Mijn dag bij het Journaal begint met de algemene redactievergadering van rond 13 uur. Daarin worden de uitzendingen van de vorige dag besproken. Met name het achtuurjournaal dat een beetje als standaard geldt. Het kan er soms heel kritisch toegaan. Van zelfingenomenheid merk ik niet veel.
Wat niet wegneemt dat er vandaag algemene tevredenheid was over de manier waarop we (en vooral Peter ter Velde) verslag hebben gedaan van de onrust onder de Nederlandse militairen in Uruzgan naar aanleiding van het rapport over het zogenoemde “eigenvuurincident.” Het werd goed inzichtelijk gemaakt waar de dingen zijn gebeurd en hoe de verhoudingen liggen.
Daaruit maakte ik overigens niet op dat we met een stelletje “kneuzen die de hele nacht op elkaar vuurden” te maken hadden. Volgens Peter ter Velde was dat de vrees die ter plekke uitgesproken werd. Dat ze, als ik het goed begrijp, als niet op hun taak berekende stuntels in oorlogsgebied zouden worden gezien.
Ik vermoed, zonder psychologie van de koude grond te willen bedrijven, dat het veel dieper zit. De militairen daar is waarschijnlijk het ergste overkomen dat soldaten overkomen kan. Gevangen in een nachtmerrie zonder verlossing. Dat ze eigen strijdmakkers, eigen kameraden, mannen van hun eigen eenheden, hebben doodgeschoten of in het beste geval zwaar hebben verminkt. Dat is menselijkerwijs bijna onverdraaglijk. Logisch dat ze hopen met de moed der wanhoop dat het toch anders is. Dat ze kunnen ontsnappen aan die verschrikkelijke waarheid en de ondermijnende kracht van schuldgevoelens die blijven knagen.
De militairen hameren erop dat de situatie zo onoverzichtelijk en zo onzeker was; nacht, apparatuur met z’n beperkingen, regels en procedures en de praktijk die weerbarstig is. En in die chaos is er mogelijk ook door anderen geschoten.
Met andere woorden: in hun perceptie is het misschien toch anders gegaan dan nu met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in het rapport wordt vastgesteld. “De ware toedracht zal misschien nooit worden achterhaald,” zei één van de officieren tegen Peter ter Velde. Liever dat kennelijk dat die waarheid waarmee nauwelijks te leven is.
Het zijn slechts mijn vermoedens. Ik kan niet beoordelen of het rapport al dan niet de juiste gang van zaken weergeeft. Ik hoop voor die mannen daar dat het allemaal niet waar is, dat de onzekerheden als een ontsnappingsroute kunnen fungeren. Maar ja, eigen vuur, friendly fire, het hoort er kennelijk bij. Noem het collateral damage of zoiets.
Want zo is oorlog. Het militair geweld haalt de mens en ook de militair altijd in. De mens is niet opgewassen tegen de vernietigende kracht van het wapentuig dat hij zelf bedacht en bediend heeft. Elke oorlog eindigt in trauma’s. ook in Uruzgan.