voor mij is de leukste eigenlijk die van Puerto Real: de meest lelijke feria die ik ken, maar wel echt gevierd ipv gefotografeerd.