DE TIJDEN Zafóns draaimolen
Na het miraculeuze succes van De Schaduw van de Wind heeft Carlos Ruiz Zafón een wonderbaarlijke tocht door Nederland gemaakt voor de promotie van zijn nieuwe pil: Het Spel van de Engel. Zelf sprak ik hem woensdagavond bij de start in het Haagse Diligentia. Daarna ging hij met vertaalster Nelleke Geel de auto in, kwam diep in de nacht aan in Maastricht, signeerde daar de volgende morgen in de Selexyz-kerk, scheurde vervolgens via Duitsland naar Groningen en daarna door de polder naar Amsterdam. En dat allemaal in 24 uur.
Ik had langer nodig om het nieuwe boek te lezen. Opnieuw een boek over boeken, waaronder de bijbel. Het was voor mijn geestesoog alsof Zafón een draaimolen had neergezet waarin ik de Dalai Lama zag rondtollen met Abraham Kuyper, Johannes Calvijn, Jomanda, de Paus, Andries Knevel, Geert Pimpernel en Lou de Palingboer.
Met Het Spel van de Engel is een nieuw deel gereed gekomen van de fantastische kathedraal die Zafón aan het bouwen is rond het Kerkhof van de Vergeten Boeken. Het is een kolossaal gebouw met een wonderlijke architectuur waarin de buiten- en de binnenwereld van Barcelona wordt gebruikt: hoge muren, torens, mansarden, donkere binnenpleinen, sinistere doorgangen en zware deuren met roestige sloten. Het belangrijkste is de eredienst aan het verhaal, met alles van oude en nieuwe vertelkunst in de meest Zafóneske uitvoering ervan. Het Spel van de Engel is níet het tweede deel van De Schaduw van de Wind. Het is wel een nieuwe zoektocht naar het licht, het leven en de liefde.
Hoofdpersoon David Martín is een getalenteerde broodschrijver die van de mysterieuze uitgever Andreas Corelli een bijzondere opdracht krijgt: hij moet een nieuwe religie schrijven. Het speelt zich allemaal af in het Barcelona van het begin van de twintigste eeuw. Bij de ontwikkeling van dit boek in een boek komen waarheden langs die ook op deze tijd van toepassing zijn – zoals Zafón dat wil. In zijn onderzoek naar religie en spiritualiteit concludeert Martín: ‘de leer wordt spoedig een werktuig van controle en politieke strijd. Schisma’s en oorlogen zijn onvermijdelijk het gevolg. Vroeg of laat wordt het woord vlees, en het vlees bloedt.’
Fel botsen de inzichten over goed en kwaad. Veelzeggend is een dialoog tussen Corelli en Martín waarin de uitgever beweert: ‘De eerste stap tot gepassioneerd geloven is angst. Angst is het buskruit en haat is de lont.’
Martín is het grondig oneens: ‘Ik geloof dat u de dingen op een gevaarlijke manier simplificeert. Uw hele verhaal lijkt een eenvoudig mechanisme om haat te zaaien.’
Maar Corelli dramt door, hij wil meer schurkachtigheid: ‘Het is veel eenvoudiger om iemand met een herkenbaar gezicht te haten, aan wie men de schuld kan geven van alles wat ons niet zint. Het hoeft niet per se één persoon te zijn, het kan een volk zijn, een ras, een groep … wat dan ook.’
Zo laat Zafón in Barcelona mechanieken zien die ook dichtbij in de polder herkenbaar zijn. Hij is wars van dogmatiek, religieus, links, of rechts. Achter de buiteling van waarheden verbergt zich de werkelijkheid en die is duister en fantastisch. Lees zelf maar!
Beluister het interview van Jeroen Wielaert met Carlos Ruiz Zafón:
Zet Javascript en Flash aan om deze Flash video te zien.





