‘Bomb blast, sir!’
Even denken, na een eerste week in mijn nog half lege appartement is het eigenlijk wel tijd om voor het eerst in de nieuwe keuken een eigen potje te koken. Iets gezonds, een salade, eens kijken; paprika, uitje, twee tomaten.. ‘bomb blast sir, bomb blast in city!’ Sorry? ‘People die sir, bomb blast!’
Rennen, laat het wisselgeld maar zitten, naar huis, tomaten in een hoek, computer aan, bellen met Hilversum; ‘wat is er aan de hand in Mumbai?’ Stef op de redactie aan de lijn, ‘inderdaad, er komt net een telex binnen, drie bommen afgegaan in de binnenstad. Kun jij al wat doen?’
Sja, eeh, een half afgetimmerd bureau, een printer die nog in de doos zit en een nog haperende internetverbinding weerhouden je er opzich niet van verslag te doen van groot nieuws. ‘Ik ga erheen, bel je straks’.
Taxi
Weer rennen, een taxi, waar is het gebeurd eigenlijk, ‘Dadar, Zaveri Bazar, Opera House’, tettert de taxi-radio tussen het Hindi door. Wat te doen? ‘To Zaveri Bazar, as fast as you can,’ gok ik tegen de chauffeur. ‘You have stress sir?’ zegtie. ‘Eeh, no, no stress. A bomb blast, and I’m a reporter. No time to lose, go.’
Deelip heet hij, en hij is net als het tomatenverkopertje een held. Hij werkt zich meer dan een half uur lang zwijgend door de stad, links, rechts, richting zuiden. Mumbai is allemachtig groot, realiseer ik me voor de twintigste keer deze week. Er is geen woord voor. ‘Metropool’ dekt de lading nog niet half. Zo’n enorme kluit bebouwing en mensen hebben we in de geschiedenis nog niet bij elkaar gezien. Het is een blik in de toekomst.
Winkeltjes en barretjes flitsen langs, waar groepen mensen rond televisieschermen staan. Zwijgend, gespannen blikken, 2008, 166 doden, drie dagen lang gevechten, een ware guerilla in de binnenstad, het zal toch niet weer raak zijn?
Deelip smijt zijn auto op een stoep, ‘we walk from here, sir, police everywhere.’ We rennen, hij voorop, deze kant op, de hoek om, nog een straatje, en dan gaat de telefoon. Radio Tour de France wil een kort gesprekje voeren wat er aan de hand is. Ik trek Deelip aan zijn arm, ‘we have to stop, a few minutes, I have to go live on the radio.’ Hij kijkt me aan alsof ik gek geworden ben.
In een hectiek als deze rechte zinnen formuleren is een vak. Dat ik me probeer eigen te maken. We rennen door. Bij de eerste wegversperring is het meteen mis. Ik mag door met mijn perskaart, maar Deelip niet. Maar zonder hem weet ik de weg niet. Ineens is Deelip mijn tolk, mijn producer, mijn vriend, mijn cameraman, mijn chauffeur. Het helpt allemaal niks. ‘No permit, no entry,’ zegt de agent. ‘But I can’t work without him,’ zeg ik met blijkbaar genoeg paniek in mijn ogen.
Opnieuw kijkt Deelip alsof ik gek geworden ben. Maar het heeft wel geholpen, we mogen door. Weer rennen. ‘Here it is sir, you go left from here,’ zegt Deelip. Zelf gaat hij naar rechts, hij moet gaan. Zijn moeder wacht met eten. Dat moet een grap zijn, denk ik nog. Maar hij meent het. Hij moet naar huis komen van zijn moeder.
Niet voor hij goed betaald krijgt en ik snel zijn nummer intik in mijn telefoon. Deze jongen heeft tot nu toe alle eigenschappen van iemand die ik binnenkort vaker nodig heb. Ik probeer het hem in de haast niet uit te leggen. ‘I’ll call you’, roep ik nog. Ik ren weer, hij kijkt me na. Alsof ik gek geworden ben.
Zaveri
Het is inderdaad linksaf. Aan het einde van de straat staan agenten, cameramensen, verslaggevers en verdwaasde winkeliers. De gevel van een winkelpand van een aantal etages hoog is volledig weggeslagen. Op straat een
puinhoop van brokstukken, koopwaar, weggeslingerd straatmeubilair en bloed. Wie dit gedaan heeft, had duidelijk als doel zoveel mogelijk mensen te doden, is mijn eerste gevoel.
Weer telefoon, ik kan dat gevoel meteen kwijt in nog een gesprek, dit keer in het zes-uur journaal. Voor acht uur probeer ik samen met producers in Hilversum een van de televisiewagens die bij de Zaveri Bazar staan zover te krijgen dat ik even voor hun camera mag staan. Live in beeld is altijd beter dan aan de telefoon. Maar het lukt niet. Zes, zeven Indiase zenders hebben doorlopende live-uitzendingen. Ook acht uur moet telefonisch.
Ik hoor de leader van de uitzending, ‘nog anderhalve minuut’ zegt de eindredacteur in mijn oor. En dan, terwijl ik door de telefoon het geluid van een filmpje over de aanslag al voorbij hoor komen, beginnen de agenten ineens te roepen en met stokken te zwaaien. Iedereen aan de kant, weg, weg, weg! Er draait een witte Ambassador de straat in.
Een hoge pief, net nu. Inderdaad, de hoofdcommissaris van de politie Mumbai stapt uit de Ambassador. De media en omstanders duiken op hem, vragen, roepen, duwen, trekken, ik duw en trek terug, en kan me nog net uit de menigte worstelen als Rik van de Westelaken in de verte vraagt ‘..hoe is de situatie nu?’
Adrenaline
Het is vooral half twaalf ’s avonds en ik ben tot in mijn onderbroek natgeregend, realiseer ik me als het gesprek voorbij is. Onderweg naar huis bedenk ik dat een meubelbedrijf vanavond wat spullen zou komen brengen. Bij aankomst blijkt dat ze het gelukkig bij de bewaker hebben achtergelaten.
Allemaal betekenisloze gedachten, weet ik eigenlijk dan pas voor het eerst. Zoals dat hoort bij zo’n dag, is er eerst de adrenaline, de scherpte, het werk. En pas als dat allemaal gezakt is, de realisatie dat 17 mensen zijn omgekomen. En dat tientallen anderen lichamelijk en geestelijk zwaar gehavend zijn. En dat er blijkbaar genadeloze dwazen rondlopen die dat alles graag op hun geweten hebben.
Terwijl ik mijn nog steeds halflege appartement binnenloop, wil Nieuwsuur ook nog weten hoe we de gebeurtenissen van vandaag moeten duiden. Als zij bediend zijn, plof ik om half drie in mijn net bezorgde nieuwe bureaustoel. Hij zit goed, zelfs beter dan de stoel die ik eerder dit jaar in Johannesburg aan de buurvrouw cadeau deed. De boodschap van vandaag is zeer luid en zeer duidelijk: mijn nieuwe correspondentschap is begonnen.
volg @NOSWaagmeester op Twitter

Wat een verhaal!! Wees maar zuinig op Deelip, klinkt als eentje die je om een boodschap kan sturen. Veel succes in India, en wees voorzichtig.
Mooi stuk! Het is prettig geschreven en het geeft, meer dan de reportages met “hard nieuws”, een pakkend beeld van de gebeurtenissen en de ontlading in zo’n wereldstad.
Klinkt als India:-) mooi geschreven. Ik heb een vriend daar zitten,hij is een Indiase muziek journalist, Vertelde net aan een van de bommen ontsnapt te zijn, was een paar minuten daarvoor op een van de plekken. Hij zegt dat iedereen echt ziek is van de situatie met die aanslagen en moe van deze gebeurtenissen.
Weinig smok zeker in de regentijd. Was in 2009 in Mumbai. Leuk om mee te lezen!
Rush hour compressed in a few minutes.
Onvoorstelbaar – en dat is maar goed ook. Hopelijk werkt de printer nu wel en is alles operationeel. Ondanks alle rush toch een kopje koffie of thee.
Bom blast en alles veranderd – als een ruimte-tijd tsunamie worden de getallen archimedisch door elkaar geschud. Maar niets lijkt veranderd.
Goed geschreven, ook knap dat je zo’n dag nog kan reconstrueren en op zo’n manier kan presenteren. Bedankt voor de blik in (deze rare en nare dag in) Mumbai.
Geweldig verhaal zoals je dat in je eerste week op je nieuwe standplaats beschrijft en de atmosfeer weergeeft, bedankt,
mmmm een kort verhaal dat een duidelijke indruk geeft hoe hecties/complex/intense/verrassend het leven in Mumbai/India is/kan zijn. Vooral Mumbai waar helaas ieder jaar wel weer wat ergs gebeurt..allemaal behoorlijk intensief.
De bom blast is weer een tijdje geleden gebeurt, voor 99.99999999% van de mensen gaat het dagelijkse leven weer gewoon door…..till the next time.
Lucas, sterkte op je nieuwe lokatie, het leven is NL is achteraf een piece of cake.