Een week of vijf geleden is er een flinke discussie ontbrand op Villamedia naar aanleiding van een artikel van mij over de werkdruk in de journalistiek. Het lokte nogal felle reacties uit die niet over de werkdruk in de journalistiek gingen maar over een passage in het artikel waarin ik stelde dat de journalist concurrentie had gekregen van de bloggers die zich niet aan de gedragsnormen van de journalistiek hoefden te houden.
Door onhandigheid mijnerzijds is de indruk ontstaan dat ik bloggers maar tweederangs journalisten vond en sommigen meenden in mijn woorden zelfs te lezen dat ik vond dat de bloggers hun activiteiten maar zo snel mogelijk moesten staken.
Nou, om alle onduidelijkheid hierover maar meteen weg te nemen. Ik vind dat bloggers een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan wat in Hilversum zo fraai heet, ons pluriforme medialandschap. Laten ze dat vooral blijven doen. Het is niet bloggers versus journalisten of omgekeerd. Ze vullen elkaar aan en kunnen elkaar in positieve zin beïnvloeden.
Maar dat is tegelijkertijd niet het hele verhaal.
Als NOS Ombudsman toets ik de werkwijze van de NOS-journalisten aan de NOS-gedragscode. Het is een simpele code, stukken eenvoudiger dan bv. de Leidraad voor de Journalistiek. De code komt er op neer, dat de NOS evenwichtigheid, zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid en pluriformiteit hoog in het vaandel heeft. Dat feiten en meningen gescheiden worden en dat er hoor en wederhoor wordt toegepast. Nu de omloopsnelheid van het nieuws door de opkomst van nieuwe communicatievormen zoals social media toeneemt en het nieuws steeds sneller gebracht moet worden, komt het naleven van de journalistieke beginselen in het nauw. De keus voor Hans Laroes is: meegaan in de snelheid en inleveren op de normen, of vaak als laatste het nieuws brengen.
Mijn stukje heette niet voor niets de journalist heeft het moeilijk, want dat is een duivels dilemma.
Betrouwbaarheid is voor een instituut als de NOS een belangrijk, zo niet het belangrijkste assett. Aan die betrouwbaarheid ontleent de NOS haar gezag. Ook op dat vlak zijn de verhoudingen aan het schuiven. Hadden we vroeger een kleine minderheid van journalisten die op radio, tv of in de krant het nieuws brachten. En hadden de massamedia het monopolie op de informatie-voorziening tegenwoordig zijn veel nieuwsconsumenten, nieuwsproducenten geworden. Ze publiceren zelf nieuws, als ze er met hun neus bovenop staan, de zogeheten burgerjournalistiek. En politici brengen zelf naar buiten waar ze mee bezig zijn – zie Maxime Verhagen en Femke Halsema op Twitter. Ook bedrijven en voetbalclubs hebben heel wat meer middelen dan het persbericht tot hun beschikking om op de grote trom te slaan.
Wat levert al die communicatie op?
Een schitterende mer a boire van hele en halve weetjes. Maar wat is waar? En hoe weet je dat? Tussen al die zenders zoeken we naar afzenders die we kennen en vertrouwen. Journalisten, experts, politici dat maakt niet uit. Alleen anonieme afzenders vind ik per definitie onbetrouwbaar.
Een groep wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam heeft onderzoek gedaan naar ‘de wenselijkheid en haalbaarheid van een aparte gedragscode voor online journalistiek’. Richard van der Wurff en Klaus Schönbach kwamen tot de conclusie dat dit onhaalbaar en onwenselijk was. En ze voegden daar meteen maar aan toe dat de huidige gedragscodes voor de journalistiek slecht worden nageleefd. Hun idee is daarom: Kleed die code verder uit en maak er een ‘kleine canon van vaste regels’ van, waar iedereen die journalistiek werk publiceert zich vrijwillig bij kan aansluiten, maar die, als men dat keurmerk voert, wel verplichtend is.
De journalistieke eisen zijn nog steeds zorgvuldigheid, onafhankelijkheid, waarheidsgetrouwheid, evenwichtigheid en begrijpelijkheid. En daar moet volgens de wetenschappers een nieuwe eis aan worden toegevoegd: transparantie. Dat betekent een scheiding tussen redactionele en commerciële content, vermelding van bronnen, het ongewijzigd citeren van bronnen, en beelden (geen photoshop-manipulatie), ook hoor en wederhoor. Transparantie betekent ook dat het nieuws niet onder valse voorwendselen is vergaard en dat het journalistieke proces inzichtelijk wordt gemaakt.
Mij spreekt deze manier van denken erg aan, maar ik ben zeer benieuwd wat de panelleden daarvan vinden en wat u (zaal) daar vanavond over te vertellen heeft.
In Amerika bestaat er al zoiets dergelijks. Op de website www.taoofjournalism.org kan iedere journalist, burgerjournalist, of onafhankelijke blogger zich aansluiten. Wie het Tao-stempel op de website plaatst, belooft openheid over alles: de eigen achtergrond, politieke voorkeuren, opdrachtgevers en sponsors. Die belooft ook fouten te rectificeren en verschillende meningen op te voeren.
We noemen de pers de ‘waakhond van de macht in een democratische samenleving’. Die belangrijke functie van de vrije pers als tegenhanger van de autoriteiten is niet meer voorbehouden aan journalisten. Ook burgers, belangenorganisaties of klokkenluiders kunnen onrecht of misstanden aan de kaak stellen. Hebben journalisten nog wel recht op speciale rechtsbescherming zoals bronbescherming, of kunnen ook anderen die bronbescherming claimen? Egbert Dommering heeft daar eens een interessant betoog over gehouden en ik ben benieuwd hoe u daar over denkt.
Een democratie kan niet functioneren als er geen betrouwbare informatie is over bestuur en politiek. Vroeger kwam die vooral van de journalistiek. Nu komt die uit de stemwijzer en het kieskompas. Hij komt ook van partijen en politici zelf. Overheidsinstellingen en middenveldorganisaties doen tegenwoordig veel aan communicatie. Wat zij te berde brengen is waar, en uit de eerste hand, dus heel erg betrouwbaar. Maar dat type informatie is ook dienstbaar aan de eigen organisatie. Op het gevaar af dat ik alle voorlichters tegen me in het harnas jaag, citeer ik de Amerikaanse journalist Joe Liebling: ‘Journalistiek refereert aan wat er van dag tot dag gebeurt, terwijl “communicatie” ook kan gaan over wat niet gebeurt, wat de communicator wil dat er gebeurt, of wat hij mij wil laten geloven dat er is gebeurd.’
Er staat zoveel informatie op internet wat vanuit een duidelijk belang wordt verspreid dat veel mensen denken dat alles doorgestoken kaart is. Het vertrouwen in de instituties is nu eenmaal niet meer zo groot. Dus als de overheid iedereen oproept om een griepprik te gaan halen, dan zal dat wel moeten omdat iemand (Ab Osterhaus?) iets aan de vaccins moet verdienen. Ook de klimaatdiscussie wordt door sommigen gezien als een complot tussen linkse politici en linkse media. Door al die onzekerheid over wat waar is en wat niet, en welke afzender je kunt vertrouwen, denk ik dat de onafhankelijke journalistiek juist op internet een heel belangrijke rol te spelen heeft.
Dan heb ik het over journalisten en journalistieke organisaties die betrouwbaar zijn, omdat zij feitelijk, objectief en juist berichten én betrouwbaar in de zin dat mensen het ook geloven. Ze zullen dus meer energie moeten steken in hun eigen transparantie.
Juist door de information overload aan gekleurde informatie die in steeds sneller tempo op ons af wordt gevuurd, ook uit het buitenland, bijvoorbeeld via de mobieltjes uit Iran tijdens betogingen tegen het streng religieuze regime, waar de nieuwe media de democratische beweging een internationale stem gaven, om ook even de positieve kant naar voren te halen.
Door alles wat er van alle kanten op ons afkomt is er behoefte aan de oorspronkelijke kerntaak van de journalistiek: het ordenen en duiden van informatie uit veel verschillende bronnen……..door onafhankelijke journalisten.
Tenminste dat denk ik. Maar er zullen ook mensen zijn die menen dat via crowd-sourcing en co-creation de waarheid altijd wel boven tafel komt.
Ook dat lijkt me een interessant discussiepunt voor vanavond.
Dit was mijn inleiding op het symposium Nieuwe media, nieuwe pers van 10-5-2010. Peter Olsthoorn maakte een verslag van het debat voor Villamedia.
Ik ben het niet eens met de uitspraak dat een anonieme afzender per definitie onbetrouwbaar is.
Ik kan me redenen voorstellen dat een afzender anoniem wil blijven. Het kan bijvoorbeeld om een klokkenluider gaan. In het verleden is gebleken dat deze niet altijd even zorgvuldig worden behandeld bij het openbaar maken van misstanden.
Een journalist mag mijns inziens niet bij voorbaat zeggen dat deze persoon dan onbetrouwbaar is. Het is de taak van de journalist om de informatie verkregen door de anonieme afzender te controleren via andere wegen door bijvoorbeeld wederhoor toe te passen. Als dit aanleiding geeft tot publicatie, moet een journalist dit zeker niet nalaten.
Bij een anonieme afzender moet echter wel de voelsprieten van een journalist omhoog gaan staan; de betrouwbaarheid moet dan juist in twijfel worden getrokken, maar niet per definitie worden bestempeld met het label onbetrouwbaar.
Even over taal: bedoelt u met ‘assett’ gewoon: kwaliteit, deugd, pluspunt, en met ‘content’: inhoud?
Verder is in het Nederlands ‘op de grote trom roeren’ een lelijke contaminatie, evenals ‘ongewijzigd citeren’ en ‘of zoiets dergelijks’. Allemaal hartstikke dubbelop, ofwel twee uitdrukkingen door elkaar halen.
Het zal wel jargon zijn, nietwaar?
Maar goed, nu de inhoud. Bij juist citeren hoort uiteraard ook: het weergeven van de volledige strekking van het gehele betoog waaruit een aantal woorden letterlijk wordt aangehaald.
Jammer ten slotte dat u niet iets dieper ingaat op het enige vooralsnog onvertaalbare Engelse neologisme uit uw verhaal: ‘crowd-sourcing’. Maar gelukkig is daarover onmiddellijk meer te vinden op internet.
@Evert van Kuijk. Inderdaad het is op de grote trom slaan. Ik zal het aanpassen. De woorden ‘assett’ en ‘content’ geven beter weer wat ik bedoel dan de alternatieven die u aandraagt. Met ongewijzigd citeren bedoel ik ook volledigheid en niet versimpelen of parafraseren.