DE TOUR Tourmalet, aangenaam
Goedemorgen, gaarne stel ik me aan u voor: Tourmalet, aangenaam.
Met genoegen stel ik vast dat ik ook in Nederland en België grote bekendheid geniet, zonder uit de hoogte te willen doen. Zo ben ik niet, ondanks mijn lengte: 2115 meter. Ik haast me te zeggen dat ik een slechte naam heb. Ze hebben me ooit Tour Malin gedoopt, zeg maar de kwade omweg, terwijl ik in het geheel niet kwaadwillig ben. Ik lig daar maar, al miljoenen jaren, sinds ik samen met die andere Pyreneeën omhoog ben gestuwd.
Ik maak onderdeel uit van wat de Cirkel des Doods wordt genoemd. Nog zoiets. Daar heb ik ook niet om gevraagd. Ik heb het er laatst nog over gehad met Peyresourde, Aspin en Aubisque. We hebben er maar weer eens over gelachen, de beekjes stroomden als tranen over onze wangen naar beneden. Dodelijk zijn we niet, want we hebben sinds onze wording het eeuwige leven.
We waren er al lang voordat de mensheid zich hier durfde te vertonen. Dat zij hier af en toe van ons af vielen, of tussen ons verdwaalden, daar kunnen wij niets aan doen, maar dan geven ze ons wel van die rare namen.
Wij liggen hier in vrede, in majestueuze sereniteit. Het zijn de mensen die er een strijdtoneel van maken, die ons zogenaamd komen beschaven, met wegen en skipistes. Zo hebben ze me opgescheept met La Mongie! Ze begonnen gewoon die spuuglelijke skiflats neer te zetten, halverwege mijn oostkant. La Mongie…Koortsuitslag, zal je bedoelen.
Geef mij dan maar Sainte Marie de Campan, aan mijn voeten. Dat blijft een lief dorpje. Die Eugène Christophe heeft daar in 1913 nog helemaal zelf zijn voorvork moeten lassen. Het ding was gebroken toen die arme jongen over mijn top gekomen was. Ook weer zo’n idioterie. Van zo’n vent eisen dat-ie het zelf opknapt. Alsof het al niet erg genoeg was!
Ik moet zeggen dat ik nog altijd waardering heb voor Alphonse Steinès, de man die me in mei 1910 kwam inspecteren vanuit Parijs. Ik lag nog vol sneeuw boven, zoals elk jaar in die maand. Natuurlijk was hij een volstrekte amateur, als Pyreneïst, Steines. Ik bedoel: in de negentiende eeuw kwamen er al meer snuiters over me heen om van het landschap te genieten. Die Steinès is aan het ploeteren geslagen om uit te zoeken of ik geschikt was voor de Tour, voor een wédstrijd! Dat zeg ik: de mensen doen het zichzelf aan.
Die Peter Winnen van bij jullie heeft mij een ´misselijke berg´ genoemd. Gelukkig zie ik hem niet meer. Wat nou misselijk? Ik lig klaar voor grootse overwinningen, zoals Eddy Merckx in 1969. Op mij legde hij de basis voor zijn Tourzege. Vandaag moet blijken wie er sterker is, anno 2010, Andy Schleck, of Alberto Contador. Voor het eerst eindigen ze bij mij boven, vlak bij het borstbeeld van Jacques Goddet, die oude Tourbaas, nog zo´n dwaas die helemaal verzot was op lijdenswegen. Renners komen en gaan, dalen, stijgen, triomferen, door mij, op mij. Ik kan een rotnaam hebben, maar het is toch goed voor mijn aanzien, voor mij, Tourmalet. Ik wens u een goede middag.






Rottourmalet, tour mal et…??? ….is voor les byciclettes aves les coureurs. Voor mij fun, in mijn luie stoel kijken wie wie flikt, wie wel/niet drogeert, wie als eerste de top bereikt, met secondes/minutenverschil. Hoop dat Rabo in tegenstelling tot het Nederlands voetbalelftal wel weet wat aanvallen betekent.
Alles goed met je Jeroen? Long time ago.
Eerder rot publiek zou ik zeggen….. Ik ben dol op wielrennen kijken, fanatisme hoort erbij, maar je mag van mij die in-de-weg lopers stuk voor stuk een ravijntje induwen….
Was inderdaad echt erg
Vroeger zette de Tour op dergelijke bergen een Gendarme op een dikke motorfiets, en dat hielp, omdat iedereen wist dat er niet geremd zou worden
Die gendarme heb ik vandaag node gemist