Ombudsman

23 mei 2012
Guikje Roethof

des-hommes-comme-les-autres-correspondants-au-moyen-orientGisterenavond was ik aanwezig bij een interessant debat in het Institut Néerlandais in Parijs over het boek van Joris Luyendijk dat onder de titel Des hommes comme les autres onlangs in Franse vertaling is verschenen. Bij ons is de mediakritiek van Luyendijk zeker in vakkringen intussen welbekend, dus ik was benieuwd wat de Fransen er van zouden vinden. De schrijver was zelf naar Parijs gekomen en ging onder leiding van NOS-correspondent Saskia Dekkers in debat met Lucas Menget van de nieuwszender France24 en de wetenschapper en internetpublicist Yves Gonzalez-Quijano.

In de visie van Luyendijk geeft de journalist, met name de buitenland correspondent, een beperkt en vervormd beeld van de complexe werkelijkheid. Hij vindt dat journalisten het publiek moeten inlichten over hun werkwijze en de beperkingen waar ze mee te maken krijgen. Ze moeten ophouden te doen alsof zij de ultieme waarheid verkondigen.

Menget had veel van zijn dagelijkse praktijk herkend in de beschrijvingen van Luyendijk. ‘Het zijn de geheimen van het vak. Tenminste het is niet echt geheim, het zijn de kneepjes van het vak, waar je het publiek niet mee lastig wil vallen.’ Maar hij was lang niet zo pessimistisch als Luyendijk over het niveau van de journalistiek. Gonzalez had na lezing van Het zijn net mensen vooral waardering voor de ‘ontheiliging’ van het journalistieke ambacht. ‘Zijn kritiek is heel fundamenteel, daarom ben ik benieuwd naar zijn oplossingen.’

Dekkers vroeg de debaters te reageren op een aantal professionele dilemma’s waar de correspondent mee kampt en die in het boek ter sprake komen. De rol van de ‘fixer’ die ter plekke regelt waar en wat er gefilmd kan worden, het korte tijdsbestek waarin een weerbarstige werkelijkheid moet worden samengevat en de verzoeken van de redactie die naar CNN zit te kijken en niet altijd wil geloven dat het eigenlijk anders ligt.

‘Is jouw analyse in feite de analyse van je fixer?’ vroeg Dekkers aan Menget.
Menget: ‘Nee, we praten wel veel, maar ik spreek ook anderen. Het is een vriend.’
Dekkers: ‘Is het allemaal in scene gezet, een toneelstukje?’
Menget: ‘Integendeel, wij journalisten zijn op zoek naar de waarheid. Dat is niet grappig. Het is een serieus vak.’
Dekkers: ‘Ook als je live gaat.’
Menget: ‘Ja. Ik kan best in anderhalve minuut de situatie in Irak uitleggen. Het probleem waar we nu mee zitten is dat de grote internationale omroeporganisaties allemaal dezelfde beelden verspreiden.’
Dekkers: ‘En dat het steeds sneller moet.’
Menget: ‘Ik vind het een open deur dat het sneller moet. Je kunt als journalist best tegen je chef zeggen: “Ho, stop. Dit kan nog niet worden uitgezonden want we weten nog niet of het klopt.”‘

Over die vraag, of een verslaggever ‘nee’ kan zeggen op verzoeken van de eindredactie ging het nog een tijdje door. Voor freelancers is dat helemaal niet zo eenvoudig, betoogde Luyendijk, die worden uiteindelijk afgerekend op het aantal bijdragen die zij in een jaar hebben geleverd. Gonzalez vond dat de buitenland correspondent veel meer zou kunnen doen aan duiding en achtergrond. ‘Ik zie veel zaken in de Arabische wereld waar de media het nooit over hebben.’ Menget, die als nieuwscorrespondent werkt, raakte daar een beetje gepikeerd dover. ‘Een journalist kan niet tegelijkertijd antropoloog, musicoloog, historicus en politicoloog zijn.’ Dat vond Gonzalez nog geen motief om te versmallen tot het doorgeven van het nieuws wat iedereen al heeft, zoals Luyendijk constateert. ‘Joris heeft een heel moedig boek geschreven.’

Vervolgens kwam de vraag op of de bloggers het nieuws van de nodige context en duiding konden voorzien. Menget dacht dat er een grote behoefte was aan ‘een nieuw soort reportage’. Gonzalez bekende dat hij al lang niet meer keek naar het nieuws van TF1, de Franse equivalent van het Nederlandse Acht uur journaal. ‘De beeldcultuur is veel te dominant, op de radio gebeuren veel meer interessante dingen.’ Na het lezen van het boek was hij meer dan ooit overtuigd van het idee dat er in het nieuws meer gevoel moest komen.

De reacties spoorden Luyendijk aan tot nieuwe bespiegelingen. ‘Door het internet is het monopolie van de man met de camera doorbroken. Omroepen zijn niet meer de poortwachters tot het publieke domein. Dat is een verbetering, maar het is geen oplossing. Elk nieuwsverhaal heeft protagonisten nodig en obstakels die uit de weg geruimd moeten worden. Daardoor kun je de veelzijdigheid van de werkelijkheid niet overbrengen.’
Wat zag hij dan wel als oplossing? ‘Via het web kunnen redacties meer openheid geven over de keuzes die ze maken. Laat de chef buitenland elke dag in een blog uitleggen wat de afwegingen waren. Volgens mij zijn veel mensen daarin geïnteresseerd. Op de site van de New York Times kun je nu al redactievergaderingen live volgen.’

« Terug naar het overzicht


geef een reactie