Terwijl Washington zich voorbereidt op de ergste sneeuwstorm sinds 1922 wacht ik in de hal van de Washington Post op Andrew Alexander, de Ombudsman van de krant. Samen met Clark Hoyt, lezersredacteur van de New York Times, is Alexander de meest ervaren man in dit werk. Hij stelt voor naar een koffiehuis te gaan, omdat hij anders voortdurend wordt onderbroken door de telefoon. ‘It is a killer of a job,’ valt hij met de deur in huis. Per week ontvangt hij 1200 e-mails. Ongeveer de helft is niet serieus. Dat zijn scheldkanonnades of er is geen touw aan vast te knopen. Dan heb je 400 tot 500 lezers die niet echt een klacht hebben, maar een opmerking of een adhesiebetuiging. Alexander stuurt hen een bedankje. Zo’n 80 tot 90 berichten per week bevatten klachten over redactionele fouten, die uitgezocht moeten worden. ‘Ik heb nog nooit zo’n drukke baan gehad. Als Ombudsman ben ik 75 uur per week bezig.’
De NOS krijgt veel minder klachten. In de eerste zes maanden heb ik 62 klachten behandeld. Fairness en accuracy, daar gaat het om bij het ombudswerk. We wisselen ervaringen uit en constateren dat het soms een lastig en tijdrovend proces is, om iets helemaal uit te zoeken. Vandaag heeft hij gewerkt aan een column over het corrigeren van fouten op internet. Doordat de krant concurreert met de blogs en de televisie moet het nieuws steeds sneller gemaakt worden. ‘Not wrong for long,’ luidt het motto van de internetredactie van de Washington Post. Maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal, vindt Alexander. ‘Kijk naar het fenomeen rss-feed. Als daar een foutief bericht meegaat, stuur je dan ook de rectificatie? Al die zaken zijn nog helemaal niet geregeld. Hoe organiseer je een goede herstelrubriek online? Bij ons staat dat allemaal nog in de kinderschoenen.’
Ondanks de werkdruk is Alexander, net als ik, enthousiast over de mogelijkheden van de functie. De reacties van lezers zijn vaak aanleiding voor een fundamentele discussie. Bijvoorbeeld over ‘not-profit journalism’, een nieuwe tred in Amerika. Ervaren journalisten worden weggekocht bij de kranten door stichtingen van rijke financiers. De stukken die zij schrijven biedt de stichting aan. De krant hoeft er niet voor te betalen. Op die manier leveren de geldschieters een bijdrage aan de publieke zaak. Maar zijn de journalisten wel echt onafhankelijk? Alexander zocht een zaak uit en kwam tot een ambivalent oordeel.
Over een jaar loopt zijn termijn als Ombudsman af. Waarschijnlijk houdt de functie dan op te bestaan. Hij heeft van Clark Hoyt begrepen dat de New York Times er ook mee gaat stoppen. ‘Het is jammer, maar de kranten staan in financieel opzicht te veel onder druk. Gelukkig komen er in Europa steeds meer nieuwsombudsmannen.’