Analyse: Syrië, land van twee werkelijkheden

In Syrië geven beide partijen elkaar voortdurend van alles de schuld. In dit conflict bestaan twee werkelijkheden, die in niets op elkaar lijken. De vraag is: wie heeft er gelijk? Nieuwsuur-verslaggever Jan Eikelboom analyseert de situatie in Syrië.

Vrijheid en democratie
De opstandelingen zeggen dat zij strijden voor vrijheid en democratie. Zij willen een einde aan een gruwelijke dictatuur. De Syrische martelkamers zijn berucht, geen regime in het Midden-Oosten heeft zo’n repressieve en gewelddadige reputatie als dat van Assad, die met zijn Alawitische clan de Soennitische meerderheid van het volk al meer dan veertig jaar onderdrukt.

Terroristen
Maar volgens het regime heeft de oppositie een andere agenda: zij zijn geen vrijheidsstrijders, maar terroristen van al-Qaeda en de Moslimbroederschap die door het buitenland worden gesteund. Zij zouden worden gedreven door wraak voor het bloedbad dat het regime in 1982 aanrichtte in Hama, waarbij tienduizenden mensen om het leven kwamen. De oppositie zou niet streven naar democratie, maar naar een Soennitische Islamitische staat, waarin geen ruimte is voor andersdenkenden en godsdienstvrijheid.

Oppositie en regime verwijten elkaar dat ze met het geweld zijn begonnen.

Bescherming tegen gewapende bendes
In de versie van het regime valt het leger geen onschuldige burgers aan, maar beschermt het de bevolking tegen gewapende bendes. Inmiddels zouden meer dan 2000 soldaten en agenten zijn gesneuveld.

Bescherming tegen geweld Assad

De aanslag in Homs

Leden van het Vrije Syrische leger zeggen dat juist zij de burgers beschermen tegen het geweld van Assad’s troepen. De beelden laten er geen twijfel over bestaan: woonwijken worden bestookt met tanks en andere zware wapens. Al meer dan 5000 burgers zouden zijn gedood.

Op hun beurt beschuldigen aanhangers van het regime de oppositie er weer van dat die zich schuldig maakt aan etnische zuiveringen: in de opstandige wijken zouden christenen en alawieten worden verjaagd, gemarteld en vermoord.

Chaos
Ook van de aanslagen geven beide partijen elkaar de schuld, zoals in het geval van de opgeblazen oliepijpleiding bij Homs. De regering zegt dat de opstandelingen dit hebben gedaan om chaos te creëren. De opstandelingen zeggen dat het luchtmacht de leiding heeft gebombardeerd om de bevolking in Homs uit te roken. Hetzelfde geldt voor de aanslagen op militaire installaties in Damascus en Aleppo. Beide kampen wijzen naar elkaar.

Wassen neus
Over de politieke situatie en de aard van de dictatuur zijn de twee kampen het eveneens met elkaar oneens. De aanhangers van Assad zeggen dat er geen reden meer is voor protest omdat hij hervormingen heeft aangekondigd. Zij wijzen op de nieuwe grondwet, waarover de bevolking zich binnenkort in een referendum mag uitspreken en roepen op tot dialoog. De oppositie noemt de nieuwe grondwet een ‘wassen neus’ en zegt dat een referendum onder deze omstandigheden onmogelijk is. Er valt pas te praten als Assad is vertrokken.

Waarheid?
Wie heeft er nu gelijk? Bij gebrek aan onafhankelijke waarnemers is die vraag moeilijk te beantwoorden. Elke partij zegt over volop bewijzen te beschikken voor de verschrikkingen van de ander, elk hebben ze hun eigen gruwelijke YouTube-filmpjes, elk hebben ze hun eigen mensenrechtenorganisaties, die elk met hun eigen, moeilijk controleerbare, cijfers komen. Het feit dat buitenlandse journalisten nauwelijks worden toegelaten en al helemaal niet vrij mogen rondreizen, pleit natuurlijk niet in het voordeel van de Syrische autoriteiten, die op z’n minst de verdenking op zich laden dat zij wat te verbergen hebben. De waarheid?

Per ongeluk

Gilles Jacquier

Maar zelfs àls er waarnemers zijn, blijkt de werkelijkheid vaak weerbarstiger dan op het eerste gezicht lijkt. Journalisten die ooggetuige waren van de dood van hun Franse collega Gilles Jacquier, waren ervan overtuigd dat zij in de val waren gelokt door het Syrische regime. Maar onlangs meldde Le Figaro dat hij waarschijnlijk tòch het slachtoffer is geworden van een mortieraanval van de oppositie. Per ongeluk, dat wel.

Ligt de werkelijkheid misschien in het midden?

Criminelen
BBC-verslaggever Paul Wood deed onlangs verslag vanuit Homs waar opstandelingen toegaven dat ze tegenstanders zonder eerlijk proces hadden geëxecuteerd. Dat is een oorlogsmisdaad, gepleegd door de oppositie, die door het Westen en de Arabische Liga wordt gesteund. Het is een verhaal dat het goed zal doen in de propaganda van Assad: ‘Zie je wel, het zijn allemaal criminelen.’

Schurken
Maar aan die executie was wel wat vooraf gegaan. De slachtoffers hadden op hun beurt leden van de oppositie onthoofd, het bewijs was een filmpje op de mobiele telefoon van één van hen. Daarop was een groepje mannen te zien bij wie de een na de ander de keel werd doorgesneden. Die beelden zijn koren op de molen van de oppositie: ‘zie je wel, het zijn nietsontziende schurken.’

Dupe
De bevolking is verdeeld. 80 procent van de Syrische bevolking bestaat uit Soennieten. Vooral in de arme Soennitische wijken is de oppositie sterk. Uit angst voor chaos lijkt een deel van de Soennitische middenklasse Assad nog te steunen. Ook heeft Assad nog steun van de minderheden in het land. Alawieten, maar ook christenen vrezen dat zij de dupe worden van een Soennitisch meerderheidsbewind.

Hoe groot en hoe vastbesloten de achterban van Assad precies is, valt onmogelijk te zeggen in een land waar de burgers uit angst voor de veiligheidsdiensten gewend zijn nooit het achterste van hun tong te laten zien.

Afgrond
Twee kampen, twee verhalen, twee werkelijkheden. Wie er gelijk heeft? De vraag is of dat er eigenlijk nog toe doet. Want behalve het feit dat ze elk onvoorwaardelijk in hun eigen gelijk geloven en de tegenstander verketteren, hebben de strijdende partijen nòg iets gemeen. Ze delen de overtuiging dat de verschillen niet meer uit te praten zijn en de enige oplossing er een is van geweld. Daarom bestookt Assad nu de woonwijken in Homs, daarom smeken de opstandelingen nu om wapens en andere militaire steun. En zo koersen beide partijen in Syrië onherroepelijk en in snel tempo op de afgrond af.

Jan Eikelboom, verslaggever Nieuwsuur. Volg Jan op Twitter

« Terug naar het overzicht


1 reactie op “Analyse: Syrië, land van twee werkelijkheden”

  1. Eindelijk een bericht over Syrie die genuancerder is dan in de allermeeste media…Hier in Duitsland zijn ze bordevol met lof voor de oppositie. Geen twijfel, Assad is verschrikelijk, maar is de oppositie minder gewelddadig? Ik heb er ernstige twijfels an!

    Hartelijk,

    Siebo M. H. Janssen

Geef een reactie

 

Aantal woorden nog beschikbaar:500