‘Geldt de vrijheid van meningsuiting ook voor racisten?’ Over die vraag hield prof. Dr. Meindert Fennema (foto) op 1 september in de Rode Hoed de eerste H.J. Schoo-lezing. Fennema betoonde zich een pleitbezorger van de radicale uitingsvrijheid en hekelde sociaal-democraten als Ed. Van Thijn en senator Willem Witteveen. Fennema: ‘Zij stellen dat krenken niet mag. Ik vind dat het aanzetten tot haat niet strafbaar moet zijn, maar het aanzetten tot geweld of discriminatie wel.’
Volgens Fennema, die zich baseert op Engelse denker John Stuart Mill, ligt de vrijheid van uiten in het verlengde van de vrijheid van denken. ‘Je moet het schadebeginsel niet gaan toepassen op het vrije woord, dat moet je alleen gebruiken voor handelingen.’ Het haatzaai-artikel (artikel 137 c van het Wetboek van strafrecht, GR) is voor Fennema veel te ruim. ‘Haat is een emotie of een gemoedstoestand, dat kun je niet op een lijn stellen met geweld of discriminatie.’
Tijdgeest
Fennema nam het jaren na dato op voor Hans Janmaat en zijn Centrumpartij. Janmaat was een slachtoffer van de tijdgeest. Tot 1996 waren alle openbare bijeenkomsten van de Centrumpartij verboden. ‘Omdat de openbare orde zou worden verstoord. Maar die werd niet verstoord door Janmaat, die werd verstoord door het linkse protest tegen de partij.’ Toen de Zwolse burgemeester Jan Franssen in 1969 wel toestemming gaf voor een openbare bijeenkomst van de Centrumpartij, werd Janmaat vanwege zijn uitlatingen veroordeeld. Geheel ten onrechte, aldus hoogleraar Fennema, want ‘Janmaat had respect voor de beginselen van de rechtsstaat’.
Toch heeft het iets zwaks en hypocriets om pas voor vrijheid van meningsuiting op te komen als je Marokkanen en islamisten af wil blaffen.
Waar waren al die ‘dappere vrije jongens en meisjes’ die zichzelf als voorvechters van het vrije woord typeren, toen er een verbod werd ingesteld op het ontkennen van de holocaust?…
(Ziekelijk trouwens om een bijbels begrip te gebruiken voor de jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog).
Ik vertrouw al die dappere jongens en meisjes pas als ze zich er sterk voor maken de holocaust te mogen ontkennen, te nuanceren, te onderzoeken of wat dan ook!
Als je hier een reactie plaatst, moet die eerst worden goedgekeurd. Tsja, vrijheid van meningsuiting…