De weblogs van de NOS worden niet langer bijgewerkt.

Voor nieuws Over de NOS kunt u terecht op over.nos.nl.
Voor de overige berichtgeving kunt u terecht op NOS.nl.

Het filiaal stottert

willem-snijders“Drie of vier tellen wachten en dan kom je in de groove,” logopedist Willem Snijders spreekt tegen Esmeralda Kooijman. Esmeralda stottert, heel erg. Om dat te verhelpen heeft ze een metronoom om haar nek hangen. Het apparaat zorgt er voor dat ze in een ritme spreekt, en niet zo heel erg meer stottert. Willem, Esmeralda, Aernout en Ciska zijn te gast in het filiaal op een speciale dag, het is namelijk wereldstotterdag.

Maar daar hebben we het gelukkig niet over. In het filiaal gebruiken we het als aanleiding om te praten over stotteren, over stottertherapien en over de invloed van het stotteren op het dagelijks leven.

Aan de telefoon komt Aernout Baarsma. “Mijn eerste kindje,” zegt Snijders. Zijn eerste client dus, bijna dertig jaar geleden. Baarsma “was heel goed in stotteren” zo zegt hij zelf. Nu doet hij het niet meer. Een hele intensieve therapie en heel veel wilskracht verder is het niet meer aan hem te horen. Het zou in zijn werk als advocaat ook wel heel erg moeilijk zijn om te stotteren.

Ciska, één van de huidige patienten van Snijders, werkt in een bonbon winkel. Dat woord is af en toe moeilijk uit te spreken, maar echt heel veel logischesynoniemen heeft ze er niet voor. Ze gaat in therapie, omdat het stotteren de laatste tijd weer steeds erger wordt. Ze begrijpt niet waarom. In het gesprek op de radio is niet echt te horen dat ze stottert, ze spreekt vooral heel erg snel. Haalt nauwelijks adem en struikelt bij wijze van spreke, van enthousiasme over haar woorden. Ze is voor de derde keer bij de logopedist. Het is nog niet helemaal duidelijk wat haar therapie wordt.

Er zijn veel therapien zegt Snijders. Hij vindt het jammer dat de verzekeringsmaatschappijen moeilijk doen over het betalen van sommige therapien die zich al bewezen hebben. “Wij willen maatwerk leveren. Dat kunnen we niet altijd, omdat de verzekering tegenwerkt.”

Het is een inhoudelijk intermezzo in een toch vooral menselijk filiaal. Zeker als Esmeralda gaat praten. Om half acht gaat het in de uizending uitstekend. De metronoom geeft haar een ritme. Het klinkt een beetje monotoom, maar het is zonder stotters. Om kwart over negen slaat ze helemaal vast tijdens het praten. En het knappe is dat ze zelf de rust neemt om haar zinnen af te maken. Hoe lang het ook duurt.

esmeralda-kooijmanBuiten de uitzending praten we over de invloed van het stotteren op haar leven. Tot haar achttiende had ze therapie. Omdat het weinig hielp, hield ze daarmee op. Nu is ze ruim tien jaar later weer in therapie gegaan. In de tussenliggende periode had ze “niet zo veel contact met anderen mensen”. Ze zegt het heel bescheiden. Pas later dringt werkelijk tot me door wat het stotteren voor mensen kan betekenen.

Joris van de Kerkhof.

 

Download Filiaal 6:50u

Download Filiaal 7:50u

Download Filiaal 8:44

Download Filiaal 9:16u

Deel deze pagina

« Terug naar het overzicht


1 reactie op “Het filiaal stottert”

  1. Jannenman zegt: 22-10-09 om 13:48

    Ik had ooit een collega die erg stotterde. Vooral de B was een struikelblok. Toevallig was 1 van de zaken waar we veel mee te maken hadden ‘BeeBee’, een afkorting van een chemische product.
    Mij is ooit geleerd dat je stotteraars niet moest verbeteren, of op gang helpen en erom lachen zou ook slecht zijn.
    We zaten op een dijk met z’n drieën; de stotteraar in het midden. Hij vertelde graag, ook die dag. Tijdens zijn verhaal moest hij BeeBee zeggen en toen ging het vreselijk mis, zoals het bij mijn weten nooit mis was gegaan.
    Hij leek wel een dieselmotortje dat maar niet op toeren wilde komen. “B, b, b, b, b, b, b, b, b, …. b, b, b, b, b, b”.
    Hij keek mij aan, sprak vooral tegen mij en ik kreeg het in toenemende mate moeilijker. “B,b,b,b,b,b,b,b,b”.
    Langs hem heen zag ik mijn andere collega langzaam rood aanlopen. Hij hield zijn gezicht niet meer in de plooi, maar hij kon zich dat nog veroorloven. Hij was immers niet in beeld.
    Ik beet op mijn tong. Mijn gezicht waarschijnlijk tot grimas gevormd. En er kwam maar geen eind aan “b,b,b,b,b,b,b”
    Ik realiseerde me hoe absurd het was. Hij had de afkorting al zeker 100 keer gezegd, alleen zonder de ‘e’ erbij. Letterlijk correct.
    Alles in mij wilde BEEBEE roepen en ik had zo’n moeite niet in lachen uit te barsten.
    Hij had het ook moeilijk, maar hij was een doorzetter en zou wat er ook gebeurde ‘Beebee’ zeggen. Al moest het 10 jaar duren.
    Ik hield het niet meer en zei “Bee”. Aan de tweede ‘bee’ kwam ik niet eens meer toe, want hij viel meteen in. De drempel over.
    Daarna rolden we met zn drieën over de dijk van het lachen.
    Het is een wonderlijk iets, dat stotteren. Zeker zoals hij dat kon doen. Misschien omdat we op zo’n moment zo duidelijk geconfronteerd worden met onze tekortkomingen, met onze angsten. Het is open en ontwapenend.

    Hij had er geen enkel probleem mee dat we erom lachten. Hij wist dat we hem niet uitlachten, maar dat we lachten om de situatie. Ook om onszelf; onze toenemende drang om te zeggen wat iedereen al weet. Onze poging om iets dat normaal is (wie heeft geen angst?) weg te stoppen.

    Hoe dan ook, dat geluid van dat motortje vergeet ik nooit.

Geef een reactie