Iraniërs wacht een moeilijk jaar
Om precies 06.14 uur Nederlandse tijd begon op 20 maart de lente, en daarmee het nieuwe jaar voor Iraniërs. De viering van het nieuwe jaar (Nowruz) is het belangrijkste feest in Iran en ook dit jaar probeerden Iraniërs ondanks hun groeiende zorgen er het beste van te maken.
De festiviteiten beginnen volgens tradities die meer dan drie duizend jaar oud zijn op de laatste dinsdagavond van het jaar (chaharshanbe suri). Mensen maken vuurstapels en springen erover heen terwijl ze roepen ‘zardiye man az to, sorkhiye to az man’ (mijn gelige bleekheid voor jou, jouw rode gloed voor mij). Dit is een reinigingsritueel dat tegenwoordig gepaard gaat met heel veel vuurwerk. In Teheran alleen al werd dit jaar 6,2 miljard toman (2,5 miljoen euro) de lucht ingeschoten.
Gepolitiseerd
Net als bijna alles in Iran, is ook dit feest sterk gepolitiseerd. In de aanloop verkondigde een ayatollah dat het maken van vuurstapels een teken van bijgeloof is, omdat het verwijst naar het zoroastrisme, de pre-islamitische religie in Iran. De autoriteiten kondigden aan geen vuurstapels te dulden en beloofden op te treden tegen ‘onruststokers’. Daarmee bedoelden ze degenen die het feest zouden ‘misbruiken’ om te zingen en te dansen, of om politieke leuzen te roepen. Op belangrijke kruispunten en pleinen werden dan ook ordediensten gestationeerd, en politiemensen en de paramilitaire basij patrouilleerden op hun motors door de hoofdstraten.
De volgende dag vertelde een jonge taxichauffeur: ‘Ik vind het niks als chaharshanbe suri verandert in een politiek moment. Het is een feest en politieke leuzen zijn ongepast. Maar waarom mogen we niet een beetje lol maken? Bovendien, als je zoveel politie op de been brengt, ga je zelf mensen provoceren.’ Ik vroeg hem of hij ook een ander werkt heeft en hij vertelde dat hij tot twee maanden terug bij een aannemer van de gemeente werkte. Hij had echter een tijdelijk contract, maar dat werd opgezegd net vóór de datum die hem het recht op een vast contract gaf.
De Iraanse regering probeert met alle macht Westerse ‘invloeden’ buiten te houden, maar de neoliberale economische recepten worden gretig gekopieerd. De arbeidsmarkt wordt in hoog tempo geflexibiliseerd door publieke diensten uit te besteden aan private bedrijven die de lonen en rechten van hun werknemers vervolgens verminderen.
Stijgende prijzen
Aan het begin van het nieuwe jaar maken Iraniërs zich vooral zorgen over de stijgende prijzen. Zoals gebruikelijk waren aan de vooravond van Nowruz de winkelstraten en de oude bazaar van Teheran vol met winkelende mensen die nieuwe kleding en lekkernijen kopen voor het aanstaande familiebezoek. Maar iedereen beklaagt zich over de prijzen die vooral in de laatste vier maanden omhoog zijn geschoten.
De belangrijkste reden daarvoor zijn de economische sancties die de VS en de EU aan Iran hebben opgelegd. Die sancties treffen zowel het Iraanse olie-export als de banken. Een van de gevolgen is dat de Iraanse munt bijna vijftig procent van haar waarde heeft verloren.
De sancties treffen vooral de gewone Iraniërs die opeens veel meer voor hun dagelijkse boodschappen moeten betalen. De import van voedsel en medicijnen is veel duurder geworden. Veel mensen dreigen ook hun baan te verliezen omdat sommige bedrijven inkrimpen of failliet gaan.
Wasmachines
Neem het voorbeeld van Asghar die wasmachines uit Dubai importeert. Hij vertelde me dat het door de sancties veel lastiger is geworden om zijn leveranciers te betalen. Hij klaagde dat hij de wasmachines in dollars moet kopen en de dollar is in een paar maanden van 12.000 naar 20.000 Rial gestegen. De overheid had een plafond van 8 procent ingesteld voor de prijsstijging om de consumenten te sparen. Dat is na druk vanuit de branche naar 12 procent verhoogd, maar ook dan zal hij zelf weinig overhouden.
Het is dus niet vreemd dat de stemming op de Iraanse straten nogal bedrukt is. Voor veel mensen zijn de regelmatige oorlogsdreigementen vanuit Israel en de VS een extra bron van zorg. Niemand die ik spreek wil ook maar nadenken over wat er zal gebeuren als Iran wordt aangevallen. De meeste Iraniërs herinneren zich namelijk nog de achtjarige oorlog met Irak (1980-1988) die één miljoen doden achterliet en gepaard ging met voedseltekorten.
Niemand wil ook maar denken aan de herhaling van die tijd. Ze weten ook dat bij een oorlog het land zal militariseren en er nog minder ruimte zal zijn voor afwijkende meningen. Veel Iraniërs voelen zich gemangeld tussen de eigen regering die hun rechten vertrapt en buitenlandse machten die hun leven met sancties en oorlogstaal nog moeilijker maken.

Vanuit de Libanese hoofdstad Beiroet schrijft Sander van Hoorn over de problematiek in het Midden-Oosten en alle opmerkelijke gebeurtenissen die hij tegenkomt.
Vanuit Jeruzalem schrijft Monique van Hoogstraten over het conflict tussen Israël en de Palestijnen en het leven in het multireligieuze land.
Reizend verslaggever voor de Arabische wereld Lex Runderkamp doet regelmatig verslag over de gebeurtenissen rondom de Arabische Lente.