-
‘Tegen de muur staan en meteen een blinddoek om’
We staan al een half uur rond een plas regenwater te discussiëren met een heel vriendelijke rebel van het extremistische Al-Nusrafront. Zijn baas heeft ons aangehouden en meegenomen naar hun lokale hoofdkwartier toen we langs de weg onder Aleppo stonden te filmen. In de verte, nog bijna uit het zicht, liggen de chemische fabrieken van het Syrische regime. De baas is weggegaan om contact te leggen met hun hoofdkwartier in Aleppo, zei hij. De achtergebleven rebel heeft nonchalant een AK47 om zijn schouder hangen en uit zijn camouflagejas steekt een bajonet. Hij heeft een roodgeblokte sjaal om. Zijn ogen staan vriendelijk.Ik probeer de situatie te ontspannen en zeg: “Dit is de eerste keer in Syrie dat iemand me meeneemt en geen thee aanbiedt.” Mijn tolk en producer Ali El Khalaf lacht en vertaalt. De man lacht ook en roept naar een kameraad die achter me staat dat hij thee moet halen. Maar de situatie bevalt me natuurlijk helemaal niet, qua veiligheid niet en journalistiek kom ik zo ook geen stap verder. We zijn mee met drie mannen van het Vrije Syrische Leger uit Aleppo. De klacht van Al Nusra is dat het Vrije Syrische Leger onze komst niet heeft aangekondigd. En dat nemen ze heel serieus. Totaal bestaat mijn groep uit zes man, zonder wapens, zonder uniformen. Het zijn bedouinen uit een dorp dat bij de chemische fabriek staat. Zij zijn onderdeel van het Vrije Syrische Leger.
Grimmiger
Ik suggereer Ali dat we misschien tegen de vriendelijke Al Nusra-man moeten zeggen dat we met onze gastheren naar hun dorp moeten. Arabisch respect. En dat we er van uitgaan dat ie niet op onze auto zal schieten. Deze Al Nusra-rebel is zo aardig dat het alleen maar slechter kan worden als de bazen zich er mee gaan bemoeien, verwacht ik. Maar op dat moment komt de baas terug met nog een baas. En inderdaad: de sfeer wordt grimmiger. De twee zijn in het zwart gekleed, hebben lange baarden, een machinegeweer en een pistool, messen en walkietalkies. Ali wordt uitgemaakt voor een verrader die buitenlanders helpt. Hij verweert zich bijzonder lenig. Later vertelt hij me dat de man het accent van een Libiër heeft.Plotseling stopt er een grote terreinwagen in de steeg. Mannen in dezelfde zwarte kleding springen er uit met de wapens in de aanslag en roepen luide kreten. Ik zie de Libiër en zijn assistent even verschrikt kijken en denk ineens: we worden gered door de groep van onze gastheer!
Blinddoek en boeien
Maar die gedachte duurt maar een paar seconden want ik moet tegen de muur gaan staan en krijg meteen een blinddoek om en mijn rechterhand wordt geboeid aan de man naast me. Geen idee wie het is. Ik zie door het onderste randje dat de Al Nusra-mannen ook tegen de muur zijn gezet. Het blijft even angstwekkend stil. Executie, schiet het door m’n hoofd. Ik voel me opgelucht dat ik niet in paniek raak. Omdat ik dit werk doe, bewust en graag, heb ik een noodlottig incident altijd als een mogelijkheid beschouwd. Dat dacht ik ten minste, maar het blijkt nu ook waar, voel ik, terwijl ik behulpzaam in de hoge terreinwagen wordt gezet. Ali zit links naast me. Hij prevelt enkele heilige woorden en ik tik zijn hand een paar keer aan als signaal: ik ben ok. Maar omdat ik niet kan zien of we geobserveerd worden hou ik me verder stil. “Where are you from?”, hoor ik iemand stellig maar niet onvriendelijk vragen. “Holland,” zeg ik.Ik bestudeer m’n eigen gevoelens en merk dat er helemaal geen angst is. Ik fantaseer wat er misschien gebeuren gaat. Ali en andere Syriërs hebben me verteld dat je altijd een paar tikken krijgt als een Arabische meerdere je gaat verhoren. De handboeien beginnen al snel te knellen. “Aleppo,” fluistert Ali zacht als we al een minuut of twintig in de wagen zitten. Ik hoor het verkeer van een stad inderdaad.
Ik hoor een poort open gaan en we stoppen al snel. Opnieuw behulpzame handen bij het uitstappen. We moeten twee trappen af en m’n begeleiders helpen me vriendelijk. “Tamam,” fluistert er een wat ik ken als “alles is goed.”
Militair geschreeuw en een klap
Maar ik loop frontaal tegen een paal op. “Tamam,” zeg ik meteen omdat ik geen pijn voel. Ik lach hardop om ze te laten weten dat ik niet in de put zit. Weer sta ik tegen een muur. Alles wordt uit m’n zakken gehaald. Ik moet m’n laarzen uitdoen, jas uittrekken, vest uit doen, pet af. Daar blijft het bij. Ik hoor dat ze met Ali beginnen. Een heftig debatje met veel militair geschreeuw en inderdaad een klap. Hij is iets te brutaal tegen een luitenant die uit dezelfde streek in Syrië blijkt te komen als hij, Jabal al Zawiya. Maar het duurt niet lang. “Rook je,” vraagt een mannenstem me. Ik heb besloten om nergens over te liegen want er zat ten slotte een pakje in mijn zak. “Heel slecht,” zegt de man. “Slecht voor je gezondheid. Je moet nooit meer roken in de toekomst.”Nu weet ik meteen dat ik niet vast zit bij extremistische islamieten, maar bij salafieten. Die zijn tegen roken maar doen er verder niet moeilijk over. Een jihadist zou er een religieus punt van hebben gemaakt. Ik hoor Ali vrolijk het woord “shabiha” uitspreken. Dat zijn de moordende milities van Assad. Nee, die hebben ons kennelijk ook niet te pakken genomen. Dan moet ‘t het Vrij Syrische Leger zijn. “Raar,” denk ik, want we waren met het Vrije Syrische Leger op pad!
“We hebben je gegevens gecheckt,” hoor ik ineens bij mijn oor. “Jij bent ok.” Vriendelijk antwoord ik dat Ali ook heel ok is en dat we al een jaar reportages maken over het leed van de Syrische bevolking.
Lachen op de achterbank
Nu moet ik geblinddoekt die twee trappen weer op, naar de auto en we rijden de stad in. Ali zegt me dat we naar onze eigen auto worden teruggebracht. Maar de blinddoek moet voor blijven. We kunnen nu vrijuit onderling spreken. Hij vertaalt wat er allemaal tegen ons gezegd en geroepen is. “Tegen de muur, niet bewegen of we schieten een kogel door je kop,” blijkt er geroepen te zijn tijdens onze aanhouding. “Ik ben blij dat m’n Arabisch nog niet perfect is,” zeg ik. We lachen op de achterbank. Ali zegt dat ze dachten dat wij pro-regime waren. Vandaar de aanhouding in het gebied bij de chemische wapenfabriek.De wagen stopt en we mogen de blinddoeken afdoen. Nu zie ik dat de zwartgeklede rebellen nog steeds bij ons zijn. De meesten met een sjaal voor hun gezicht. Maar ik krijg ze allemaal aan het lachen tijdens het afscheid, want ik hanteer de Syrische groet van twee kussen op de wang en een op de schouder. Ik complimenteer ze met hun professionele gedrag. De commandant toont wel zijn gezicht. Hij laat de achterbak van onze auto openen en ik zie al onze tassen liggen. De inhoud van mijn broekzakken zit in twee keurig dichtgeknoopte plastic zakjes. “Controleer of alles er is,” gebaart de commandant. “Ik mis mijn broekriem,” zeg ik. Hij zoekt met me mee maar mijn riem is achtergebleven op het hoofdkwartier. “Hoeveel is die riem waard?,” vraagt de commandant en hij opent een portemonnee. Ik weiger zijn geld. “Ik neem de blinddoek wel mee als aandenken,” zeg ik.
-
Waarheen gaat Israel?
Het is onwezenlijk stil op straat in Jeruzalem, als op sjabbat. Want: het is verkiezingsdag in Israel. Een vrije dag hier, zodat iedereen zijn democratische recht kan uitoefenen. Voor velen betekent dat: wandelen in het park, op familiebezoek of shoppen in de ‘mall’ (die hier Amerikaans groot zijn) en voor de meerderheid ook – maar hoe groot wordt die? – een stem uitbrengen. -
Een Israëlisch tv-avondje

Deze week was de aftrap van de Israelische verkiezingen op tv. Lekker ouderwets, met van die spotjes, zoals we die in Nederland ook nog steeds kennen. Het verschil: hier zijn het complete tv-programma’s.
De eerste avond heb ik bijna vijf kwartier stil moeten zitten om de show van begin tot einde te zien.
-
In handen van islamisten
“Goedemorgen. Wat doet u hier?”, vraagt een dwingende mannenstem als ik mijn ogen open. Ik kan de omgeving nauwelijks in me opnemen want mijn contactlenzen zijn vet. Het was vannacht te donker om ze uit te doen. Er is in dit Syrische dorp al vijf dagen geen elektriciteit en deze rebellen hebben geen kaarsen. Ik lig op een schoolplein en om me heen liggen jongens op matrassen nog te slapen. Hier en daar steekt een kalasjnikov onder een laken uit. -
Politieke deal om Iran?
Israel begint langzaam van de eerste schrik te bekomen. En zich af te vragen: wat heeft premier Netanyahu nu precies bezield? Iedereen tast, weinigen weten.Iran?
Is het misschien allemaal om Iran te doen? Veel analisten hier in Israel betwijfelen dat. Ik waag het, die analyses te betwijfelen.
-
Vaderslandsliefde gratis aan huis bezorgd
Misschien had ik kunnen vermoeden hoe viraal het zou worden. Het begon twee weken geleden al. Toen vond ik een pakketje in mijn brievenbus, cadeautje van de krant Jerusalem Post. Een plastic slinger met blauw-witte vlaggetjes. -
Iraniërs wacht een moeilijk jaar
Om precies 06.14 uur Nederlandse tijd begon op 20 maart de lente, en daarmee het nieuwe jaar voor Iraniërs. De viering van het nieuwe jaar (Nowruz) is het belangrijkste feest in Iran en ook dit jaar probeerden Iraniërs ondanks hun groeiende zorgen er het beste van te maken. -
De eerste week in Bagdad
Als verslaggever van NOS nieuws ga je altijd gewaarschuwd op weg naar crisisgebieden. Samengevat in een e-mail staan alle recente ervaringen van collega-journalisten, persbureau’s en crises-analisten. Dus ik wist al dat er bureaucratie zou zijn, maar mijn hemel…, Irak! -
Het Orumiyeh Meer dreigt op te drogen
Klimaatverandering en politiek falen leidt ook in Iran tot natuurrampen. Meest urgent is op dit moment de dreigende opdroging van het Orumiyeh Meer in het noordwesten van het land. Het is geen toeval dat een van mijn oudste herinnering terug gaat naar de oevers van dit meer dat dertig jaar terug nog door veel mineraalkristallen glinsterde als een turkoois. Die oevers zijn nu honderden meters teruggetrokken en hebben een zoutwoestijn achtergelaten. -
Vrouwen lopen voorop in Iran
Van 24 tot en met 26 juni vindt in Amersfoort de Internationale Conferentie voor Iraanse Vrouwenstudies plaats. Het feit dat deze conferentie voor de tweeëntwintigste keer vrouwen met uiteenlopende meningen bij elkaar brengt, is op zich al een teken van de prominente rol die ze spelen in de strijd voor politieke en sociale veranderingen.

Vanuit de Libanese hoofdstad Beiroet schrijft Sander van Hoorn over de problematiek in het Midden-Oosten en alle opmerkelijke gebeurtenissen die hij tegenkomt.
Vanuit Jeruzalem schrijft Monique van Hoogstraten over het conflict tussen Israël en de Palestijnen en het leven in het multireligieuze land.
Reizend verslaggever voor de Arabische wereld Lex Runderkamp doet regelmatig verslag over de gebeurtenissen rondom de Arabische Lente.