Nieuwe Media = Trial & Error
Dezer dagen, en dus ook op zondagavond, schrijf ik aan een beleidsplan Nieuwe Media. Samen met Gerard Dielessen (algemeen directeur van de NOS) willen we in dit plan de contouren vastleggen van de rol die de afdeling Nieuwe Media de komende jaren moet spelen binnen de NOS.
Het begrip ‘Nieuwe Media’ wordt meestal gebruikt om het onderscheid aan te geven tussen de oude, traditionele media (kranten, radio, televisie) en nieuwe vormen van media die vooral onder invloed van de opkomst van het internet en de mobiele telefoon het levenslicht hebben gezien.
Om goed af te bakenen waar we het over hebben, is dit onderscheid echter onvoldoende. Een echt goede en bruikbare definitie is helaas niet onmiddellijk voorhanden. Van de vele pogingen die in de literatuur worden gedaan, spreekt de definitie van Mark Poster het meeste aan. Hij stelt dat de belangrijkste eigenschap van Nieuwe Media is dat ze ‘undetermined’ zijn. (Mark Poster (1999). Undetermination. In: New Media & Society 1 (1), pp. 12-17). Met dank aan Mark Deuze, die aan deze definitie refereert in een reactie op een blogpost van Henk Blanken.
Met undetermined bedoelt Poster dat we eigenlijk nog niet zo goed weten wat we er mee aan moeten. Daarom zien we in de beginfase van een nieuwe medium vaak dat het aanbod enorm lijkt op het aanbod op de oude, traditionele media.
Tien jaar geleden, in de begintijd van internet, werd een website vaak beschouwd als een krant, ook bij de NOS. Een internetpagina was een soort krantenpagina, met een opening. Er zat een duidelijke, door de redactie aangebrachte hiërarchie in de verhalen. Vandaag de dag zijn nieuwssites meestal heel anders opgebouwd en is de chronologie van gebeurtenissen (laatste bericht bovenaan) of de persoonlijke voorkeuren van de gebruikers meestal veel belangrijker dan redactionele keuzes.
Pas na een periode van ‘trial and error’ wordt vaak ontdekt welke genres en formats goed werken op nieuwe vormen van media, die op hun beurt vaak weer ontstaan door het populair worden van bepaalde vormen van nieuwe technologie. Toen bijvoorbeeld eenmaal een groot gedeelte van Nederland beschikte over breedbandige internetverbindingen (technologie), zagen we eerst dat mensen traditionele televisieprogramma’s gingen kijken op internet (Uitzending Gemist). Pas daarna gingen mensen video’s insturen en delen met anderen (YouTube). Nu zitten we volop in de experimentele fase dat iedereen zijn eigen internetzender kan beginnen en dat het thematisch bundelen en aanbieden van content via RSS leidt tot een geheel nieuwe manier van consumeren van nieuws.
Op mobiel spelen vergelijkbare ontwikkelingen. Een mobiel was aanvankelijk bedoeld om mee te bellen. Een groeiende groep mensen gebruikt het toestel inmiddels ook om mee te mailen en te internetten. Met de komst van de iPhone lijkt deze ontwikkeling de komende maanden een nieuwe impuls te krijgen. Maar nu de meeste nieuwe telefoontoestellen een GPS-ontvanger ingebouwd hebben, is het opeens ook mogelijk mensen op een mobiele telefoon op hun locatie toegesneden informatie te gaan bieden (regionaal nieuws, verkeersinformatie, weer). Of mensen dit ook willen en daadwerkelijk gaan gebruiken, is undetermined, en dit zal alleen door trial and error duidelijk worden.
Het gebruiken van Posters sleutelbegrip undetermined leidt er toe dat alle ontwikkelingen (technologie, distributie, concepten, sociale- of inhoudelijke ontwikkelingen) die leiden tot nieuwe kansen waarvan we op dit moment de mogelijkheden en gevolgen nog niet kunnen overzien, vallen binnen de definitie van Nieuwe Media en dus behoren tot het werkterrein van de afdeling Nieuwe Media.
Maar misschien kent iemand een definitie die bruikbaarder is? Ik houd me van harte aanbevolen!

We gebruiken een andere definitie maar of die bruikbaarder is kunnen meningen over verschillen. We hebben nieuws op onze mobiele telefoons maar gebruiken het nooit. Laptops blijven praktischer voor ons en tegenwoordiger wegen deze bijna niets meer. Livestream is een nieuw media vorm en voor ons een welkom alternatief op de ouderwetse soundbites. In de meeste landen is er voor parlementaire televisiekanalen gekozen door de overweging dat televisie een groter bereik heeft dan internet. Dergelijke kanalen zijn niet nieuw in oa Canada (CPAC), Engeland, Frankrijk, en de VS (C-Span) waar deze media vorm 25 jaar geleden begon met de eerste live radio uitzendingen van de gebeurtenissen in het Congress en vandaag naast een radio kanaal ook drie TV kanalen bestaan.
In Nederland bestaat deze nieuwe media vorm nog niet zo lang, de uitzendingen van de eerste en tweede kamer waar we graag verdere uitbreiding van zouden willen zien. Deze nieuwe media vorm kan de transparantie van het politiek besluitvormingsproces vergroten en ook de betrokkenheid van burgers bij parlement en bestuur vergroten en bijdragen aan actief burgerschap. In de VS ea worden ook oa geschiedenisprogramma’s en culturele onderdelen toegevoegd aan de basisprogrammering en het Parlement van een aantal andere landen live uitgezonden.
Het initiatief van de Europese Unie, EP Live, is voor ons een aangename modernisering. Wij hopen dat dit iniatief wordt uitgebreid met TV kanalen waar ruimte is voor de meningen van de Europese burger via inbelshows. Tussen meningen uiten op een web log op het internet en die via telefoon zit een groot verschil. In onze mening zou dit ook een bijdrage kunnen leveren om burgers in andere EU landen beter te leren kennen. Zover wij begrepen hebben wordt circa 60% van de Nederlandse wetgeving in Brussel besloten, hetgeen een directe invloed heeft op het leven van onze familie in Nederland. Desondanks zagen we de laagste opkomst ooit in de 2004 verkiezingen. De NOS zou nog steeds een actievere rol kunnen spelen in de mentaliteitsverandering naar een Verenigd Europa. Europa is immers een feit. Geschiedenis, zowel de witte als de zwarte pagina’s van andere landen maar ook vooral die van een land zelf zijn in onze opinie een onmisbaar onderdeel van de nieuwe media als we van de fouten van anderen en die van ons zelf willen leren. Van de NLse zwarte pagina’s zien we in onze opinie te weinig terug, welke ook van belang zijn voor het reconciliation proces. Een van de ervaringen die we bij de NOS en Europese media hebben gemist en in onze opinie juist zeer informatief zou kunnen zijn is de geschiedenis van de Amerikaanse Grondwet, die werd niet binnen een paar jaar geratificeerd.
We zouden ook meer diversiteit willen zien bij de NOS. Zover wij hebben kunnen beoordelen zijn alle posities bekleed door blanke mannen. Het lijkt ons onmogelijk dat er in heel Nederland geen gekwalificeerde vrouwen, minderheden en gehandicapten te vinden zijn, van correspondent tot banen in de directie van de NOS. De NOS zou zich daarop moeten aanpassen, vooral gezien he teen publieke zender is en gefinancieerd wordt met belastinggeld van de burger. Het is een volledig andere tijd en de samenstelling van Nederland is in de afgelopen decennia zeer veranderd. De EU heeft zelf al een eerste stap gemaakt met een diversiteitsbeleid gericht op vrouwen, en is duidelijk terug te zien in de Nederlandse EU vertegenwoordiging.
De bijeenkomsten van de Verenigde Naties met haar slogan “We the peoples” welke haar bestaansrecht kreeg uit de Holocaust worden live uitgezonden vanuit het hoofdkantoor in New York door C-Span maar zien we ook weinig van terug bij de NOS. De VN maakt naast livestream via TV gebruik van internet web casts in zes verschillende talen. Het Nederlands is helaas nog niet een van die talen. Met uitbreiding ervan zou het in onze opinie mogelijk worden wereldburgers dichter bij elkaar te brengen, en wordt de kans groter dat we op een dag gezamelijk aan issues kunnen werken die elke wereldburger aangaan, en zelfs Genocide voorkomen zodat we achteraf niet opnieuw en opnieuw hoeven te zeggen “Never Again”.
Dat is onze definitie van Nieuwe Media, de definitie van John F. Kennedy oa in zijn speech van 27 april 1961: “De reden waarom de media beschermd wordt door het First Amendment van de Grondwet is in de eerste instantie niet om te amuseren en te entertainen, niet om de onbenul en sentiment te benadrukken, niet om het volk eenvouding te geven wat het wilt – maar om te informeren, te stimuleren, te reflecteren, onze gevaren en kansen voor te leggen, en onze crisis en keuzes aan te wijzen, te leiden, onderwijzen, en soms zelfs boos maken van publieke opinie. Dit betekent meer verslaggeving van international nieuws. Het betekent grotere aandacht voor het beter begrijpen van het nieuws en van verbeterde transmissie.” Binnen 47 jaar is er veel bereikt in het bereiken van de Nieuwe Media, maar deze wereld heeft nog een lange weg te gaan.
R & D afdeling voor media? Is dat niet een goede ‘uitleg’ voor het begrip ‘nieuwe media’?
Goedendag.
Is het grootste verschil tussen oude en nieuwe media niet de mogelijkheid om veel sneller informatie te vergaren en te delen maar ook om er direct op te reageren? Dat laatste kan dan “ouderwets” (reageren via een blog, te vergelijken met de “aangepaste” ingezonden brief) of “nieuwerwets”, ongenuanceerd en ongemodereerd.
En daar ligt natuurlijk een groot gevaar, het aanpassen van nieuws “feiten” door belanghebbenden, randdebielen of kwaadwillenden.
Minstens zo belangrijk zijn daarom dan ook fora waar voor- en tegenstanders op elkaar kunnen reageren en er sprake zou kunnen zijn van oprechte objectivering van het nieuws.
–
Voor mij zijn oude media daarom zo relevant: ik denk dat ik kan inschatten of een doorgeefluik dat kleurt en zo ja, vanuit welke achtergrond en richting.
Oud, nieuw? Maar waar blijft de waarheid?
Interessant kijkje achter de schermen op meta-niveau. Een vraag: behelst het werkterrein van de afdeling Nieuwe Media ook uitsluitend de mediavormen die als ‘undetermined’ kunnen worden aangeduid? Het punt is dat de mediavormen die al wel redelijk zijn volgroeid op internet, redelijk stabiel zijn en zich hebben bewezen, dan niet meer tot het werkgebied van NOS Nieuwe Media zouden moeten worden gerekend. Met andere woorden: legt deze definitie niet te zeer de nadruk op het experiment? Ik kan me voorstellen dat dat gevaar sowieso al op de loer ligt: de nadruk ligt organisatiebreed nog op radio en tv, en de nieuwemedia-afdeling is zo sterk opgetuigd en ambitieus dat ze heel innovatief is, maar minder nadruk legt op reeds geadopteerde, reguliere mediavormen op internet. ‘Nieuwe Media’ zijn immers allang geadopteerd door een breed publiek. Zou er geen aparte afdeling ‘internet’ moeten komen en een R&D-afdeling die zich met innovatie (met ‘undetermined’ media) bezighoudt? Een bezwaar is onmiddelijk: waarom een aparte internetafdeling, met het oog op de integratie van internet, radio en tv? Een indeling tussen ‘beeld’ (maakt video voor TV en internet), ‘tekst’ en ‘audio’ is dan logischer. Bezwaren dáár weer tegen: audiovisuele media werken op internet heel anders dan op TV, dat vraagt om andere programma’s en programmamakers.
Vrijwel precies dezelfde discussie speelt in deze blogposting tussen docenten nieuwe media, die het hebben over de indeling van onderwijs in nieuwe media en respectievelijk journalistiek, communicatie, marketing, et cetera:
http://www.upstream.nl/comments.php?id=799_0_1_0_C
Zij (waaronder ik) komen 13 mei bij elkaar om het hierover te hebben. Als freelance docent (SvJ Utrecht) internet- en crossmediajournalistiek heb ik hierop ook niet zo gauw een antwoord.
Jaap, dank voor je reactie. De waarde van ‘undeterminded’ als onderscheidend criterium is dat daarmee eigenlijk alles wat duidelijk en uitgekristalliseerd is een plek zou moeten vinden in de ‘gewone’ dagelijkse operatie. Daar heb je geen aparte afdeling voor nodig. Vandaar ook dat we geen afdeling internet willen; internet moet namelijk gewoon onderdeel zijn van de multimediale en crossmediale redactie, net als radio en televisie.
Wel moet er vernieuwing en innovatie blijven plaatsvinden binnen de NOS, en dat gaat niet vanzelf in een journalistieke organisatie waar de waan van de dag over het algemeen regeert. Daarvoor zijn journalisten te veel gepreoccupeerd met de uitzending van straks, vanavond of morgen. Wat er volgende week of volgend jaar gebeurt is onvoorspelbaar en geen punt van aandacht.
Toch is het voor de NOS van levensbelang dat we ons doorlopend afvragen waar we over een jaar, of zelfs over 5 of 10 jaar willen staan. We zullen moeten blijven vernieuwen om onze positie minimaal te behouden en liefst te versterken. Daarbij gaat het niet alleen om technische innovatie, die zich traditioneel vooral richt op kwaliteitsverbetering van de bestaande producten (betere camera’s, betere verbindingen, etc.), maar vooral om innovatie op conceptueel gebied, uitingsvormen, distributiemethoden, nieuwe markten, nieuw publiek.
‘Nieuwe Media’ houdt zich bezig met deze laatste vorm van innovatie en strategie-ontwikkeling. Technische innovatie valt hier buiten en is binnen de NOS elders belegd.
Wat versta je precies onder Media? Pas als je dat weet kun je een onderscheid maken tussen oud en nieuw. Een voorzetje:
* De instituten (hyves en nu.nl versus NOS en de Telegraaf)?
* De distributievormen (tcp-ip versus FM en AM)?
* De dragers/apparaten (mobieltjes versus de krant en radio)?
* De presentatiewijzen (databases, twits en GIS versus tekst, audio en video)?
* De functies (sociaal versus propaganda)?
* De vormen (sms en msn versus een telefoongesprek)
* …
Als je antwoord ‘alles van dit’ is, lijkt het me zinvol om de boel uiteen te rijten en op iedere definitie een apart antwoord te geven of aparte beleidslijn te formuleren.
Onder druk wordt alles vloeibaar.
Kenmerkend voor de transitie waar we ons op dit moment in bevinden is dat onder druk alles vloeibaar wordt. (Zygmunt Baumanns’ “liquid live”). Media onder druk worden vloeibaar, inhoud verspreidt zich in steeds kleinere componenten naar steeds diversere platforms. De handhaving over wat waar verschijnt is niet meer centraal aan te sturen. Hoe zorg je dan voor de nodige context waar een A-merk leverancier aan moet voldoen? De verbindingen tussen al die kleine componenten wordt dan steeds relevanter. Dat is wat het semantische web beoogt te bewerkstelligen. Door metadatering van de kleine componenten kunnen deze terug gevonden worden en herleidt worden tot zinvolle relaties tussen de componenten. De betekenisvolle context van het ene nieuwsfeit in relatie tot het vorige of het volgende nieuwsfeit.
Dit is een extreem lastige opgave, maar tegelijkertijd in hoge mate relevant. Het leidt tot een ontwikkeling van het aanbod van informatie die vele malen flexibeler kan aansluiten bij wat mensen waar, wanneer en hoe met informatie willen doen. Ongeacht welk platform of welke vorm van gebruik nu of op de langere termijn dominant wordt.
Hmmm… mn vergelijkingen rammelen hier en daar, maar dat is vast wel scherper te krijgen.
@marko Haha! Zo ken ik je weer. En daar moet ik dan zeker allemaal commissies met bijbehorende secretariaten en notulisten voor instellen. Nee, zonder gekheid, het gaat hier om een werkbaar onderscheid waarmee we in de praktijk van alledag kunnen vaststellen of een bepaalde techniek, toepassing of distributiemethode tot het werkterrein behoort van de afdeling Nieuwe Media, waarbij ook nog de algemene (wettelijke) doelstellingen en taken van de NOS het grotere kader vormen. Maar je kunt het zo ingewikkeld maken als je zelf wilt natuurlijk ….
@monique Waardevolle toevoeging. Metadatering is zonder meer een van de allergrootste uitdagingen waar we voor staan. Onze content in steeds kleinere brokjes aanbieden, ook voor hergebruik, daar zijn we volop mee bezig (zoals je weet) en het controleren van de journalistieke context is daarbij van groot belang. Wij doen dat bijvoorbeeld met behulp van een zelf ontwikkelde videoplayer waar we voorafgaand aan elke videoreportage ook contextuele informatie geven.
Roeland (en anderen), ik stuurde dit bericht ook naar Upstream”… alvast mijn excuus voor het lange verhaal!
eerst een fout mijnerzijds: Poster schreef niet over “un” maar “underdetermination”… dat wil niet zeggen dat Roeland’s gebruik van de definitie verkeerd is – ik kan me wel iets voorstellen bij een aparte club binnen het nieuwsbedrijf welke innovatie en experimenten aanjaagt (daar zijn bijna alle media in Nederland nu wel mee bezig (vgl. de afdeling Digitale Media van de Telegraaf Media Groep, de opzet van Multimedia Units binnen Wegener Nieuwsmedia, etc). mijn fout, dus. voor wat het waard is – hieronder een korte interpretatie in de context van Roeland’s post en de reacties:
met “underdetermination” gaat het over de relatie burgerschap/publieke sfeer en de rol/vorm van media daarbij. Poster suggereert dat printmedia en elektronische (radio, tv, film) media elk een apart, duidelijk definieerbaar type burger aanspreken (en daarmee scheppen): bijvoorbeeld bij print hoort een rationeel, lineair denkend mens en een wereldbeeld dat bestaat uit absolute categorieen (denk aan het beat-system op dagbladredacties). Bij rtv hoort een non-lineair, “edited” wereldbeel, waarbij betekenis en waarheid onstaat uit een bewerkte versie van de werkelijkheid (compleet met feedbacks, slowmotion en fastforward), waarbij ook meer aandacht voor het persoonlijke. In de nieuwe media omgeving lopen al die constructies door elkaar – zijn vloeibaar zoals Monique constateert.
Wat nu gaande is: de ‘oude’ media (dwz print/elektronisch) migreren naar de ‘nieuwe’ media omgeving, waardoor elementen van alle media inelkaar gaan overlopen. Dat is deels de reden waarom er zoveel onrust en onzekerheid heerst: er is geen heldere overgang van oud naar nieuw of van een medium naar een ander medium – alle media lopen in elkaar over. Dat vraagt om nieuwe zakenmodellen, nieuwe vertelvormen, nieuwe creativiteit. Ik denk dat dat de essentie moet vormen van de aanpak in het onderwijs van digitale/nieuwe media, en in het management van innovatietrajecten binnen (nieuws-) organisaties.
@Mark Misschien heb je Poster dan verkeerd geciteerd (dat bewijst maar weer eens: nooit secundaire bronnen gebruiken), maar het begrip ‘undertermined’ is daardoor niet minder bruikbaar.
Klopt – verkeerd citaat, maar door jou wel inspirerend opgepikt. ik hou van de dynamiek van de aanpak: alles wat door de redactie(s) als bekend of routine wordt beschouwd is ‘oude’ media, de rest valt onder jullie afdeling.
dat suggereert voor mij ook dat iets wat al bekend was (bijv. een tv reportage met een voice-over) ook terug kan schuiven van ‘oud’ naar ‘nieuw’ als er plots een nieuwe filmstijl (met een GSM camera) bij komt kijken, of als het i.p.v. in het Journaal onderdeel moet gaan uitmaken van een Hyvesprofiel.
klopt dat beeld? beetje ook in de lijn van Monique’s visie, dat alles voortdurend kan (of misschien wel moet) verschuiven? zorgt zoiets voor onrust, of juist voor opwinding (ik vermoed beide)?
@Roeland en Mark:
Dan lijkt me de definitie heel makkelijk: Is de distributievorm, de drager, presentatiewijze of de functie anders dan nu al wordt gedaan binnen de NOS, dan heb je een Nieuw Medium. Gewoon lijstje afvinken.
Haha, ik heb me jarenlang afgevraagd wanneer de term Nieuwe Media de lading niet meer zou dekken. Regelmatig nagedacht over betere benamingen maar dat valt niet mee. Wat dachten jullie van:
-) Online Media
of
-) Interactieve Media
Peter,
http://www.drukkerij-drukwerk.nl
Mee eens Marko. De drager is nieuw, de berichten Meer Van Hetzelfde. Met ‘nieuwe media’ wordt altijd te vaak gesuggereerd dat de inhoud dan ook nieuw (anders) is, maar dat is in realiteit helemaal niet zo. Zelfs zie ik een trend dat de kwaliteit achteruit gaat. Bijvoorbeeld op dit weblog zie je meer non-nieuws dan nieuws, en zelfs tussen het ‘nieuws’ zit nog een hoop nonsens. Persoonlijk zie ik liever Minder Van Hetzelfde en wat meer onderzoeksjournalistiek, om maar wat te noemen.
@roeland, @mark, Vindt de indeling die Mark maakt wel een interessante. Daar waar het exploratief is, valt het onder “nieuw” (of innovatief zo je wilt) Te denken valt dan (ook weer analoog aan mark’s eerdere reactie) aan ‘nieuwe’ platforms (streaming op mobiel, in nederland op massaal niveau nog ‘undetermined’) aan ‘nieuwe vertelvormen’ (korte of lange berichten/ met maps, geo-located of andere vertelvormen hier en nu nog niet voorzien) en nieuw “gebruik”, zoals in sociale netwerkverbindingen wordt omgegaan met inhoud vanaf een zender. Zoals roeland ook al aangaf (+ niet geheel onbekend overigens bij mij zoals hij weet
is dat de NOS het mogelijk maakt om op itemniveau binnen hyves nieuwsberichten te plaatsen, TERWIJL de context van het bericht geborgd is en blijft. Het item op internet kunnen zien is niet nieuw, wel de wijze van aanbieden (embeddable) binnen andere contexten en valt daarmee onder exploratief – voor nu-. Vooraf weet je niet of en hoe mensen de berichten gaan oppikken? Hoe ze worden geplaatst en doorgeplaatst? Of er debat over de inhoud ontstaat binnen vriendenkring of in de blogosphere? Het was mijn bedoeling in mijn eerdere reactie, om verder door te kijken naar de nabije toekomst, even los van huidige en toekomstige platformen, gebruik en formats voor het aanbod. Om aan te geven dat op het moment dat de componenten goed zijn aangeduid en de onderlinge relaties goed zijn aangeduid (metadatering) je als aanbieder op een veel flexibeler wijze naar diverse platforms kunt gaan uitspelen. Met andere woorden, je hoeft niet per platform of aanbiedingsvorm opnieuw de componenten te gaan benoemen en de relaties. Een contextueel geborgen nieuwscomponent is dan aan te bieden als item in een (embeddable) NOS player, een (embeddable) omroepplayer…of wellicht nog wel een (al dan niet embeddable) player van een derde partij. Dit is hierna een kwestie van keuzen in beleid, maar waar technisch al in voorzien is. Gelijktijdig geldt dat ook voor aanbod naar mobiele platforms, narrowcasting platforms etc etc. De contextuele borging is te porteren naar diverse platforms. Vanaf dat punt is het mogelijk de verdere exploratie in te gaan richten voor het zoeken en vinden van vormen die aansluiten bij de wensen van gebruikers, usercentric design (of peopleshapen van media aanbod zoals ik dat ook wel eens benoem). Dat is niet een ‘U vraagt en wij draaien aanpak’ voor het nieuwsaanbod. Dat is wel een aanbod waarin weging en duiding van het nieuws juist goed geborgd is, maar op componentniveau toegankelijk gemaakt vanaf diverse platforms. En waar je mogelijk op termijn ook nog iets aan toe zou kunnen voegen (tenminste binnen een eigen gekozen context).