Het rode plein in de Pakistaanse Swat Vallei
Mijn tolk waarschuwt me vooraf en zegt dat ik zonder toestemming van het leger de Swat Vallei niet in kom. De enige mogelijkheid is met het leger mee. Maar in ‘embedded’ heb ik geen zin. Ik wil zelf op onderzoek uit. Bij de laatste controlepost dreigt het mis te gaan. ‘Geen brief, geen toegang’, zegt een militair. ‘Maar waar had je naar toe gewild, miss Willemina’, vraagt zijn baas. Ik vertel hem dat ik in de hoofdstad Mingora op de markt had willen kijken of het dagelijks leven al weer op gang is gekomen. In India was me het nooit gelukt om met zo’n rot smoes verder te komen. We mogen voor een paar uur de vallei in.
Het overwinningsgevoel is van korte duur. Na de volgende bocht worden we door de politie aangehouden. We hebben de snelheid overtreden en moeten een boete betalen. Volgens mij is er geen cynischer grap te bedenken dan in oorlogsgebied voor te hard rijden te worden bekeurd.
De lucht betrekt en plotseling gaat het ook nog eens hard regenen. We hadden bij het filmen op een blauwe lucht en witte wolken boven groene bergen gerekend. De Swat Vallei staat niet voor niets bekend als het Zwitserland van Azië.
Maar na het zoveelste traumatische verhaal past die strakke blauwe lucht met een zonnetje al lang niet meer in onze reportage. De Taliban waren barbaren, die hun tegenstanders koelbloedig doodschoten of ophingen aan lantaarnpalen.
Mijn Pakistaanse cameraman vertelt hoe hypocriet ze waren. Hij was erbij toen het leger de Taliban versloeg en in het hoofdkwartier van de extremisten kratten vol lege whisky flessen aantrof.
Het is deze maand precies een jaar geleden dat het Pakistaanse leger met een militaire operatie tegen de Taliban begon. Meer dan een miljoen mensen sloegen door het geweld op de vlucht. De vallei liep compleet leeg. In overvolle vluchtelingenkampen zat de bevolking maanden te wachten tot de operatie voorbij was.
De broers Nawan, twee boeren, keerden een half jaar geleden terug naar hun dorp. Ze troffen een verwoest huis aan. In de enige kamer die nog overeind staat, zitten de sporen van de brand nog aan het plafond en de muren. De Taliban namen al hun huisraad, hun koeien en zelfs de tractor mee.
Maar de broers voelen zich toch gezegend. Ze overleefden het regiem van de Taliban.
De buurvrouw verloor haar drie zonen. Op een bankje voor haar huis vertelt ze dat haar jongens voor inkomsten zorgden. Ze is al jaren weduwe. Met haar dochter is ze alleen achtergebleven. Ze laat de foto’s van de drie lichamen van haar kinderen zien. De Taliban schoten ze op straat dood, een afrekening op klaarlichte dag, omdat ze wel eens stickie rookten.
Overal in de Swat Vallei zijn de sporen van de verwoesting nog zichtbaar. De resten van opgeblazen scholen en kinderen die les in tenten hebben. Een onderwijzer vertelt dat de Taliban het ook op jongensscholen hadden gemunt. ‘De Taliban bliezen niet alleen meisjesscholen op omdat ze niet wilden dat meisjes naar school gingen. Alle overheidsscholen gingen er aan, omdat de Taliban vermoedden dat het leger zich in de scholen verstopten.
In een klas zitten 103 kinderen. Het is er warm en vochtig door de regen. De schoenen van de kinderen staan keurig netjes in rijen voor de ingang van het ‘lokaal’.
De onderwijzer is bang. Er zijn geen hekken rond de tenten waarin de kinderen les hebben. ‘De Taliban zijn nog niet allemaal weg. Ze verstoppen zich in de bergen en keren regelmatig terug om zelfmoordaanslagen te plegen. Ze hebben gezegd dat scholen hun doelwit zijn’.
In de hoofdstad Mingora, waar ik op het voormalige groene plein een kopje thee drink, wijzen de bewoners naar een lantaarnpaal die in het midden op het plein staat. ‘Daar hingen de Taliban hun tegenstanders aan op, zo’n 5 tot 8 mensen op een dag’, vertelt de apotheker die zijn winkel tegen over de paal heeft staan. Het plein is omgedoopt tot het rode plein vanwege de hoeveelheid bloed die er heeft gevloeid.
Mijn cameraman wijst me op een doosje condooms op zijn toonbank. ‘Die stond er zeker niet toen de Taliban er nog de baas waren, want dan hadden ze hem ook aan de paal opgehangen’, zegt mijn cameraman.

Tja wat een verhaal zeg