Het Orumiyeh Meer dreigt op te drogen
Klimaatverandering en politiek falen leidt ook in Iran tot natuurrampen. Meest urgent is op dit moment de dreigende opdroging van het Orumiyeh Meer in het noordwesten van het land. Het is geen toeval dat een van mijn oudste herinnering terug gaat naar de oevers van dit meer dat dertig jaar terug nog door veel mineraalkristallen glinsterde als een turkoois. Die oevers zijn nu honderden meters teruggetrokken en hebben een zoutwoestijn achtergelaten.
Ooit was het Orumiyeh Meer met bijna 6000 vierkante kilometer oppervlakte het derde zoutmeer van de wereld. In het meer liggen 102 eilandjes, op een waarvan de kleinzoon van Dzjengis Khan begraven ligt. In de afgelopen vijftien jaar is echter het waterniveau met zes meter gedaald en het meer is gehalveerd. Volgens Iraanse deskundigen ligt een groot deel van de oorzaak bij de extreme droogtes van het afgelopen decennium, maar ook menselijke factoren hebben een desastreus effect gehad. Door het aanleggen van dammen en het herkanaliseren van rivieren voor de industrie en het landbouw stroomt er steeds minder water naar het meer.
Als deze trend zich doorzet zal het meer binnen enkele jaren zo goed als opdrogen, net als het Aralmeer in Centraal Azië, en veranderen in een enorme zoutwoestijn. Naar schatting 5 tot 13 miljoen mensen uit de omgeving zouden moeten emigreren en zoutstormen zouden tot in de hoofdstad Teheran overlast veroorzaken.
De gevolgen voor de flora en fauna van het meer zijn nu al dramatisch doordat veel soorten uitsterven door het toenemende zoutgehalte dat inmiddels hoger is dan dat van de Rode Zee. De pekelkreeftjes zijn aan het verdwijnen en daarmee ook de flamingo’s en de andere trekvogels die tot een paar jaar terug aan de oevers neerstreken.
Het goede nieuws is dat veel burgers en milieuorganisaties met protesten, petities en publicaties flink campagne voeren om het meer te redden. Dat gaat echter niet zonder slag of stoot. Toen afgelopen maart enkele honderden mensen in Tabriz protesteerden, werden ze door de ordediensten uit elkaar geslagen en tientallen werden gearresteerd. Onder druk van de aanblijvende protesten dienden vertegenwoordigers van de betreffende provincies in het parlement een voorstel in om een noodfonds op te richten en noodmaatregelen te nemen. Op 16 augustus weigerde echter een meerderheid van het parlement om hiermee in te stemmen. Zoals te verwachten viel leidde dat tot grote woede onder de bevolking van de oostelijke en westelijke Azerbeidzjan provincies die zich gediscrimineerd voelen.
Om nieuwe protesten te voorkomen werden op 24 augustus dertig mensen gearresteerd, maar dat kon niet voorkomen dat de volgende dag bij een voetbalwedstrijd leuzen geroepen werden tegen het parlement en voor het redden van het meer. De website van een milieuorganisatie ging voor enkele weken uit de lucht en daarna waren op eens alle aan het meer gerelateerde artikelen verdwenen.
De hevige reactie van de autoriteiten heeft alles te maken met hun perversiteit voor een herhaling van de enorme protesten die twee jaar terug na de presidentsverkiezingen uitbarstten. Zoals een kopstuk uit de Groene Beweging het verwoordde: ‘Een regering die in een legitimiteitscrisis verkeert heeft angst voor alles. Voor het plezier van de jeugd, voor picknickende gezinnen na het vasten en ziet zelfs het water van het Orumiyeh Meer als een veiligheidskwestie.’

Vanuit de Libanese hoofdstad Beiroet schrijft Sander van Hoorn over de problematiek in het Midden-Oosten en alle opmerkelijke gebeurtenissen die hij tegenkomt.
Reizend verslaggever voor de Arabische wereld Lex Runderkamp verblijft in februari 2012 enige weken in de Iraakse hoofdstad Bagdad en zal vanuit daar regelmatig verslag doen.