Blog: De ‘Ndrangheta: van familieclans uit bergdorpen naar drugssmokkelende wereldmacht
Nieuwsuur-redacteur Eveline Rethmeier blogt over de strijd in zuidelijke Italië tegen de ‘Ndrangheta.
We zakken af naar het allerdiepste zuiden van Italië: Reggio Calabria, de teen van de laars. Al weken hebben we contact met justitie om daar een antwoord te krijgen op de vraag: “In hoeverre moet Nederland zich zorgen maken over de ‘Ndrangheta?”.
Arrestaties
Onze eerste afspraak is bij de carabinieri. Bij aankomst blijkt dat we met onze neus in de boter vallen. Er zijn die nacht 7 arrestaties geweest van de Pesce-clan, één van de clans waaruit de ‘Ndrangheta is opgebouwd. De pers staat keurig aan de overkant van het politiebureau te wachten, maar omdat wij een afspraak hebben, worden we direct binnen gelaten. De lokale pers verbaast zich over het feit dat de Televisione Olandese luttele uren na de arrestaties al een ploeg ter plaatse heeft. We laten ze maar in die waan.
In het kantoor van de vice-commandant worden we uitgebreid bijgepraat, en dat is in Italië héél uitgebreid. Hij haalt kaarten van het gebied tevoorschijn gehaald en geeft steeds luidere toon college. Hoe harder de stem, hoe beter het overkomt; lijkt de vice-commandant te denken.
Wilde tocht
Na de persconferentie mogen we op pad met de carabinieri naar de posti caldi; de gebieden waar de ‘Ndrangheta is ontstaan en waar tot op de dag van vandaag gezag nauwelijks bestaat. We volgen de roodgestreepte broeken naar de auto en stappen in ons eigen gehuurde Fiat. De tocht zou zo’n 2 uur moeten duren, met name omdat er veel verkeer is langs de kustlijn. De carabinieri hebben duidelijk geen zin om hier een hele middag mee bezig te zijn en zetten bij het eerste oponthoud de sirene aan en banen zich een weg door het verkeer. Wij volgen in hun kielzocht. Op de snelweg besluiten de heren het tempo op te voeren naar 140 kilometer per uur.
Het wordt een wilde tocht waarbij inhalen in bochten en tunnels de norm is. Het lijkt erop dat de heren eens willen testen of deze Nederlanders wel een beetje kunnen rijden. We slagen met vlag en wimpel en komen we zonder een spier te vertrekken (maar met het angstzweet op onze rug) aan in het bergdorp Plati. De omgeving is groen en glooiend en zou op de omslag van een reistijdschrift niet misstaan, maar het is een plek waar je zonder politie niet moet komen.
Strafblad
De carbinieri leggen uit dat in dorpen als Plati er geen cultuur van legaliteit bestaat. Dit houdt in dat zij de staat en de regels eigenlijk niet erkennen. Ook een burgermeester bestaat niet in in het dorp. Daarvoor is vereist dat je geen strafblad hebt en niet gelinkt wordt met criminele activiteiten. Daar bleek in Plati niemand aan te voldoen. Het dorpje heeft nu een afgezant van het ministerie die eens in de zoveel weken langs komt.
Het is tijd om de bunkers in te gaan. In dorpjes als Plati lukt het Ndranghetisti om zich maanden en soms wel jaren te verstoppen voor de autoriteiten. De plekken waar we daarna komen liggen vol met vuilnis, rattenkeutels en dikke lagen stof. Het is moeilijk voor te stellen dat iemand er voor kiest om deze plekken te verkiezen boven een gevangenis. De carabinieri vertellen dat ze naar vele ‘boss’ nog op zoek zijn en dat het belangrijkste is om te investeren in contact met de bewoners van zo’n dorp. Ze vergelijken het dorp met Afghanistan. Niemand praat en iedereen buigt voor de grote capo die een bepaalde clan leidt.
Nederland
Als ik ze vraag of ze wel eens iets over Nederland horen, beamen ze dat. Grote bazen, ook uit Plati, zijn er gearresteerd. En, zo zeggen ze, als iemand zich jaren lang kan verbergen voor de politie dan betekent het dat hij uitgebreide hulp krijgt en dat er een sterke structuur is. “Anders gaat een voortvluchtige daar nooit heen. Simpel.”
De carabinieri worden door kinderen van het dorp nageroepen, en een buurman komt vragen wat ze komen doen. Ze leggen later uit dat het de broer is van de man die ze uit de bunker hebben getrokken waar we net uit kwamen. Echt blij zijn de bewoners niet met de aandacht van de media.
We nemen afscheid en krijgen nog wat lokale lekkernij mee. Die smaakt prima, maar ik ben blij als we - op een beduidend rustiger tempo – de berg weer afrijden en Platí achter ons laten.
Eveline.Rethmeier@Nieuwsuur.nl. Of volg @evelinereth op twitter.
